Hoewel regisseur Yu sinds 1979 films aflevert vanuit zijn thuishaven Hong Kong is de man in het Westen vooral bekend geworden dankzij Bride of Chucky, de zelfrelativerende Child’s Play-sequel waarin de moordpop Chucky eindelijk aan gezinsuitbreiding begint te denken. Later volgden het ridicule The 51st State en met Freddy vs. Jason wist de man misschien wel de goedkeuring van horrorliefhebbers en pulpfans te verdienen; zichzelf te serieus nemende filmkijkers schreven de man af als een nietsbetekenende knoeier (het hielp ook niet dat hij de eerste man was om Snakes on a Plane op het scherm te brengen, om later te worden vervangen door David R. Ellis). Wij moeten eerlijk gezegd toegeven dat wij ook niet meteen hoge verwachtingen hadden voor Yu’s regie maar de man bewijst met Fearless dat hij meer in huis heeft dan het in beeld brengen van het doordeweekse hak- en snijwerk.
In dit op ware feiten gebaseerde verhaal vertolkt Li de rol van Huo Yuanjia, wiens strenge vader (Collin Chou) kinderen in zijn sportschool de kunst van de Wushu vechtstijl bijbrengt. De enthousiaste Huo wil dolgraag opgroeien tot een wereldkampioen maar krijgt weinig steun bij zijn vader, die hem niet toelaat de vechtkunst te ontdekken. Als Huo na het zien van een knokpartij op een plein zelf in elkaar wordt geslagen door een bullebak is hij vastbesloten om de beste vechter ooit te worden en nooit meer te verliezen. Jaren later is Huo de trotse vader van een dochtertje en wint hij de ene na de andere knokpartij tot er nog slechts een lokale vechtersbaas hem in de weg staat. In de door misverstanden van alle eer en respect beroofde strijd die dan ontstaat betaalt Huo een hoge prijs voor zijn arrogantie en het wordt een moeizame, mentale beproeving om opnieuw de top te bereiken.
Fearless, dat zich aan het einde van de negentiende en in het eerste decennium van de twintigste eeuw afspeelt, opent met drie spectaculaire vechtpartijen in een weelderig versierde arena en meteen is de toon gezet. Li, geholpen door Matrixchoreograaf en coregisseur Yuen Woo Ping, haalt alles uit de kast als hij het tegen drie kleurrijke tegenstanders opneemt. De gevechten zijn van politiek belang en het is de bedoeling dat Huo pijnlijk verliest zodat de China overrompelende nationaliteiten het land nog harder kunnen vernederen. Maar Huo zal niet toelaten dat het spottende “China is de zieke man van Azië” waarheid wordt en wint elk gevecht. Net voor hij zijn laatste tegenstander tegemoet treedt schakelen we over naar flashbacks en begint het eigenlijke verhaal. Het is in dit eerste deel van de prent dat Yu en Li hun strepen verdienen. De knokpartijen zijn zonder uitzondering uitstekend en Yu negeert zijn demente gevoel voor humor niet (in een erg leuke montage tikt een van Huo’s tegenstanders uitdagend op zijn kale schedel, om dan als een stier op Huo af te stormen en met een welgemikte tik tegen de kop meteen uitgeteld te liggen). Ook de inclusie van een geschifte zwerver die Huo voortdurend vraagt “wanneer hij kampioen wordt” deed ons glimlachen en Yu slaagt er zelfs in om dat idiote randfiguur in een tragische scène goed te verwerken.
Dat Jet Li niet meteen het grootste acteerwonder is weet iedereen maar ook hij onderneemt dappere pogingen om er toch iets van te maken. De bijna infantiele en net niet belachelijke vertolking die hij als de arrogante, onverantwoordelijke, alcoholische maar wel sympathieke Huo neerzet volgt probleemloos op het aanstekelijke werk van het jongetje dat Huo in de eerste flashbacks speelt én werkt! Een pluim voor Yu die niet alleen Li tot zijn beste werk in jaren wist te coachen maar er ook in slaagt om de kindacteurs niet irriterend te laten overkomen. In plaats daarvan laat hij de kinderen met hun overdreven gelaatsuitdrukkingen bijna uit de bocht gaan en het is dat over-the-top sfeertje dat de eerste act zo heerlijk onbezonnen en plezant maakt.
Met de komst van tragiek en drama verdwijnt ook een beetje het leven uit de film. Huo ziet zich genoodzaakt om alles achter te laten en begint aan een pelgrimstocht die hem uiteindelijk naar een commune brengt waar blinde meisjes en “het een worden met de natuur” centraal staan. Dit deel van de prent is zeker niet slecht en blijft visueel prima maar het verhaal wordt clichématig als Huo dan als een beter mens opnieuw de top wil bereiken en de politieke subplot op de voorgrond treedt. Het is ironisch dat Li’s zelfverklaarde laatste knokfilm als hersenloze avonturenprent heel wat beter werkt dan als een biografisch drama maar de film blijft leuk genoeg om niet volledig stil te vallen. Het is zonder enige twijfel Yu’ technisch meest bekwame film sinds hij op de internationale markt terechtkwam, de fotografie is schitterend, de muziek sfeervol en de eigenlijke duels (met als hoogtepunten een spectaculair zwaardgevecht en een robbertje vechten tegen de angstaanjagende reus Hercules O’Brien; vertolkt door de imposante Nathan Jones die aan het begin van Troy door Brad Pitts Achilles werd uitgeschakeld) zijn nooit overbodig of gratuit en betekenen iets voor de plot.
Het is duidelijk dat Fearless Li nauw aan het hart ligt en je ziet aan zijn vertolking en aan de afwerking van de film dat hij iets te vertellen heeft; dat hij de kijkers duidelijk wil maken waar het in wushu – of vechtsporten in het algemeen – om draait: respect, eer en zelfbeheersing. En dat, laat ons eerlijk zijn, is toch zo slecht nog niet.
Titel: Fearless
Genre: actie / avontuur
Speelduur: 1u44
Regisseur: Ronny Yu
Acteurs: Jet Li, Betty Sun, Yong Dong, Hee Ching Paw, Ting Leung, Nathan Jones, Collin Chou