Diezelfde wind is voor Loach symbool voor de geesten van gestorven Ierse vrijheidstrijders ruisend door de Ierse gerstvelden. Tot zover de romantiek van dit in Cannes met de Gouden Palm bekroonde bloederige historische epos. Ierland was echter meer rood dan groen tijdens de onafhankelijkheidsoorlog (The Tan War, 1919-1921). Rood met het verspilde bloed van zowel het Ierse Republikeinse Leger (IRA) als de barbaarse, ongedisciplineerde Black & Tans. De Ieren bestempelden deze knokploegen van ex-militairen als door de Britse regering gesponsorde terroristen. En het bloed vloeide nog rijkelijker in de daaropvolgende burgeroorlog van 1922 toen de Ieren elkaar naar het leven stonden. De politiek beladen inhoud van Loach’s verhaal deed veel stof opwaaien in Engeland want Brits imperialisme wordt ongenadig aangepakt. De rechtse pers viel de regisseur even dilettantisch aan als de moslims destijds de Duivelse Versen van Salman Rushdie, in zover dat vele critici de film niet eens gezien hadden, hij was nog niet in roulatie. Linkse lefgozer Loach wordt standaard aangevallen door het establishment, maar dit zegt niets over de kwaliteit van zijn speelfilms.
The Wind That Shakes the Barley speelt zich af in de provincie Cork tussen 1919-1922 tijdens de onafhankelijkheidsoorlog. Oog om oog, tand om tand was aan beide kanten het credo. De jonge arts Damien (Cillian Murphy) geeft zijn carrière op voor een bestaan als IRA-soldaat samen met zijn broer Teddy (Padraic Delaney). In 1921 was er eindelijk een bestand gevolgd door een verdrag getekend in Londen namens de Ieren door de befaamde Ierse patriot Michael Collins. Het verdrag voorzag in een Ierse vrije staat en hoewel het leek op een grootse overwinning was niet iedereen er blij mee. Alle tweeëndertig Ierse provincies mochten meestemmen maar de zes noordelijke protestante provincies stemden tegen, zij bleven Brits en buiten de nieuwe katholieke vrije staat. Pas later, in 1937, werd de republiek Ierland gesticht, maar nog altijd zonder de noordelijke provincies. Damien wilde toen doorvechten voor een verenigd Ierland en verwierp het verdrag, broer Teddy was er voor, en uiteindelijk stonden ze tegenover elkaar in de burgeroorlog van 1922. Tussen het bloedvergieten en het martelen door is er heel even tijd voor een romantisch intermezzo tussen Damien en de mooie Sinead (Orla Fitzgerald).
Loach portretteert deze oorlogen in microkosmosvorm door de belevenissen van een groepje gewone mensen; hier zien wij de katalysator voor de gruwelijke vijandelijkheden “The Troubles” die veel later (1969-2002) tussen de Britten en de (nieuwe) IRA in Noord-Ierland plaats zouden vinden. Met deze film wil hij een discussie uitlokken, men is te bang voor de politiek, meent Loach, maar hij dendert in dezelfde valkuil als Bernardo Bertolucci destijds in zijn magnum opus Novecento (1976). Hij zit angstig dicht bij een links propagandapamflet: eenzijdig en langdradig. Zijn laatste oorlogsfilm, Land & Freedom (1995), over de Spaanse burgeroorlog kon eveneens niet overtuigen: hoe groter de thema’s hoe sterieler en afstandelijker zijn films. Zijn vaste scenarist Paul Laverty levert goed werk af, maar hij overtuigt beduidend meer in Ae Fond Kiss (2004) en Carla’s Song (1996). Loach is een briljant acteursregisseur en dit ensemble, dat bijna allemaal uit de streek Cork komt, zijn stuk voor stuk ijzersterk, vooral Cillian Murphy is zeer op dreef als Damien.
Maar deze film is een soort intriest déjà vu, een directe parallel met de gebeurtenissen in Irak en het Midden-Oosten waar bijna honderd jaar later identieke fanatici opnieuw gevangen zitten in de alles vernietigende obsceniteit van oorlog. In Ierland in 1919 was het niet anders: een man slacht een familielid af, doodt een zwakbegaafde zeventienjarige jongen, vrouwen worden verkracht, nagels worden uitgetrokken. Maar dat de mens het bloeddorstigste wezen op aarde is wisten we al, Ken. Links, Rechts, Moslim, Hindi, Katholiek, Protestant, Agnost: het is maar om het even.
Hoewel het gezichtspunt tamelijk eenzijdig is, bestempelt de rechtse pers deze film onterecht als anti-Brits, hij is eerder, wellicht ongewild, een antioorlogsfilm pur sang want Loach laat ook zien hoe meedogenloos wreed de IRA was en dat oorlog geen winnaars kent. De personages zijn meelijwekkend, gemarteld door hun obsessieve gepantserde ideologie. Ze ontroeren niet, ze zijn te eenvormig gedefinieerd. De infantiele stupiditeit van de fanaticus blijft hangen. "Ik hoop dat Ierland het waard is," wordt geroepen bij de zoveelste broedermoord, maar hoe ver heen ben je als je eigen familie afgeslacht moet worden voor een abstract begrip als vaderlandsliefde. Het doel heiligt de middelen, vindt Ken Loach, maar als de middelen het krankzinnige benaderen, als de middelen bij de beesten af zijn, dan is geen doel meer heilig. Moest men dan Britse tirannieke imperialisten hun gang laten gaan in Ierland? vraagt Loach. Laat hem het aan Mahatma Gandhi of Martin Luther King vragen, iconen die met vreedzame WMC (Weapons of Mass Conviction) enorme maatschappelijke metamorfosen in de twintigste eeuw teweegbrachten. Ghandi: "Er zijn altijd tirannen geweest door de eeuwen heen en soms lijken ze onverslaanbaar. Maar uiteindelijk falen ze. Allemaal. Uiteindelijk zegeviert de waarheid. Altijd."
De vraag of de beladen politieke inhoud van deze film voor u verteerbaar zal zijn hangt af in welke mate u het credo oog om oog, tand om tand omarmt, of in hoever u denkt dat een dergelijk credo iedereen stekeblind maakt en alle vredespleiters met een mondvol bloed achter laat. Loach is er met dit fraai vormgegeven geschiedenisdocument in geslaagd een nieuwe brede maatschappelijke discussie te ontketenen. Maar met twee uur en zeven minuten is deze prent als onderhoudende speelfilm minder geslaagd. Taai, langdradig en, net als de hoofdrolspelers, meedogenloos eendimensionaal. Veel wind, weinig barley.
Titel: The Wind That Shakes the Barley
Genre: Oorlogsdrama
Speelduur: 2u07
Regisseur: Ken Loach
Acteurs: Cillian Murphy, Padraic Delaney, Orla Fitzgerald, Liam Cunningham