“Up and at them!” - dat schreeuwt de fictieve, overduidelijk door Arnold Schwarzenegger geïnspireerde actieheld Rainier Wolfcastle als hij in een episode van The Simpsons als Radioactive Man op de set van de gelijknamige, gedoemde stripverfilming staat. Deze foute uitspraak van Radioactive Mans iconische catchphrase “Up and Atom” is slechts een van de vele problemen op de filmset in deze hilarische aflevering, waarvan sommigen beweren dat de plot gebaseerd werd op de rampzalige preproductie van Superman Lives, Warner Brothers wanhopige poging tot een revival van de in 1987 uitgestorven Superman filmfranchise. Anderen weerleggen dit gerucht en melden dat het Lives debacle pas in 1998 uit zijn voegen barstte terwijl de bewuste Radioactive Man episode al in 1995 uitgezonden werd. Wat de waarheid uiteindelijk ook is, de terugkeer van Superman op het witte doek is er een van tegenslagen, vetes en vooral veel geld geworden.
Toen in het begin van de jaren ’30 getekende superhelden langzaam maar zeker aan hun opmars begonnen was er al een hele weg afgelegd en maakten pulphelden als Doc Savage, The Shadow, The Phantom, John Carter of Mars en Dick Tracy maar ook meer literaire figuren als Sherlock Holmes en The Scarlet Pimpernel al deel uit van populaire fictie. In 1938 creëerden Jerry Siegel en Joe Shuster Superman en meteen was de term “superhero” geboren. Wie kent het origineverhaal (een verhaal waarin het ontstaan van de held – en/of de vijand – verteld wordt) van Superman niet? Net vooraleer de planeet Krypton ontploft wordt de kleine Kal-El door zijn vader Jor-El in een ruimteschip naar de Aarde gestuurd. Na een lange reis crasht het schip op het platteland in het dorpje Smallville en daar ontdekken de brave Jonathan en Martha Kent de kleine, in een roodblauwe veredelde luier gehulde spruit. Ze besluiten het kind te adopteren en dopen hem Clark Kent. In Smallville ontdekt Clark dat hij over vreemde krachten beschikt en hij gaat later zijn geluk beproeven in de grote stad Metropolis. Daar kan hij aan de slag als reporter in The Daily Planet (in de eerste strips nog bekend als The Daily Star) en ontmoet er de liefde van zijn leven; Lois Lane. Hij komt er ook tegenover zijn aartsvijand, de megalomane Lex Luthor, te staan en neemt het als Superman op tegen geweld en onrechtvaardigheid.
Een verhaal dat bijna zeventig jaar lang in het collectieve geheugen van zo ongeveer iedereen op deze wereld in een of andere vorm aanwezig is gaat verder dan wat veel critici (en zij die gewoonweg het kind in hen vergeten zijn) nog steeds een idiote strip durven noemen. Superman leent elementen uit diverse religies (het kind dat door een “goddelijke entiteit’” naar de mens wordt gestuurd is uiteraard parallel met het verhaal van Christus) en kan met het Gilgamesj-epos - het oudste, met spijkerschrift op kleitabletten geschreven aan ons overgeleverde literaire werk - in verband worden gebracht. Misschien zijn dat redenen waarom het verhaal nog steeds tot de verbeelding spreekt en Superman binnen de vele universa van de comic book nog steeds heer en meester is. Hij is het prototype van de Amerikaanse patriot (iets wat later nog minder schaamteloos aan bod kwam met de schepping van de tegen de nazi’s knokkende stripheld Captain America; de verfilming is gepland voor 2009) en vecht voor “Truth, Justice and the American Way” (toen in de jaren ’80 schrijvers en illustratoren als Frank Miller en Alan Moore een cynische blik op de fantasievolle mythologieën van superhelden wierpen – een toen revolutionaire trend die bekend staat als de “Deconstructie van Superhelden” – waagde Miller het om in zijn Batman: The Dark Knight Returns Superman als een idealistische, uit zijn voegen gebarsten, voor de Amerikaanse regering werkende padvinder af te schilderen die de mentaal labiele Batman op het matje moet roepen). In 1993 waagde DC Comics, de uitgever van onder andere Batman en Superman, het om de beruchte The Death of Superman-verhaallijn te publiceren. Daarin sterft Superman na een gevecht met het monster Doomsday om dan later in verschillende vormen opnieuw tot leven te komen (dit soort ogenschijnlijk onafwendbare, controversiële beslissingen zijn in de werelden van superhelden nooit definitief. Een auteur kan beweren dat zijn verhaal zich in een parallel universum afspeelt of dat de echte held toch kan “herrijzen”). Het punt is dat Superman, misschien zelfs nog meer dan andere populaire personages zoals Spider-Man, X-Men en de Fantastic Four, aan ontelbare interpretaties, plotwendingen en schurken blootgesteld werd. Er ligt een onuitputtelijke bron aan verhalen op filmmakers te wachten die ze met de modernste technieken op het witte doek en op televisie – live-action of animatie – kunnen brengen.
Al vrij vlug na de eerste strips ontstonden luisterspelen en serials (15 korte, in de bioscopen vertoonde episodes in 1948 met Kirk Alyn in de titelrol) en niet lang daarna was de Man van Staal ook op het kleine scherm te zien, waar hij vertolkt werd door de al dan niet aan zelfmoord overleden George Reeves (officieel schoot de man zichzelf met een geweer naar de Eeuwige Jachtvelden maar er blijven twijfels bestaan en binnenkort zien we Ben Affleck als Reeves in Hollywoodland; een autobiografische prent over de beruchte feiten). Die serie werd immens populair, net als de korte animatiefilms van Dave en Max Fleischer die vaak nog steeds als dé beste adaptaties van het personage beschouwd worden.
Een langspeelfilm kon natuurlijk niet uitblijven en in 1978 werd Superman: The Movie, geregisseerd door Richard Donner, op het bioscooppubliek, warm gemaakt door blockbusters als Jaws, Close Encounters of the Third Kind en Star Wars, losgelaten. Het genre van de stripverfilming was geboren. Hoewel Donners Superman nog steeds een erg goed gemaakte en sfeervolle genreadaptatie is, behoudt de prent zijn iconische status vooral dankzij nostalgie, Christopher Reeve’s vertolking als Clark Kent/Superman en de fantastische filmmuziek van John Williams die in die periode (eind jaren ’70- begin jaren ’80) met scores voor Star Wars, E.T., Jaws, Close Encounters en Indiana Jones op zijn creatieve hoogtepunt was. Aanvankelijk lijkt de film een meesterwerk en het eerste uur - met Marlon Brando als Jor-El, de vernietiging van Krypton, de reis naar onze blauwe planeet, de jeugd in Smallville, de dood van Jonathan Kent en het ontstaan van Supermans uitvalsbasis The Fortress of Solitude - zijn visueel en inhoudelijk sterk. Het is dan ook ironisch dat de film de pedalen verliest met de komst van Reeve en de opdringerige plot. De gebeurtenissen in Metropolis, de irritante Margot Kidder als Lois Lane, de inclusie van een melig “gedicht” als Lois met Superman “van de grond gaat”, Gene Hackmans goed geacteerde maar net niet infantiel geschreven Lex Luthor (omringd door idioten als Otis en Miss. Tesmacher) en de zelfs in het universum van de comic books volstrekt onlogische, ridicule finale dreigen het opgepoetste blazoen van Superman te besmeuren. Gelukkig weet Reeve de film stabiel te houden en blijft Superman: The Movie dé blauwdruk voor elke zichzelf respecterende stripverfilming (Spider-Man en Spider-Man 2 volgen bijna exact de verhaallijnen van Superman en diens sequel; Superman II). Na het tweede deel ging de Superman franchise lijnrecht de dieperik in (met Richard Pryor als bad guy in het derde deel en een nucleaire nemesis in deel vier… om nog maar te zwijgen over de belachelijk zwakke effecten). Het eerste deel werd aangekondigd met de belofte “that we would believe a man could fly” maar in 1987 viel het voorlopige doek en crashte the big, blue boyscout genadeloos neer.
De producenten – vader en zoon Alexander en Ilya Salkind – gaven zich echter niet gauw gewonnen en zoonlief ondernam met Supergirl en de televisieserie Superboy droevige pogingen om de franchise levend te houden. Het was pas in de vroege jaren ’90 dat Supermans populariteit toenam met de reeks Lois & Clark: The New Adventures of Superman met Dean Cain en Teri Hatcher in de titelrollen. Maar ook dat programma verviel in soapachtige scenario’s en wist de hardcore fans van de misdaadbestrijdende held niet te bekoren. In 2001 zagen we in het kielzog van bovennatuurlijke, ver boven de middelmaat uitstijgende tienerseries als Buffy: The Vampire Slayer en Angel het niet oninteressante Smallville op het kleine scherm. Daarin vertolkt Tom Welling de rol van Clark Kent terwijl hij opgroeit in Smallville en er af te rekenen krijgt met door Kryptonite gemuteerde klasgenoten terwijl hij zijn eerste liefde met Lana Lang probeert te bezegelen en een gedoemde vriendschapsband met een jonge Lex Luthor opbouwt. De serie kan zeemzoeterige verhaalwendingen niet vermijden en vervalt te vaak in “freak of the week” episodes waarin er alweer een nieuwe mutant verschijnt maar is niet zonder potentieel. Verder komt de reeks soms verrassend sterk uit de hoek wat de Superman-mythologie betreft (hoewel de makers – Alfred Gough en Miles Millar; die ook aan Spider-Man 2 meewerkten – hun Clark Kent nooit zouden laten vliegen, zagen we onder meer in een aflevering hoe Clark, bij een bezoek aan Metropolis, een wel heel erg verre sprong naar de Daily Planet maakte) en toont ze de voorlopig beste versie van Lex Luthor in live-action (Michael Rosenbaums Luthor is een door vaderhaat, bijna “Shakespeariaanse” bad guy in wording). De verlamde Christopher Reeve stond volledig achter de cast en vertolkte zelfs een gastrol in enkele afleveringen vooraleer hij in 2004 aan een hartaanval overleed.
Ondertussen bleef Hollywood natuurlijk niet stilzitten. Aangezien producent Jon Peters eind jaren ’80 verantwoordelijk was voor de productie van Batman, een prent die het genre nieuw leven inblies, zag hij zichzelf als de uitgelezen persoon om ook Superman in een nieuw pakje te stoppen. Peters nam dat idee misschien iets te letterlijk en wat volgde was een van de bekendste Development Hell-soaps van de voorbije twintig jaar.
Peters wou het beruchte Death of Superman verhaal op het witte doek brengen en diverse schrijvers waagden hun kans. Jonathan Lemkin schreef een scenario dat los gebaseerd was op de Death-plot en ging vooral over hoe de onzekere Clark zijn gevoelens voor Lois wil opbiechten. Superman gaat uiteindelijk ten onder na een gevecht met Doomsday maar zijn ziel gaat over in Lois en niet lang daarna bevalt ze van een kind dat vliegensvlug tot een eenentwintigjarige man opgroeit. Ergens in het midden van de film sterft Lois en neemt de “nieuwe” Superman de mantel van zijn vader/eerdere “ik” over. Lemkin zelf gaf later toe dat het script erg “campy” was, om nog maar te zwijgen over de Oedipus-toon van het geheel (als de nieuwe Clark opgroeit en de ziel van zijn “vader” heeft, is hij dan ook niet verliefd op Lois… zijn moeder?!).
De volgende aan de beurt was ene Gregory Poirier. Hij schreef een scenario waarin Brainiac, een buitenaards wezen hier verantwoordelijk voor de vernietiging van Krypton, een bezoek brengt aan de Aarde om Superman te vermoorden. Met de hulp van Doomsday slaagt hij daarin maar een geheime overheidsdienst weet het lichaam van Superman te bemachtigen. Na een spirituele reis in het hiernamaals keert Superman terug naar het rijk van de levenden en neemt hij het samen met de agenten van Project Cadmus op tegen Brainiac.
De laatste in de rij was Kevin Smith. De vooral in de onafhankelijke filmwereld actieve Smith, die zijn inherente geek echter nooit onder stoelen of banken steekt, ging enthousiast aan het werk maar kreeg af te rekenen met Peters die allerlei vreemde ideeën had voor de film. Het is moeilijk om feit van fictie te onderscheiden maar de man had enkele op zijn minst eigenaardige wensen: zo mocht Superman niet vliegen, moest hij een moderne outfit dragen (waarschijnlijk geïnspireerd door de “tepels op de pakken” van Joel Schumachers Batman films), was het belangrijk dat er een gigantische mechanische spin in de derde act opdook (iets wat later toch gebeurde in het door Peters geproduceerde Wild, Wild West) en wou hij dat Braniac met ijsberen knokte!! Verder eiste hij dat Braniac een hond “of zoiets” en een homoseksuele R2-D2- achtige robot als sidekick had. Smith slikte dit allemaal zonder veel morren, dacht natuurlijk dat zijn producent geschift was maar slaagde er toch in om een min of meer coherent scenario neer te pennen.
Vervolgens werd Tim Burton, de regisseur van de twee eerste Batman producties, aangezocht en die dumpte meteen Smiths script, beloofde de rol van Superman aan Nicolas Cage, had Chris Rock in gedachten als Jimmy Olsen en dacht aan Jack Nicholson voor Lex Luthor. Nu vinden wij Burton nog steeds een van onze favoriete regisseurs maar dit zouden zelfs wij moeilijk kunnen aanvaarden. Schrijvers als Wesley Strick en Dan Gilroy leverden scenario’s af, sets werden gebouwd, locaties gezocht, meer dan veertig miljoen dollar werd in de preproductie van de film gepompt en uiteindelijk verscheen er niets in de bioscopen. Schumachers Batman and Robin betekende opnieuw het einde van de stripadaptaties maar niet vooraleer een ongeduldige fan een volgens bronnen schitterend script schreef (de start van een franchise die zou beginnen met maar liefst zeven films!!) dat zelfs tot bij de producenten raakte om daar door Peters meteen te worden uitgeschakeld. Tim Burton had er na jaren preproductie ook geen zin meer in en gaf er de brui aan.
Er volgden nog meer pogingen tot ook Nicolas Cage (een enorme Superman fan; hij noemde zijn zoon Kal-El) het project opgaf. In 2001 circuleerden geruchten over een door Wolfgang Petersen geregisseerde Batman vs. Superman op het internet. De film zou inspelen op het succes van twee nieuwe Batman-films die op dat moment in productie waren (Batman: Year One en een live-action versie van de animatieserie Batman Beyond) en een door McG (Charlie’s Angels) op het witte doek gebrachte Superman. J.J. “Lost” Abrams schreef een scenario, beweerde dat dit het eerste deel van een trilogie was en wierp de mythologie van Superman omver (zijn thuisplaneet was niet vernietigd, Lex Luthor was een alien…). Ondertussen was zo ongeveer elke jonge acteur op auditie geweest voor de rol en iedereen van Ashton Kutcher, Josh Hartnett en Brendan Fraser tot Orlando Bloom en Tom “Smallville” Welling bleek in de running.
Omdat de producenten de film om de kosten te drukken in Australië wilden opnemen en McG panische vliegangst heeft (en zo iemand moet Superman op het witte doek brengen?!) verdween de regisseur om het vervolg op Charlie’s Angels in te blikken. Nu kwam Brett Ratner op het toneel. Hij behield Abrams’ scenario, castte Anthony Hopkins als Jor-El en was klaar om met de opnames te beginnen tot er een kopie van Abrams’ tekst op het internet terechtkwam. Een vernietigende recensie van Drew ‘”Moriarty” McWeeny, een ondertussen in de televisie- en filmwereld doorstotende recensent van Ain’t It Cool News (de door übernerd Harry Knowles opgerichte filmsite) luidden het einde in van dit project, dat misschien nog niet eens zo desastreus was geweest (de actiescènes waren volgens Moriarty – die ook positieve punten te melden had – ongelooflijk spectaculair en wie niet een slaafse Supermanfan was zou Abrams’ ideeën misschien wel kunnen appreciëren). Na verloop van tijd en een escalerend budget werd Ratner ontslagen. Abrams had er ook genoeg van en Hopkins liet de kans om Jor-El te vertolken schieten.
Fast forward naar 2004. Bryan Singer, klaar om met zijn X-Men 3 de in deel twee klaargestoomde Phoenix saga uit te werken, krijgt de kans om Superman Lives te realiseren. Singer grijpt de kans en gaat bij de producenten van Fox smeken om op zijn X3, die hij na Superman alsnog wil maken, te wachten. Fox is razend en stuurt Singer wandelen. Terwijl Singer met de productie van de hertitelde Superman Returns begint komt in alle ironie Brett Ratner, na het ontslag van Matthew “Layer Cake” Vaughn, op de proppen om X3 te verfilmen. Zijn X3 wordt uiteindelijk een middelmatige maar best te genieten actiefilm die slechts een schaduw is van wat Singer (die X3 en X4 back-to-back wou filmen) gepland had.
Zomer 2006. We staan aan de vooravond van de Belgische release van Superman Returns. Singers Superman/Clark Kent is de onbekende acteur Brandon Routh die zich ooit op Halloween in een Clark Kent outfit gehuld had en later de aandacht van de regisseur trok. Routh lijkt fysiek enigszins op Reeve en ook zijn stem doet soms sterk denken aan die van de overleden acteur die voor altijd vereenzelvigd zal blijven met de superheld. Toch is de productie van Returns niet zonder problemen verlopen (eerste foto’s van het licht aangepaste pak werden op gemor onthaald en Singers homoseksualiteit en de zogezegde “homoseksuele agenda” van de film blijft voor belachelijk veel online controverse zorgen).
In tegenstelling tot de eerdere plannen van onder andere Burton, Abrams en Ratner is Returns een soort sequel op Donners Superman en het deels door Donner geregisseerde Superman II (de man kreeg ruzie met de toenmalige producenten en zag hoe Richard Lester de taak van hem overnam). Onze angst is dat Singer te nostalgisch vasthoudt aan Donners universum (dat op zich ook maar een van vele mogelijke interpretaties is) en dat hij dus ook in dezelfde fouten vervalt (nu al weten we dat de door Kevin Spacey vertolkte Lex Luthor een al even geschift vastgoedplan heeft als Hackmans Luthor).
Later deze week kunt op Moviegids de recensie van Superman Returns lezen en we hopen dat we de Man van Staal breed glimlachend mogen verwelkomen.
Hoe dan ook, met Singers film is het laatste woord over Superman nog niet gezegd. Voorlopig verlangen we dat we bij het verlaten van de bioscoopzaal op zijn minst kunnen schreeuwen: “I believe a man can fly!!”
[START INFO]
Superman Returns
verschijnt op 12 juli in de zalen.
[END
INFO]