De in Nieuw-Zeeland wonende Donaldson heeft sinds zijn debuut Sleeping Dogs in 1977 een middelmatige maar interessante carrière achter de rug. Na solide gemaakte thrillers als No Way Out met Kevin Costner en White Sands met Willem Dafoe, het Robin Williams – Tim Robbins vehikel Cadillac Man, de The Getaway remake met Alec Baldwin en Kim Basinger, Tom Cruise’s barstunts in Cocktail en de buitenaardse kwekerij in Species gooide de man zich in het midden van de jaren ’90 op de blockbustermarkt met Dante’s Peak, een van de twee toenmalige vulkanenproducties. In 2000 maakte hij zijn voor velen meest succesvolle film - de politieke thriller Thirteen Days – maar verspeelde daarna krediet met het niet meteen rampzalige maar vooral vlug vergeten The Recruit. Met The World’s Fastest Indian laat hij de spionagegadgets achterwege en trakteert hij het publiek op een onpretentieus, enthousiast juweeltje dat waarschijnlijk nergens in eindejaarslijstjes zal opduiken maar daarom niet minder knap is.
Gebaseerd op ware feiten verhaalt The World’s Fastest Indian over de Nieuw-Zeelandse Burt Munro (Anthony Hopkins), een oude liefhebber van motorfietsen wiens droom het is om met zijn Indian motor een snelheidsrecord te vestigen tijdens de Speed Week op de uitgestrekte Bonneville zoutvlaktes in Utah in 1967. Hoewel een door de buurt gewaardeerde en gerespecteerde man (niet dat iedereen dit meteen toegeeft) staat Munro er alleen voor als hij de zoutvlaktes wil bereiken en niemand, op een buurjongen na, gelooft in het mogelijke succes van de man. Als Munro met zijn sterfelijkheid geconfronteerd wordt en hij beseft dat het nu of nooit is vat hij de reis naar Amerika aan. Daar volgt een erg vermakelijke “fish out of water” tweede act om uiteindelijk te eindigen in de, en zeg niet dat u dit niet ziet aankomen, triomfantelijke overwinning van de door iedereen geliefde Munro.
Als u bij bovenstaande synopsis kokhalsneigingen amper kan onderdrukken dan willen we u toch verzoeken niet meteen het computerscherm onder te kotsen en de prent een kans te geven. Vanaf het eerste beeld wordt meteen duidelijk dat Donaldson een zeemzoete prent in gedachten heeft. De film ziet eruit alsof er een suikerlaag over het beeld ligt en het complete gebrek aan duisternis werkt in dit geval verfrissend. Meer nog dan een sportfilm over een tegen alle verwachtingen in snelheidsrecords verpulverende bejaarde is dit een warme, diepmenselijke, sprookjesachtige komedie over een dromer die aan het eind van zijn leven dat ene “grote moment” wil bereiken waar hij al sinds zijn jeugd naar verlangt. Het tovert de film om in een ons soms aan Forrest Gump herinnerende fabel waarin de van het leven genietende, optimistische Munro in het voor hem erg vreemde Amerika van de jaren ’60 de vaak opvallende individuen waarmee hij in contact komt (zoals een soldaat uit Vietnam, een travestiet, een autoverkoper enz.) opnieuw levensvreugde en plezier bijbrengt. Elke kritische vezel in ons lichaam schreeuwt het uit dat dit rotzooi zou moeten zijn maar dat is het absoluut niet.
Veel heeft te maken met de centrale vertolking van Anthony Hopkins, die hier na The Bounty remake met Mel Gibson uit 1984 met Donaldson herenigd wordt. Hopkins was nooit verder dan in deze film verwijderd van zijn Hannibal Lecter en de andere rigide of getormenteerde personages uit zijn carrière. Hij speelt Burt Munro als een giechelend groot kind en de plotideeën dat hij op zijn oude dag nog als een onbezonnen puber van casual seks geniet, probleemloos openstaat en begripvol is voor mensen die “anders” zijn en iedereen waar hij mee in contact komt aan zijn zijde schaart werken probleemloos dankzij deze knappe vertolking. Dat Hopkins een groot talent is wisten we natuurlijk al langer maar hier bewijst hij nog maar eens dat hij lang niet versleten is. De scènes waarin hij rekening moet houden met de realiteit dat zijn droom wel eens als een zeepbel uit elkaar zou kunnen spatten getuigen van een perfecte beheersing van het acteervak. Natuurlijk is er op dat moment geen twijfel meer dat Munro’s wens in vervulling zal gaan maar Hopkins acteert goed genoeg om de zekerheid van het publiek toch even aan het wankelen te brengen.
Ook sterk is de vriendschapsband tussen Munro en Tom (Aaron Murphy); een buurjongen die de oude man dagelijks bezoekt. Murphy toont zich hier als een niet irriterende jonge acteur – wat met de vele ettertjes in filmland niet meteen voor de hand ligt – en de dialogen tussen de twee verschillende generaties zorgen ervoor dat Burt en Tom in de film gelijken zijn. Beide personages bevinden zich in de fleur van hun leven en het besef van de jonge Tom dat hij de oude man na zijn tocht misschien niet meer terug zal zien wordt subtiel in de plot verwerkt, stijlvol balancerend op de grens tussen goede en slechte smaak.
Met Hopkins ontegensprekelijk als de ster van de film zouden we bijna de hele reeks bijrollen nog vergeten. En hoewel enkelen opeens uit het niets lijken op te duiken en weinig of niets betekenen voor het verhaal dragen ze toch allemaal zonder uitzondering bij aan de sfeer. Vooral de tegenwoordig veel te weinig op het witte doek verschijnende Diane Ladd straalt op haar drieënzeventigste een jeugdigheid uit waar menig gratis met de bus rijdend besje jaloers op mag zijn.
Als de uiteindelijke finale dan toch aanbreekt en Munro plaatsneemt in zijn vliegensvlugge Indian bleek voorspelbaarheid troef maar ook hier weer, geholpen door geslaagde visuele effecten, kan Donaldson op het enthousiasme van zijn cast, crew én het publiek rekenen. Ondanks enkele minder goed bevonden details (waarom blijven Munro’s vrienden hem aanmoedigend naschreeuwen als hij niets meer dan een racend stofwolkje in de verte is?) moeten we melden dat The World’s Fastest Indian gewoonweg werkt. Als verheerlijkende biografie is het een onverbloemde liefdesbrief aan het adres van Munro en de prent combineert een uitstekende centrale vertolking met humor, avontuur en emoties, zonder daarbij een goede fotografie en sfeervolle muziek te vergeten. Meer van dat graag!
[START INFO]
Titel: The
World’s Fastest Indian
Genre: avontuur /
biografie
Speelduur: 2u07
Regisseur: Roger Donaldson
Acteurs: Anthony Hopkins, Diane Ladd, Paul Rodriguez,
Aaron Murphy, Jessica Caufel, Annie Whittle, Chris Bruno
[END
INFO]