Een beetje vreemd was het dat uitgerekend de politiek geëngageerde regisseur Oliver Stone bij de release van World Trade Center, medio juli in Amerika, er zo zwaar de nadruk op legde dat zijn film géén politiek pamflet was. De maker van JFK en Nixon was niet geïnteresseerd in een film pro of contra Amerika, niet in een keuze voor of tegen Bush, niet in een robbertje vechten tussen links en rechts. De vraag is maar of een film over 9/11 vol heroïek, heldendom, vaderlandsliefde en verwijzingen naar God, apolitiek kán zijn. Iedereen die de film gaat bekijken, kan daar zijn eigen oordeel over vormen. Gewild of ongewild: geen Stone-film zonder controverses, discussies, meningen en argumenten. Zo hoort het.
De film opent vroeg in de ochtend op de dag dat de wereld even ophield met draaien: dinsdag 11 september 2001. Sergeant John McLoughlin staat erg vroeg op om met de wagen naar het politiekantoor in New York te rijden. Met zijn enorme staat van dienst – 21 jaar – brieft hij de rest van het korps over wat er die dag te gebeuren staat: business as usual. Ook nieuwkomer William Jimeno trekt die zonnige dag op patrouille, maar als het eerste vliegtuig zich door het World Trade Center boort, wordt het hele team opgevorderd om te gaan helpen. McLoughlin en zijn team hollen de toren binnen, maar terwijl ze materiaal verzamelen om een reddingsactie op poten te zetten, worden ze bedolven onder het puin. De sergeant en Jimeno zullen twaalf uur onder de brokstukken doorbrengen voordat ze gered kunnen worden.
Het verhaal van McLoughlin en Jimeno is echt gebeurd. Beide agenten waren nauw betrokken bij de ontwikkeling van de film en gaven hun zegen. Oliver Stone gaf McLoughlin zelfs inspraak in de casting van zijn filmisch alter ego. Uit een lijstje met onder meer Mel Gibson, George Clooney, Harrison Ford, Kevin Costner, Tommy Lee Jones, John Travolta, Dennis Quaid en Nicolas Cage, koos McLoughlin uiteindelijk voor die laatste, volgens hem de ultieme verpersoonlijking van de doorsnee Amerikaanse held.
Hoe ironisch ook, World Trade Center volgt de structuur van de klassieke rampenfilm. De aanloop van de ramp toont nogal snel en oppervlakkig de personages die later in een penibele situatie terecht zullen komen. Na de ramp splitst het verhaal zich op in een klassieke tweedeling: de scènes ter plaatse en de scènes op het thuisfront. Was het niet zo cynisch, je zou denken dat scenariste Andrea Berloff goed naar andere rampenfilms heeft gekeken – het happy end in de vorm van een epiloog incluis. De scènes onder het puin halen het qua intensiteit op de veel zwakkere thuisfrontscènes die vaak als sentimenteel opvulsel lijken te dienen.
World Trade Center is een film die sowieso respect verdient. Het is samen met United 93 ook een film die iedereen gezien moét hebben, al was het maar om de herinnering aan 9/11 levend te houden. World Trade Center louter als film in de weegschaal leggen, is niet zo eenvoudig. Raak aan de film en je raakt aan de realiteit. Mag je World Trade Center voorspelbaar noemen? Cliché? Laat ons de vraag eens zo formuleren: als deze film niét gebaseerd was op wat er zich die dag in september afspeelde, maar op een fictieve ramp, hoe zouden we hem dan bekijken? Strenger en kritischer, wellicht, maar toch: Stone is qua inhoud en toon wel erg onevenwichtig aan het werk gegaan en dat is iets wat je van hem niet zou verwachten.
Het is alsof Stone voortdurend op de slappe koord wankelt tussen een voorzichtige en overdreven aanpak. Hij kiest als het ware voor een klein, onopvallend lettertype om zijn verhaal te vertellen, maar kan het dan toch niet laten woorden of hele zinnen te cursiveren of vetjes te drukken. De scènes tussen McLoughlin en Jimeno, levend begraven tussen staal en beton, zijn beklemmend en intimistisch. Erg mooi is bijvoorbeeld het moment waarop McLoughlin zich verbeeldt wat hij allemaal anders zou doen als hij de ochtend opnieuw zou kunnen beleven. Stone toont zich als de regisseur van de intimiteit, de gevoelige snaar, om in dezelfde scène nog met een overdreven camerazwaai hoog boven de ineengestorte torens te gaan zweven. Die tegenstelling wringt. De visuele flair staat in schril contrast met de gruwel die Stone toont. Close-ups van een bijbel, een verschijnende Jezus en een verpleger die plots het licht ziet, dragen de subjectieve stempel van de regisseur.
Toch heeft Stone van World Trade Center geen gelikte Armageddon gemaakt. De soundtrack van Craig Armstrong (The Quiet American) is er eentje vol intieme celloklanken en pianotonen, niet vol luid trompetgeschal. Stone negeert de overbekende beelden van de vliegtuigen die zich door de torens vreten maar toont in de plaats hoe een vliegtuigschaduw de torens likt. Het instorten van het gebouw wordt vooral gesuggereerd met geluid. De ingehouden, stille Stone is de sterkste, aangrijpendste. Diep onder het puin bereiken de dialogen tussen McLoughlin en Jimeno een bijna onbekijkbaar sterke intensiteit. Nicolas Cage en Michael Pena acteren bijna de hele tijd met enkel hun gelaatsuitdrukkingen. Ze laten een diepe indruk na. Maria Bello en Maggie Gyllenhaal zijn de vrouwen op het thuisfront. Ze vormen een beetje de noodzakelijke olie om de scènes met Cage en Pena te smeren.
Erg vreemd in World Trade Center is het personage van Dave Karnes. Terwijl de originele reddingsoperatie het voorlopig opgeeft omdat het te donker wordt, krijgt deze brave man in Connecticut een ingeving van God dat hij helemaal naar Ground Zero moet om mensen te gaan redden. Regisseur Oliver Stone pakt dit deel van het verhaal zo onhandig verkeerd aan, dat je denkt dat een beginneling de megafoon in de hand heeft. Karnes is blijkbaar een ex-marinier en vertrekt niet op zijn tocht naar New York voordat hij naar de kapper is geweest en zijn legerplunje piekfijn in orde heeft. Op Ground Zero orakelt hij Bijbelse citaten. Met de minste zin voor nuance tatoeëert Stone "held" op zijn hoofd. Karnes krijgt op den duur zo'n mythische, uitvergrote proporties, dat zelfs het Amerikaanse publiek bij een test screening dacht dat hij een uitvinding van Hollywood was. Niets is minder waar: Karnes bestaat echt en leidde inderdaad mee de reddingsoperatie naar McLoughlin en Jimeno. Met zijn uitspraak "We're gonna need some good men to avenge this" zorgt hij ook voor de meest politieke uitspraak van de hele film.
Dat World Trade Center "a true story of courage and survival" is, staat buiten kijf. Het is een mooi en vaak ontroerend portret van hoe mensen in onnoemelijk leed toch tot bovenmenselijke, goede dingen in staat zijn. Als filmmaker heeft Oliver Stone maar half gelijk: zijn film zwalkt tussen ingetogen, rustige emotie en overdreven, conservatief, Amerikaans patriottisme. Dat is een spreidstand die pijn doet.
Titel: World Trade Center
Genre: Drama
Speelduur: 2u06
Regisseur: Oliver Stone
Acteurs: Jay Hernandez, Maggie Gyllenhaal, Maria Bello, Michael Pena, Michael Shannon, Nicolas Cage en Stephen Dorff