THE PROMISE (WU JI)

A Chinese Love Story

Fox Fox Fox Fox
We mogen ons dan wel vanaf vrij jonge leeftijd onderworpen hebben aan een stevig dieet van griezelfilms en thrillers (wat ons volgens veel doemdenkers al psychotisch zou moeten hebben gemaakt) maar als er een film is die ons destijds de stuipen op het lijf jaagde dan was het wel A Chinese Ghost Story. Het waren de vreemde personages, de met hun lange tongen slingerende demonen of gewoon zelfs de taal die ons een ongemakkelijk gevoel bezorgden en het duurde erg lang vooraleer we de cinema van het Verre Oosten opnieuw een kans durfden geven.

Met Ang Lee’s Crouching Tiger, Hidden Dragon schoot de huidige aanvoer van Aziatische films in onze contreien pas echt uit de startblokken. Westerse filmkijkers ontdekten een rijke wereld met uitstekende regisseurs die vaak veel beter werk afleverden dan hun – veelal – Amerikaanse tegenhangers. Genreliefhebbers konden opgelucht ademhalen en vonden horror- en actiefilms die in intensiteit superieur waren aan onze “eigen” producties.

Een van de vernieuwers van de Oosterse cinema is de Chinese Chen Kaige, een regisseur die na een mooie carrière in China (waar hij samenwerkte met onder andere Zhang “Hero” Yimou, toen nog zijn director of photography), in 1993 internationaal op de kaart kwam met de voor twee Academy Awards genomineerde Gouden Palm winnaar Farewell My Concubine. Daarna leverde hij enkele minder succesvolle films af en maakte hij zelfs de overstap naar de Engelstalige film met de kritische en commerciële flop Killing Me Softly met Heather Graham en Joseph Fiennes. Hij regisseerde daarna nog een film – Together – over een jonge violist en zijn vader maar toen werd het even stil rond de man. Nu duikt hij opnieuw op met wat velen de duurste film ooit uit China noemen:The Promise.

In een door een bloederige oorlog verscheurd land is de kleine Qingcheng op zoek naar voedsel voor haar moeder. Als ze plots oog in oog komt te staan met een godin krijgt ze de kans om een leven vol rijkdom en aanzien te leiden. De spreekwoordelijke adder onder het gras is dat alle mannen die op haar verliefd worden uit haar leven zullen verdwijnen en dat ze nooit ware liefde zal kennen. Het meisje neemt het aanbod aan en is jaren later de beeldschone prinses van het rijk. Als de gerespecteerde, in een felrood harnas uitgedoste Generaal Guangming (Hiroyuki Sanada die ook al in The Last Samurai opdook) na een waanzinnig absurde veldslag te horen krijgt dat de verraderlijke Wuhuan (Nicholas Tse) de koning bedreigt rijdt hij, zij aan zij met zijn sneller dan het licht lopende slaaf Kunlun (Dong-Kun Jang) naar het paleis. Onderweg worden ze aangevallen door Wuhuans lijfwacht, een bliksemsnelle doder die de generaal tijdelijk buiten strijd stelt. Guangming draagt zijn slaaf op om het harnas aan te trekken en het koninkrijk uit de handen van Wuhuang te redden maar niet alles loopt volgens plan als de verkeerde mensen sterven, identiteiten geheim blijven, liefdes onbeantwoord uitdoven en de geschiedenis van het mysterieuze Volk uit het Noorden bekend wordt gemaakt.

Chen Kaige’s epische meesterwerk of niet, feit is dat het Chinese publiek niet erg opgetogen was over deze prent. Kaige’s zwierige camerabewegingen, extravagante effecten en overdadig complexe verhaallijnen bleken geen goede keuze en velen verweten hem dat de film voor de Westerse markt gemaakt leek; een opeenstapeling van clichés en toegevingen. Daar is misschien wel enige waarheid in te vinden want het duurde niet lang vooraleer The Weinstein Company de prent kocht, negentien minuten wegsneed (de versie die wij ze zien kregen was eveneens de ingekorte internationale versie) en de film de titel Master of the Crimson Armor meegaf. Uiteindelijk verscheen de prent toch als The Promise in de zalen en kon iedereen gaan kijken wat er in godsnaam zo bijzonder aan Kaige’s comeback was.

Hoewel de plot overwegend weinig boeiend is en na een uur gaat vervelen, kunnen we hier toch geen negatieve recensie neerschrijven. Wie The Promise als een realistische film wil bekijken kan maar beter thuis blijven maar wie bereid is mee te gaan in Kaige’s visuele interpretatie van een oude legende, compleet met alle onwaarschijnlijkheden en rond het kampvuur aangedikte details zal een soms erg absurde maar sensationele film ontdekken. Het begint al meteen na de proloog waarin het meisje de godin ontmoet (De prentboek-achtige effecten dompelen de film onder in een irreële sfeer); Generaal Guangming bereidt zijn troepen voor op een stevige knokpartij tegen twintigduizend barbaren die het rijk bedreigen. Terwijl zijn mannen in de bergen klaar zijn voor de strijd wordt een groep slaven in een vallei onder hen gedropt, als eerste verdediging tegen de barbaren. De in lompen gehulde mannen weten niet wat hen overkomt als de barbaren plotseling ontelbare, overduidelijk in de computer in elkaar geflanste buffels op de voor hun leven vluchtende slaven afsturen. Een slaaf, Kunlun, overstijgt de massa en loopt als een regelrechte Road Runner voor de dieren uit en als de dappere Kunlun, bekeken door de geïntrigeerde generaal, de woeste dierenmeute vervolgens terug naar de barbaren leidt, gevolgd door de ruiters van Guangming, barst in de vallei een door de Massive computertechnologie aangedreven gevecht uit dat zelfs Peter Jackson te geschift zou vinden. Toch vonden wij dit een erg leuke start van de film. De effecten mogen dan wel niet fotorealistisch zijn (maar dan stelt zich meteen de vraag: moet dat in dit geval wel?) en de tekenfilmachtige bewegingen van de sneller dan de Flash racende Kunlun zagen we al eerder in de parodie Kung Fu Hustle maar dat mag de prent niet drukken. Chen Kaige opent zijn prent met een over the top oorlogstafereel dat zo uit de mythologie lijkt te komen en dat juichen we nog steeds toe. Het is jammer dat de film nergens dit spektakel overtreft en eens het liefdesverhaal en de obligate driehoeksverhouding op de voorgrond treden zinkt The Promise in het drijfzand van de weinig boeiende plot weg.

Gelukkig doen de acteurs, op enkele uitzonderingen na, hun best. Dong-Kun Jang’s Kunlun is de archetypische heroïsche hoofdfiguur; een arme kerel die alle goede eigenschappen door zijn aderen stromen heeft en door omstandigheden op de sociale ladder omhoogklimt (de scène waarin hij het harnas aantrekt en te paard naar het paleis rijdt bezorgde ons, in samenwerking met de melodieuze muziek van Klaus Badelt en de meeslepende fotografie van Peter Pau, koude rillingen). Jang doet precies wat van hem gevraagd wordt. Hiroyuki Sanada levert solide werk af als Guangming, de door zijn manschappen als een god vereerde generaal die zich uiteindelijk laat leiden door egoïsme en jaloezie. Ook Nicholas Tse amuseert zich als de verderfelijke Wuhuan en zijn jonge looks staan haaks op het personage dat hij vertolkt. Een opvallende verschijning is Ye Liu als Wuhuans persoonlijke killer Snow Wolf; een figuur getekend door een geheim dat later in de prent een belangrijke rol zal gaan spelen. Minder goed is Cecilia Cheung als de prinses waar het allemaal om draait. Cheung ziet er best wel knap uit maar is vaak zo’n onsympathiek wicht dat wij ons herhaaldelijk afvroegen waarom al die mannen zoveel moeite doen voor dat kreng.

Dat dit geen film voor de massa is, heeft u ondertussen wel al door maar iedereen die geïnteresseerd is in het soort door generaties doorvertelde epische verhalen dat we eerder in oude, stoffige bibliotheken moeten gaan zoeken kan bij The Promise misschien datgene vinden wat hij of zij verlangt. De effecten zijn net niet idioot cartoonesk maar een kniesoor die zich daar in dit geval aan stoort en de niet te negeren kleurenpracht en die ene scène waarin Kunlun de in vederen gehulde prinses uit een gouden kooi redt is op zich al de kostprijs van een bioscoopticket waard.                   

[START INFO]
Titel: The Promise (Wu ji)
Genre: avontuur / fantasy
Speelduur: 1u42
Regisseur: Chen Kaige
Acteurs: Dong-Kun Jang, Hiroyuki Sanada, Cecilia Cheung, Nicholas Tse, Ye Liu, Hong Chen, Cheng Qian
[END INFO]