Het is vandaag moeilijk te geloven maar Burt Reynolds was in de jaren ’70 een enorm populaire filmgod. Hij filmde kaskrakers aan elkaar met speelfilms zoals Deliverance (1972), White Lightning (1973), Gator (1976) en onze persoonlijke favoriet The Longest Yard (1974). In 1977 bereikte Reynolds het hoogtepunt van zijn populariteit met Smokey and the Bandit (1977). Een enorme kassucces destijds. Alleen dat obscuur sciencefiction filmpje van George Lucas deed het nog beter dat jaar.
Burt Reynolds werd in 1972 een Amerikaanse ster met Deliverance van de Britse cultregisseur John Boorman. Een film over vier zakenmannen wiens avontuurlijke kanotocht uitmondt in een reis vol verschrikkingen en geweld. Hierin moest Reynolds nog wel de hoofdrol delen met Ned Beatty, Ronny Cox en John Voight. Het eerste echte Amerikaans stervehikel voor Reynolds werd White Lightning.
White Lightning behoord tot een subgenre van “moonshine movies”, machofilms geobsedeerd door auto’s en gesitueerd in het zuiderse staten van Amerika. Het vertelde avonturen over dranksmokkelaars die de politie telkens te slim af zijn. Dit gebeurde allemaal op Cajun, Country en/of Bluegrass muziek. In zijn eerste scène zien we Reynolds in ontbloot bovenlijf werken aan een automotor in de gevangenis waar hij zijn straf uitzit voor illegale drankstokerij. Wanneer hem verteld wordt dat zijn jongere broer vermoord is door een corrupte Sheriff gooit hij het op een akkoordje met de Federale Politie voor een vroegtijdige vrijlating om de Sheriff te ontmaskeren. Maar zijn wraak in deze niet-politieke correcte film krijgt gelukkig voorrang. De rol van Sheriff wordt verrassend effectief vertolkt door Ned Beatty, zijn co-ster uit Deliverance. Wie goed oplet ziet enkele seconden een zesjarige Laura Dern in haar filmdebuut.
Met White Lightning werd Burt Reynolds het icoon van deze zuiderse volksfilms als de goedlachse good ‘ol boy. Het is nog steeds zijn beste film in dit genre met een hoofdrol (nog zonder zijn “seventies“ snor) die hem op het atletische lijf geschreven was. White Lightning is een typische vlot vertelde actieprent uit de vroege jaren ’70 geregisseerd door specialist Joseph Sargent. Dezelfde regisseur zou een jaar later zijn meesterwerk draaien: The Taking of Pelham 123 (1974) met Walter Matthau in de hoofdrol.
Burt Reynolds startte in de jaren ’60 met bijrollen in televisiereeksen zoals River Boat (1960) en Gunsmoke (1955-1975). In 1966 had hij de hoofdrol in de tv serie Hawk. Daarin vertolkte Reynolds een Indiaan die een detective in New York was. De serie draaide maar 17 episodes maar in hetzelfde jaar aanvaardde hij de hoofdrol in een Italiaanse western geregisseerd door niemand minder dan onze cult-favoriet Sergio Corbucci: Navajo Joe. Zijn toenmalige TV-collega Clint Eastwood was door zijn hoofdrollen in Italiaanse westerns een vetbetaalde superster geworden in Europa.
In Navajo Joe vertolkt Reynolds opnieuw een Indiaan. Als de titelheld gaat hij in typische Spaghettiwesternstijl op een wraakqueeste. Maar eerst moet hij wel halfdood in elkaar geklopt worden alvorens de slechteriken naar het hiernamaals te kunnen knallen. De geweldige muziek voor dit soort wraakfilms is van de onvermijdelijk Ennio Morricone. Het hoofdthema van Navajo Joe gebruikte cult-verslaafde Quentin Tarantino voor de sterfscène van David Carradine in Kill Bill Vol 2. Ook van de muziek uit White Lightning van Charles Berstein heeft Tarantino gebruik gemaakt tijdens het gevecht van The Bride tegen de Crazy 88 in Kill Bill Vol 1.
Reynolds werd wel geen Europese superster zoals Eastwood maar het typeerde hem wel om enkele jaren gecast te worden als een “Native American” in films zoals 100 Rifles (1969), een Amerikaanse imitatie van een Italiaanse western. Hij deelde de hoofdrol met de toenmalige sportheld Jim Brown en sixties pin up icoon Raquel Welch. De pluspunten van 100 Rifles zijn veel spectaculaire actiescènes en knappe muziek van Jerry Goldsmith.
Vanaf White Lightning hoefde Burt Reynolds geen hoofdrol meer te delen. Hij was populair en ervaren genoeg om een film te dragen. Zijn beste film is The Longest Yard (1974) van machoregisseur Robert Aldrich. Hierin is Reynolds een has-been sportheld in de gevangenis die zijn medegevangen traint voor een rugbywedstrijd tegen de bewakers. The Longest Yard is een slimme combinatie van een sportfilm en gevangenisdrama waar de testosteron van het scherm druipt met kleurrijke bijrollen van stoere macho iconen uit de vroege jaren ‘70. De film is een perfect voorbeeld van het cynisme in de Amerikaanse cinema uit die periode. Toen kon een populaire hoofdrolspeler luidop BULLSHIT zeggen tijdens het Amerikaanse volkslied. De corrupte gevangenisdirecteur wordt gespeeld door Eddie Albert die een geweldige parodie aflevert van de toenmalige Amerikaanse president Richard Nixon.
In 1977 werd de enorm populaire Smokey and the Bandit een keerpunt in de carrière van Reynolds. In feite is Smokey de zoveelste “moonshine-film” in een rij. Maar ditmaal was het allemaal meer familievriendelijk. Niemand stierf of raakte gewond, de nadruk lag meer op slapstick en zuiderse karikaturen. Jackie Gleason was geweldig als de oerdomme Sheriff, een personage dat zeer ver verwijderd was van de griezelige Beatty in White Lightning. De geïmproviseerde scheldwoorden van Gleason in Smokey werden tijdens de dubbing wel heringesproken zodat de hele familie kon mee kijken. Smokey was zo populair dat er al vlug sequels en imitaties kwamen, meestal van zeer slechte kwaliteit. Daardoor heeft de originele Smokey met de jaren wel veel van zijn frisheid en glans verloren.
Ook van White Lightning is er een sequel gedraaid: Gator, tevens het regiedebuut van Burt Reynolds. Ditmaal speelt hij de titelrol met zijn iconische “seventies” snor. In navolging van zijn bevriende concurrent Clint Eastwood kreeg Reynolds ook ambities als filmregisseur. Toen was het nog zeldzaam dat een acteur zijn eigen films regisseerde. Gator haalt wel niet het niveau van White Lightning (te lang met niet genoeg actie) maar het toonde wel dat Reynolds een uitstekend actieregisseur kon zijn en is oneindig superieur aan de Smokey-sequels. Zijn beste film als regisseur is Sharkey’s Machine uit 1981. Het is een sfeervolle film noir met enkele Dirty Harry-achtige actiescènes met een onvergetelijke bijrol van Henry Silva als een psychopathische “hitman”. Sharkey’s Machine zou de laatste goede Burt Reynolds-film worden.
Rond dezelfde periode begon zijn carrière de dieperik in the gaan door te verschijnen in de ondermaatse sequels van Smokey and the Bandit en Reynolds speelde dan ook nog de hoofdrollen in afgrijselijke imitaties waaronder de Cannonball Run films (1981–1984) en Stroker Ace (1983). Zijn populariteit zakte als een baksteen en de acteur moet sindsdien alles aannemen wat hem aangeboden wordt. Enkel met zijn bijrol in Boogie Nights (1997) als een pornoregisseur zagen we nog eventjes de oude glorie van Reynolds flikkeren. Hij kreeg er zelfs een oscarnominatie voor. Maar een grote comeback heeft het niet opgeleverd. Sindsdien speelt Reynolds bijrollen in drek zoals Striptease (1996), Bean (1997) en Driven (2001). Recent speelt hij zelfs bijrollen in slechte remakes van zijn eigen vroegere successen zoals The Longest Yard (2005) met Adam Sandler in de hoofdrol of de idiote bioscoopremake van de televisieserie die was gebaseerd op de originele Smokey film: The Dukes of Hazard (2005).
Burt Reynolds heeft in uitstekende films gespeeld, maar enkel Deliverance heeft de status van klassieker verworven. Hij verdiende zeker een carrière zoals zijn leeftijdsgenoten Clint Eastwood, Sean Connery, Robert Redford of Paul Newman. De films White Lightning, Gator en Smokey stammen nog uit de periode voordat Reynolds een zelfparodie werd. Voor de cultfans onder ons zijn de meeste van zijn films uit de vroege jaren ’70 op DVD beschikbaar. Ze worden wel zonder al te veel publiciteit op de DVD markt gesmeten en zonder extra’s, zelfs een trailer kan er niet af. Dus trek een blik bier open, bestel een pizza, beleef de filmavonturen van Gator McCluskey en “put the metal to the pedal”.
In Cult Corner dalen we elke maand af naar de kelders van Hollywood: lang vergeten tv-series, obscure langspeelfilms of bizarre acteurs worden op die manier weer in het voetlicht geplaatst.