Wie ons artikel over de geschiedenis van Superman en zijn moeizame terugkeer naar de bioscopen gelezen heeft weet dat het personage allesbehalve een niet serieus te nemen tijdelijke verstrooiing voor enkele peuters is. Superman maakt, net als veel andere striphelden, deel uit van een moderne mythologie en verdient meer dan ooit een plaats in deze prille, getroebleerde eenentwintigste eeuw. Het was aan regisseur Bryan Singer om het personage groots op het scherm te brengen. Hij liet het derde luik in de X-Men reeks schieten, verhuisde zijn hele crew van Fox naar Warner Brothers en ging met eenzelfde soort liefde die Peter Jackson ook al koesterde voor zijn King Kong aan de slag.
Een flinke tijd en een gigantisch hoog budget later (Singer zelf beweert 204 miljoen dollar, anderen spreken over 250 tot 300 miljoen!!!) konden filmfans over de grote plas vanaf 28 juni de Man van Staal opnieuw bewonderen. De prent werd daar door de critici overwegend positief ontvangen (hoewel heel wat “fanboys” op de vele internetsites nog steeds hun gal spuien) maar de min of meer teleurstellende box office na de eerste vijf dagen (hoewel een dikke tachtig miljoen dollar natuurlijk een relatieve teleurstelling is) doet vragen rijzen over mogelijke vervolgfilms, de toekomst van Singer én de acteercarrière van de uit de anonimiteit geplukte Brandon Routh.
“Maar hoe is de film zelf?”, horen we u ongeduldig denken. Laat Singer zich te sterk leiden door zijn nostalgische gevoelens voor de Richard Donner-films (Superman: The Movie uit ’78 en Superman II uit 1980), in die mate zelfs dat hij in de plot verstrikt raakt? Hadden we liever een nieuwe, originele interpretatie van de personages en de wereld waarin ze leven gezien? Is Kate Bosworth te jong als de nieuwe Lois Lane? Zorgt de aanwezigheid van haar kind voor narratieve problemen (die in mogelijke sequels uitvergroot kunnen worden)? Komt Lex Luthor te weinig aan bod? Zijn de actiescènes te gering? Het antwoord op al deze vragen is jammer genoeg: ja. Is Superman een slechte film? Absoluut niet!
Er zijn drie soorten mensen die Superman Returns zullen gaan bekijken: zij die vooral fans zijn van de strips en vertrouwd zijn met de verscheidene versies van de superheld; zij die nieuwsgierig zijn naar de nieuwste, spectaculaire spektakelfilm en last but not least; de “serieuze” filmliefhebbers die al dan niet met de messen geslepen wachten om de film onderuit te halen… of om er net intens van te genieten. We betwijfelen dat Superman Returns deze drie diverse groepen altijd zal weten te bekoren maar als de start van een nieuwe franchise mag de prent er best zijn.
Superman Returns begint met een openingsgeneriek die meteen herinneringen oproept aan Donners origineel. John Williams’ iconische thema weerklinkt als een goddelijke symfonie en we razen door het heelal, het vanaf het geëxplodeerde Krypton naar de Aarde geslingerde ruimteschip van de jonge Kal-El achterna. Meteen is de toon gezet en is duidelijk dat deze film zich vastklampt aan de visuele en inhoudelijke ideeën die er aan vooraf zijn gegaan, of we dat nu leuk vinden of niet. Na een jarenlange afwezigheid crasht Kal-El/Clark Kent (Brandon Routh – spreek uit als “south”) op het erf van zijn pleegmoeder Martha Kent (Eva Marie Saint) en weet zijn job als reporter bij de Daily Planet opnieuw te bemachtigen. Daar komt hij tot de onthutsende vaststelling dat Lois Lane (Kate Bosworth) een nieuwe man (James Marsden) én een kind (Tristan Lake Leabu) in haar leven heeft. Verder is ze dankzij haar artikel “Why The World Doesn’t Need Superman” de trotse winnares van de Pulitzer Prijs. Het duurt niet lang vooraleer Superman zichzelf op spectaculaire wijze aan de wereld moet tonen en hoewel iedereen dolgelukkig is over zijn terugkeer blijft Lois ongeïnteresseerd en afstandelijk. Maar dat is lang niet het enige probleem dat Superman te wachten staat. De megalomane Lex Luthor (Kevin Spacey) heeft een flink deel van zijn gevangenisstraf weten te ontlopen en is druk in de weer met diabolische plannen. Als uiteindelijk niet alleen de levens van Lois en haar familie maar zowat iedereen op het Amerikaanse vasteland in gevaar komen moet Superman aan de wereld – en vooral Lois – bewijzen hoe onmisbaar hij wel is.
We hebben het al eerder aangehaald maar we kunnen er niet onderuit: Superman Returns is in wezen een remake van Superman: The Movie uit ’78. Dat horen we niet alleen in dialogen maar zien we ook in verhaallijnen en plotwendingen die schaamteloos herhaald worden. Het plan van Luthor is bijna hetzelfde als dat van Gene Hackmans Luthor in het origineel; alleen dan op een iets grotere schaal (en bovendien vrij onzinnig). Tevens is de film ook een voortzetting van de gebeurtenissen uit deel twee (de derde Christopher Reeve-film met Richard Pryor en het vierde luik, The Quest for Peace, worden gelukkig genegeerd) en hier stoot Singer soms op problemen met de continuïteit. Hij heeft het zichzelf allesbehalve gemakkelijk gemaakt en de jonge scenaristen Michael Dougherty en Dan Harris schreven het verhaal misschien in een hoek (dat zal later blijken hoewel we, zonder in detail te gaan, een mogelijke versie van de in de jaren ’90 nooit gefilmde Death of Superman-plot een mogelijke optie voor sequels zien). Wie echter meent dat dit een negatieve recensie is vergist zich. Superman Returns is lang geen perfecte film en heeft af te rekenen met niet te onderschatten problemen maar dit is een van de betere zomerfilms van het jaar en een knappe toevoeging bij het genre van de stripverfilmingen. Zo mag deze pseudo-remake dan wel stevige roots hebben in Donners eind jaren ’70 universum (zelfs het allerlaatste shot is een hommage/kopie van Reeve’s groet aan het bioscooppubliek), toch doet deze prent zijn eigen ding en is het resultaat, hoewel narratief en visueel niet bijster origineel, bevredigend.
De film valt of staat met de casting van Superman en met Brandon Routh heeft Singer een goede gok gemaakt. Alle bekommernissen over deze jonge acteur en of hij al dan niet in het al even controversiële, maar amper opvallend aangepaste pak past worden bijna meteen van de tafel geveegd. In de eerste scènes, waarin hij het scherm deelt met Eva Marie Saint (die tweeënvijftig jaar na On the Waterfront indirect de affiche deelt met de met behulp van computers even tot leven gewekte Marlon Brando), komt hij nog ietwat onzeker over maar dat euvel wordt vlug verholpen en als de net niet te stuntelige Clark (sommigen hadden hem liever iets meer onhandig gezien maar wij vinden dat dat soort slapstick gauw gaat vervelen) en vooral als de stoïcijnse Superman is hij ronduit uitstekend. Zijn Superman praat niet veel (wij zien het personage toch eerder als “the strong, silent type” dan als een spraakwaterval) maar klinkt en lijkt soms angstaanjagend goed op Christopher Reeve, zonder daarom een flauwe imitatie te worden. Routh bewandelt, net als Singer, een erg dunne lijn maar levert mooi werk af dat van hem een acteur maakt om in de gaten te houden.
Als Lois Lane is Kate Bosworth te jong. Haar leeftijd en looks tasten de geloofwaardigheid van het personage aan en ook het feit dat een Pulitzer winnares vaak domme vragen stelt die het niveau van een kind nauwelijks overstijgen komt haar niet echt ten goede. Toch is haar Lois Lane beter dan de irriterende zeurkous die Margot Kidder in de eerdere films neerzette. Het mag dan wel door sommige fans als godslastering bestempeld worden maar wij vonden Kidder nooit goed als de rokende reportster die, smoorverliefd op Superman, geen blad voor de mond neemt. Bosworth heeft af te rekenen met haar jonge leeftijd en heel wat vooroordelen maar zet, op enkele uitschuivers na, een volwassen Lois neer.
En dan is er Kevin Spacey als Supermans aartsvijand Lex Luthor. Wij zijn van mening dat Michael Rosenbaums jonge Lex in Smallville de voorlopig beste versie van het personage in het audiovisuele medium is maar Kevin Spacey neemt trots de tweede plaats in. Gene Hackmans vertolking in de Donners films kunnen we best waarderen maar zijn Luthor werd omringd door idiote hulpjes. Dat is hier op zich niet anders maar de zwijgende “thugs” (onder hen Kal Penn van Harold & Kumar Go to White Castle) zijn in Returns geen softies en deinzen niet terug voor moord en andere brutaliteiten. Parker Posey’s Kitty is een update van Miss. Tesmacher uit de eerste film en heeft op comic relief na niet echt een functie. Toch vonden wij haar minder irritant dan verwacht en haar relatie met Lex is vaak vreemd te noemen (in een leuke scène slaat ze hem zonder waarschuwing keihard op het gezicht waarna hij haar geamuseerd aanstaart). Een van de problemen bij Hackmans Luthor was dat hij, omwille van een niet uitgesproken maar latent aanwezig minderwaardigheidscomplex, problemen had met zijn kaalheid. In Returns gebruikt Luthor de pruiken als vermomming en wordt al in zijn eerste, erg geslaagde scène duidelijk dat hij trots is op zijn zonlicht reflecterende hoofd. Spacey’s Luthor hoort net als de rest van de film bij de eerdere incarnatie thuis maar geeft er zijn eigen draai aan. Lex Luthor is charmant en grappig maar kan elk moment de controle verliezen zodat de wrede, nietsontziende psychopaat die hij duidelijk is aan de oppervlakte komt (de scène uit de trailer waarin hij Lois en haar zoon Jason zijn plan uit de doeken doet leek flauw grappig maar wordt in de film iets vreemd en dreigend).
De rest van de cast wordt solide ingevuld. Sam Huntington amuseert zich als de enthousiaste fotograaf Jimmy Olsen, een figuur dat ons ook nooit eerder wist te boeien; James Marsden is verrassend solide als Lois’ nieuwe man Richard White (in tegenstelling tot wat clichés doen vermoeden is zijn rol bijna even heldhaftig als die van Superman, maar dan op een kleine, menselijke schaal); Frank Langella’s Perry White, de hoofdredacteur van de Daily Planet, staat in schril contrast met J. Jonah Jameson – de schreeuwerige redacteur van de Daily Bugle in Spider-Man – en levert ingetogen, onderschat werk af. De jonge Tristan Lake Leabu heeft de moeilijke taak om een publiek dat meestal een hekel heeft aan kinderen in dit soort films aan zijn kant te krijgen maar is prima én goed geregisseerd als Jason, het personage dat inhoudelijk en in verband met de continuïteit de meeste vragen oproept.
De fotografie van Newton Thomas Sigel (er werd voor het eerst gebruikt gemaakt van de revolutionaire maar volgens bronnen door kinderziektes geplaagde Genesis High Definition camera) en de bijna retro-futuristische sets van Guy Hendrix Dyas bezorgen de film een sprookjesachtige, larger-than-live look die, hoewel ver verwijderd van Christopher Nolans neorealisme in Batman Begins, toch in een realiteit geankerd blijft. De speciale effecten zijn overwegend uitstekend (de vliegeffecten zijn een stap vooruit sinds we Neo door het luchtruim zagen scheren in de Matrix sequels) en de actiescènes mogen dan wel schaars en kort zijn (persoonlijk verkiezen we de uitgesponnen, misschien een beetje anticlimactische maar erg stripverhaalachtige finale boven de veelbesproken vliegtuigsequentie), toch genoten we van Singers berekende en liefdevolle regie.
Ook de muziek van John Ottman (ook verantwoordelijk voor de montage) mag er zijn en hij maakt intelligent gebruik van de bekende thema’s van John Williams, zonder die opdringerig te laten worden (in de tweede helft van de film laat Ottman zijn eigen Supermanthema’s domineren en tilt hij de film boven nostalgie en louter hommage uit).
Superman Returns is een film waar we nog duizenden woorden over kunnen schrijven maar die niet iedereen zal bekoren. Supermanfans zullen niet altijd tevreden zijn met Singers persoonlijke en van stripcontinuïteit afwijkende visie; critici zullen zich ergeren aan het gebrek aan cynisme en de, wat ons betreft in dit geval geslaagde, subtiele parallellen met religie en escapisten op zoek naar hersenloze actie zullen al evenzeer op hun honger blijven zitten. Wie echter in staat is om op Singers frequentie af te stemmen en het personage en alles rondom hem te zien zoals hij dat ziet zal een warm, ongegeneerd romantisch eerbetoon én de terugkeer van de opgefriste held der helden ontdekken. Wij willen de film alvast meteen nog eens zien en dat betekent toch wel iets.
Nu moet u ons excuseren; we gaan de helderblauwe hemel afspeuren op zoek naar een blauwrode flits tussen de wolken!
Titel: Superman Returns
Genre: stripverfilming / romantische actiefilm
Speelduur: 2u34
Regisseur: Bryan Singer
Acteurs: Brandon Routh, Kevin Spacey, Kate Bosworth, Parker Posey, James Marsden, Frank Langella, Tristan Lake Leabu, Sam Huntington, Eva Marie Saint, Kal Penn, David Fabrizio