Wolf Creek was vorig jaar de sensatie op het Sundance Film Festival. De film werd genomineerd voor de World Cinema Prijs van de Grand Jury. Later op het jaar begon Wolf Creek aan een succesvolle tournee langs verschillende festivals: er waren zes nominaties voor de Australische IF Awards, er was een nominatie voor de Empire Award voor beste horrorfilm, er was een prijsje in Austin en een nominatie voor de prestigieuze Saturn Awards, een prijs die wel verdiend naar The Exorcism of Emily Rose ging. Zoveel nominaties en prijzen, dat schept hoge verwachtingen. Helaas worden die niet helemaal ingelost. Wolf Creek is in zijn genre een goede, maar geen geweldige horrorfilm. Beter dan bijvoorbeeld Hostel, maar minder sterk dan de remake van The Hills Have Eyes.
Nog voor de film begint worden we erop gewezen dat Wolf Creek gebaseerd is op ware gebeurtenissen. Jaarlijks worden 30.000 mensen in Australië als vermist opgegeven, zo klinkt het onheilspellend. Negentig procent daarvan worden binnen een maand gevonden. Sommigen duiken nooit meer terug op. Dat is deels het werk van een sadistische seriemoordenaar die in de Australische binnenlanden rondwaart. In de godvergeten Outback rijt hij nietsvermoedende rugzaktoeristen aan stukken. Momenteel zit zo'n rugzakmoordenaar een levenslange gevangenisstraf uit. De Kroaat Ivan Robert Marko Miller vermoordde in de jaren negentig in New South Wales minstens zeven toeristen. Wolf Creek zou losjes gebaseerd zijn op een getuigenis van een toerist die aan de backpack murderer kon ontsnappen.
De moorden worden in de film gesitueerd in 1999. Drie studenten hebben twee weken van zon, zee en zand achter de rug in het West-Australische Broome. Met spijt in het hart verlaten ze de kuststreek om met een gammele huurwagen het binnenland in te trekken. Hun eerste halte is de Wolf Creek-krater, waar een van de grootste meteoorinslagen te zien is. Het ritje naar de krater vult het grootste deel van de eerste act van de film. Regisseur Greg McLean neemt daarin ruim de tijd om de drie hoofdpersonages, de Britse Liz Hunter (Cassandra Magrath), Kristy Earl (Kestie Moassi) en de Australiër Ben Mitchell (Natha Phillips), voor te stellen. De leut zit er goed in. Onderweg wordt er gezongen, gitaar gespeeld, pot gerookt en de hormonen spelen op. Backpacken als metafoor voor het leven.
De ellende begint na de vier uur durende hiking door Wolf Creek National Park. Het regent pijpenstelen en tot overmaat van ramp wil de wagen niet starten. Het volgende dorpje ligt onbereikbaar ver van hen af. Het drietal maakt zich op om de nacht in de auto door te brengen als de redding nabij is. Een man met een takelwagen rijdt toevallig voorbij. Mick Taylor (John Jarrett) oogt wat vreemd en wereldschuw, maar wil wel helpen. Hij takelt hen naar zijn huis en zal zo snel mogelijk de auto repareren.
Het vervolg laat zich raden. De man is niet de reddende engel, maar de baarlijke duivel. In zijn schuurtje vol haken, kettingen en werkmateriaal herbergt hij naast een collectie auto's ook een verzameling lijken, beenderen en botten. Liz, Kristy en Ben worden aan de ergste folteringen onderworpen. Kunnen ze ontsnappen uit de klauwen van de sadist of worden ze het zoveelste slachtoffer van deze zieke, zielige, sadistische moordenaar?
Het is tegenwoordig nogal in trek om naast tienervriendelijke softhorror opnieuw keiharde gruwel in grote zalen te brengen, nogal vaak onder het goedkeurende oog van Quentin Tarantino. In deze grimmige tijden doen gitzwarte horrorfilms die mijlenver staan van films als Scream het erg goed. Kijk naar het succes van Hostel of de remakes van The Texas Chainsaw Massacre en The Hills Have Eyes. Wolf Creek past perfect in deze traditie vol hyperrealistische, goedkope griezel. Het blijft een raadsel waarom het grote bioscooppubliek plotseling terug deze marginale filmniche ontdekt heeft, maar Greg McLean springt handig op de kar. De man kent zijn klassiekers en flirt af en toe met de genreclichés.
Een prominente rol in Wolf Creek is weggelegd voor het Australische landschap. De tussenshots van een volle maan, een zinkende zon of een wijds woestijnpanorama leveren erg mooie helikopterbeelden op en beklemtonen de isolatie van de personages in hun heikele situatie. In zo'n eenzaamheid hoeven ze op geen deus ex machina te rekenen. In deze survival of the fittest zijn ze volledig op zichzelf aangewezen. In een van de indrukwekkendste shots uit de film zien we hoe een van de meisjes, ontsnapt, de autoweg weet te bereiken. Ze rent, onder en bewolkte, dreigende hemel, de weg af op zoek naar hulp, maar de lijdensweg is eindeloos.
Vreemd genoeg hielpen de omstandigheden tijdens de productie in het scheppen van de ruwe, omineuze sfeer. Nadat de crew de zonnige kust verlaten had, bleek het in en rond Wolf Creek voor het eerst in tien jaar te regenen. Het slechte weer gooide roet in het eten, maar er was nauwelijks tijd of geld om de opnames aan te passen. McLean moest het budget onder de 1 miljoen dollar houden. In contrast met de uitgestrektheid van het landschap, zit McLean de acteurs met de camera dicht in de haren. Hij filmt ruw, ongelikt, grauw. De stijl past perfect bij de inhoud.
Wolf Creek is geen film voor mensen met dunne huid of zwakke maag. Regisseur McLean toont de mensheid op zijn slechtst. Sadistische, zieke psychopaten bestaan. Hun daden op pelicule vastleggen lijkt pervers, maar de echte pervert is diegene die genoegen schept in het bekijken ervan. Het doel van Wolf Creek is het scheppen van walging, ongeloof, een slecht gevoel. Dat lukt Wolf Creek prima. Een uitstekende film is het daarom niet, maar we hebben al slechter gezien.
[START INFO]
Titel:
Wolf
Creek
Genre: Thriller, horrorfilm
Speelduur: 1u39
Regisseur: Greg
McLean
Acteurs: Cassandra
Magrath, John Jarratt, Kestie Morassi en Nathan Phillips
[END
INFO]