CARS

Ka-Chow!

Buena Vista Buena Vista Buena Vista Buena Vista Buena Vista Buena Vista
Met de door computeranimatie tot leven gebrachte stukken speelgoed uit Toy Story veranderde en veroverde John Lasseter en zijn filmstudio Pixar in 1995 de filmwereld. Elf jaar en een hoop successen later regisseert Lasseter Pixar’s nieuwste: Cars, een film over, hoe kan het ook anders, vrolijk rondrijdende vierwielers.

In 1995 ontving Lasseter nog een oscar voor het baanbrekende werk dat hij had verricht voor de totstandkoming van de allereerste computeranimatiefilm, Toy Story. Nu in 2006 is computeranimatie gemeengoed geworden en staat de naam Pixar voor succes en kwaliteit. Hun overdonderende debuut kreeg een even succesvol vervolg met de films A Bugs Life, Toy Story 2, Monsters Inc., Finding Nemo en The Incredibles. Allemaal films die zowel financieel, als kritisch grote successen boekten.

Dreamworks haakte al snel in op dit succes van de nieuwe digitale geldmachines en bracht met wisselend succes zijn eigen reeks animatiefilms uit; met Shrek en Shark Tale als respectievelijk de positieve en negatieve uitschieter. 20th Century Fox pikte zijn graantje mee met Ice Age en uiteindelijk ging zelfs Disney overstag door de traditionele, handgetekende animatie vaarwel te zeggen. Een keuze die vorig jaar het redelijk succesvolle Chicken Little opleverde. Meer concurrentie en een torenhoge favorietenrol voeren dus de druk op voor deze nieuwe Pixar creatie, waarin, zoals gezegd, auto’s het voor het zeggen hebben.

Als jonge, snelle en flitsende raceauto is Lightning McQueen de grote held van een stadion vol juichende auto’s. In zijn gril zien we een zelfverzekerde glimlach en zijn voorruit, bestaande uit twee grote ogen, speurt meedogenloos de weg af, op zoek naar het volgende slachtoffer. Winst van de race betekent ook winst van de prestigieuze Piston Cup, maar met de finish in zicht overschat hij zijn krachten en verspeelt hij een simpele overwinning. Overtuigd van zijn eigen gelijk, negeert hij de noodzaak van een pitstop, met als gevolg dat zijn banden het begeven en zijn twee grootste concurrenten langszij kunnen komen. Samen met oude rot in het vak, The King en de asociale Chick Hicks komt McQueen precies tegelijk over de finish: een extra wedstrijd zal de beslissing moeten brengen. Dat zijn egoïsme en veel te hoog opgelopen zelfvertrouwen hem de overwinning hebben gekost dringt niet tot McQueen door. Pas als hij op weg naar de volgende race vast komt te zitten in een afgelegen stadje, vol kleurrijke figuren die uitgroeien tot nieuwe vrienden, komt hij tot inkeer.

Pixar maakt het zichzelf niet makkelijk door te kiezen voor een wereld waar auto’s het voor het zeggen hebben. In tegenstelling tot de speelgoedpoppen, insecten, monsters en vissen uit eerdere films hebben de auto’s van nature niets menselijks. Het kost dan ook meer moeite om je mee te laten sleuren in een wereld waar auto’s bezoekjes brengen aan een stadion, rechtszaken hebben en verliefd kunnen worden. Met behulp van vindingrijke en grappige details weet de film de autowereld toch tot leven te wekken; een bandenshop doet aan als een chique Italiaanse pakkenwinkel, gevlekte tractoren staan als een stel koeien hersenloos te loeien en het benzinestation wordt gepresenteerd als een café waar de lekkerste benzine wordt geschonken.

Ook de ‘vermenselijking’ van de normaal toch levenloze vervoermiddelen pakt fantasievol uit. In het stadje waar McQueen terecht komt zien we onder andere een strenge generaal, in de vorm van een donkergroene Jeep, die moppert op een Volkswagen busje dat nog stamt uit het hippietijdperk. Het meisje van McQueen’s dromen is een goedgevormde, lichtblauwe Porsche en de rol van jolige sidekick wordt dit keer gespeeld door een niet al te slimme, roestige, Hillbilly takelwagen. Genoeg materiaal dus, waar Lasster met succes veel grappen en grollen omheen hangt.

Maar daar waar de gewaagde keuze voor levende auto’s prima uitpakt, zorgt de voorspelbare omgang met de altijd aanwezige ‘wijze lessen’ voor een saai verhaalverloop. Van mijlen ver kan je de ontwikkelingen van McQueen, en de rollen die zijn nieuwe vrienden daarin spelen, aan zien komen. Niet dat dat een vereiste is voor een film die zich voornamelijk richt op kinderen, maar van Pixar en Lasseter verwacht je meer. De subtiliteit uit Cars’ voorgangers zorgde er immers voor dat ook een ouder publiek zich door de film kon laten betoveren.

In vergelijking met de twee animatiefilms die we eerder dit jaar voorbij hebben zien komen, Ice Age 2 en Hoodwinked, komt Cars als winnaar uit de bus. De film is grappiger, inventiever en gewaagder dan zijn concurrenten en weet 116 minuten onbekommerd vermaak af te leveren. De film heeft alleen het nadeel telg te zijn van een zeer succesvolle familie. De verwachtingen zijn bij Pixar altijd hooggespannen en Cars is het eerste kindje dat tekort schiet. Vermakelijk, niet meer dan dat: ergens is het wel jammer. 


Titel: Cars
Genre: Animatiefilm / Komedie
Speelduur: 1u56
Regisseur: John Lasseter
Acteurs: Owen Wilson, Paul Newman, Bonnie Hunt, Larry The Cable Guy