Toen de aanvankelijk als fotograaf bekende Larry Clark zich met zijn speelfilmdebuut Kids in ’95 in de filmwereld ramde wisten liefhebbers en critici dat de onafhankelijke cinema nooit meer hetzelfde zou zijn. Clarks harde Kids, een bijna als documentaire gerealiseerde prent over preadolescenten en hun vele contacten met seks en drugs (met de nog erg jonge Chloë Sevigny en Rosario Dawson in de cast), luidde een reeks door Clark geregisseerde controversiële producties in, waarbij de ene al iets meer op de commerciële markt gericht was (Bully) dan de andere (Ken Park).
Met Ken Park uit 2002 bereikte Clarks beruchte reputatie een hoogte- of dieptepunt. In die film toont Clark, nog meer dan in zijn andere werk, een fascinatie voor de seksuele handelingen van pubers. Zijn acteurs en actrices zijn uiteraard ouder dan achttien maar het feit dat ze nog maar pas de kinderschoenen ontgroeide jongeren vertolken viel bij velen in slechte aarde. Het is niet de eerste keer dat Clark als een halve pedofiel uitgescholden wordt en voeg daar nog eens aan toe dat hij sinds Kids zo ongeveer met elke jonge deerne uit zijn films een relatie heeft gehad en je krijgt een veelbesproken filmmaker. Ook zijn amoureuze band met de Ken Park actrice Tiffany Limos (die zevenendertig jaar jonger is dan Clark) wordt op het conservatieve thuisfront vaak op gemor onthaald maar het zijn vooral de vele beelden van plassende jongens en de bijna zweverige cameravoering over tepels die bij iedereen een onbehaaglijk gevoel dreigen achter te laten (om nog maar te zwijgen over de wurgmasturbatie die hij zonder schroom in Ken Park op het publiek loslaat). Ken Park werd, op een enkele vertoning op een festival na, nooit uitgebracht in de Verenigde Staten en zou ook niet in Groot-Brittannië getoond worden (Clark sloeg de Britse distributeur in elkaar nadat die de terroristische aanslag van elf september als “het beste dat Amerika kon overkomen” had beschreven).
Met Wassup Rockers verwachtten we ons dan ook aan het ergste maar wat blijkt: ondanks de vele typische Clark-momenten is Rockers een deels maatschappijkritische maar vaak dwaze komedie geworden waarin de absurditeiten zich aan een hels tempo opstapelen.
De prent opent met Jonathan, een tiener uit de getto van South Central Los Angeles, die als in een documentaire tegen de camera over zijn vrienden; pubers met kleurrijke namen als Porky, Kiko en Spermball, vertelt. Dat het hier om fictie gaat wordt echter gauw duidelijk als een straatschoffie, een vriend van Jonathan, brutaal wordt neergeknald. Wat volgt is een aaneenschakeling van scènes uit het leven van de personages, de vooroordelen waar ze mee te maken krijgen, hun al dan niet succesvolle liefdeslevens en hun favoriete vrijetijdsbezigheden (in tegenstelling tot de vele hiphopbendes uit hun omgeving dragen Jonathan en zijn “homies” strakke broeken, luisteren ze naar en maken ze oorverdovende punkrock en verplaatsen ze zich van en naar school met skateboards). Halverwege de film daagt dan eindelijk iets op dat enigszins op een plot lijkt als de jongens met de bus naar Beverly Hills rijden om daar ongestoord te gaan skaten. In het decadent mondaine Hollywood krijgen ze het aan de stok met de wet, snobistische kerels en schietgrage acteurs maar genieten ze ook van bloedgeile jongedames en extravagante feestjes. Het wordt een nacht om nooit meer te vergeten!
Het is niet eenvoudig om Clarks bedoelingen met deze prent te doorgronden (als die er al zijn). Toont hij ons een docudrama over het harde leven van de jongens? Is dit alweer een seksueel geladen kijk op de ontluikende vleselijke verlangens van pubers? Of wil hij zijn publiek gewoon entertainen? Het antwoord ligt niet voor de hand maar na afloop kwamen we tot de realisatie dat Wassup Rockers een narratief wild, tussen de bedrijven door naar het Republikeinse gedachtegoed uithalend, om zich heen schoppend audiovisueel beest is én tevens het dichtst dat Clark ooit bij een pretentieloze komedie zal komen. Zijn bevreemdende shots zijn naar goede (?!) gewoonte van de partij (wat heeft die man toch met pubertorso’s?!) en in de derde act (als de jongens in hartje Hollywood van het ene in het andere avontuur belanden) laat Clark de teugels volledig los. Wij zaten met open mond te staren naar de gebeurtenissen die zich voor onze ogen op het doek ontvouwden en vroegen ons net niet luidop af hoe iemand zoiets in zijn hoofd kan laten opkomen. De – bij gebrek aan een beter woord – “finale” is een opeenvolging van ronduit ridicule scènes als de jongens uit de voor hen levensgevaarlijke blanke rijkeluiswereld trachten te ontsnappen. Clark pakt ook nog even niet echt subtiel Clint Eastwood aan, ridiculiseert yuppie’s, toont knappe blanke meisjes als door de ruwe “punks” aangetrokken sletjes en gooit er meteen ook een hilarisch uit de hand gelopen knokpartij tegenaan. Anderzijds weet hij met een ingetogen gesprek tussen een van de skater boys en een rijkeluismeisje ook de kern van de zaak te benaderen en slaagt hij erin om het publiek als een blok aan de kant van de jongens te scharen.
De cast bestaat opnieuw uit van de staat geplukte jongeren en stralen een authenticiteit uit, met alle positieve en negatieve gevolgen die daarbij horen (het min of meer wat de dialogen betreft geïmproviseerde scenario levert niet meteen Shakespeare op). Maar de pubers, aangevoerd door Jonathan Velasquez, konden vrij vlug op onze sympathie rekenen en zijn goede gidsen in hun wereld… én Clarks beangstigende psyche.
Het resultaat, in tegenstelling tot wat de productie doet vermoeden, is misschien wel Clarks meest toegankelijke film en iedereen die min of meer beseft wat hem te wachten staat zal zich, met enige voorkennis van Clarks oeuvre, best wel amuseren. Let wel; dit is geen spek voor ieders bek. Wie openstaat voor een absurde versie van Kids, compleet met ellenlange shots van de door het straatbeeld skatende adolescenten én wie bereid is de mompelende, met hun skateboards keihard op hun gezichten vallende “jonge gasten” naar de ons vreemd genoeg aan Stand By Me herinnerende ontknoping te volgen zal zich alvast niet vervelen.
Met deze positieve woorden in gedachten kunnen we Wassup Rockers eigenlijk niet aanraden. Het is niet meteen een film die de arthouse-liefhebbers unaniem zal aanspreken en vertierzoekers kunnen maar beter nog eens naar het overigens uitstekende Dead Man’s Chest gaan kijken. Dit is een film van en voor “Clark-isten” die misschien net iets meer kans maakt om ook door een groter publiek te worden gesmaakt. Progressieve geesten; waag uw kans! Alle anderen – en vooral Eastwoodfans – laten deze kelk beter aan hen voorbijgaan.
What’s up Rockers?!
Titel: Wassup Rockers
Genre: docudrama / komedie
Speelduur: 1u45
Regisseur: Larry Clark
Acteurs: Jonathan Velasquez, Francisco Pedrasa, Milton Velasquez, Usvaldo Panameno, Eddie Velasquez, Carlos Ramirez, Iris Zelaya