En omdat het de laatste keer is dat filmfans in België en Nederland zich kunnen vergapen een nachtje Wansmaak, leek het Moviegids een goed idee om Verheyen en Doense eens uitgebreid aan de tand te voelen. Want wat is Wansmaak volgens hen? En waarom heeft de show nog altijd succes? De twee heren namen uitgebreid de tijd om ons te woord te staan, ook al miste Jan D. het begin van het interview “omdat hij zonodig nog iets moest eten bij die morsige Griek op de hoek”, dixit Jan V.
Deze editie van de Nacht van de Wansmaak heet The Final Chapter. Maar is het ook echt de laatste keer?
JV: We houden nog een slag om de arm, maar voorlopig menen we het. Dat komt vooral omdat de bron met filmmateriaal niet onuitputtelijk is en omdat we veel beeldmateriaal dat we in het programma willen gewoon niet kunnen vinden. Er zijn een hoop fragmenten waarvan we zeker weten dat ze zouden werken en die vreemd genoeg ook beschikbaar zijn op dvd, maar die we niet in het originele 35mm-formaat vinden dat we nodig hebben voor de show. Als we bijvoorbeeld de verdeler contacteren die de bewuste film op dvd heeft uitgebracht, blijkt meestal dat die dvd gewoon is gemaakt op basis van een oude videomaster. Mochten we nu plotseling een container vinden waar al die geweldige beelden inzitten, kunnen we eventueel opnieuw aan de slag. Maar voorlopig is het wel mooi geweest. Je moet altijd stoppen op een hoogtepunt. En gesteld dat we een taak hadden, is die nu vervuld. Het materiaal is ontgrendeld. Er zijn twee compilatie-dvd’s op de markt, er is veel te doen geweest rond Wansmaak en we hebben enkele tienduizenden mensen laten kennismaken met merkwaardige voetnoten uit de filmgeschiedenis.
Stoppen jullie ook omdat jullie bang zijn voor Wansmaak-moeheid?
JV: Nee, in tegendeel zelfs. We zijn er van overtuigd dat we met een compilatieshow als deze, of misschien een best-of van alle edities, gemakkelijk zes maanden langs alle campussen en art house-zaaltjes van Amerika kunnen touren. Niet alleen in Amerika trouwens. Ook in Frankrijk zijn ze gek op dit soort dingen. Er zit absoluut nog potentieel in. Wel is het zo dat je ontzettend veel tijd en energie in zo’n programma moet steken. Ik doe zo’n tour ooit nog wel, maar omdat zowel Jan D. als ik momenteel nog met veel andere dingen bezig zijn, is dat op korte termijn niet aan de orde. Van Wansmaak-moeheid is er voor ons trouwens geen sprake. Het materiaal blijft allemaal redelijk fris omdat we het maar om de zoveel jaar doen. Als je echt elk jaar een editie zou doen, kan ik me voorstellen dat je daar wel horendol van wordt.
Wat opviel is dat jullie tijdens deze editie meer de nadruk leggen op het commerciële aspect van de show, zoals de sponsors en de merchandising die in de lobby te krijgen is. Zijn er dit keer meer commerciële belangen mee gemoeid dan bij eerdere edities?
JV: Dat is inderdaad meer dan andere jaren. Maar ik leg er ook de nadruk op omdat ik die merchandising zelf geweldig tof vind. Ik heb bijvoorbeeld de rechten gekocht van de Chesty Morgan-films en Hershell Gordon Lewis-films, wat binnen het plan valt om dat materiaal verder te ontgrendelen. Daarnaast heb je ook nog de twee compilatie-dvd’s, de t-shirts en de posters. Daarmee kunnen we voor het eerst een volledige merchandising-tafel neerzetten, waar we tijdens de show best eens op een speelse manier naar mogen verwijzen. Bovendien hebben we deze keer voor het eerst echte sponsors. Die sponsors hebben een flink pak cash op tafel gelegd, wat ons bijvoorbeeld de mogelijkheid gaf om de voorlichtingsfilm All Women Have Periods op te blazen van 16mm naar 35mm. En dat kost echt onwaarschijnlijk veel geld.
Jullie hebben de Nacht van de Wansmaak de afgelopen jaren ook gebracht op festivals in Roemenië, Zweden en Zuid-Korea. Hebben jullie plannen om dat nog eens te doen?
JV: Nee, concrete plannen hebben we niet, omdat de vraag voor een show in het buitenland altijd komt van de filmfestivals. Zelf zoeken we dat niet op en we gaan er enkel op in als we een plaatsje vinden in onze agenda. Vergeet niet dat het enorm veel tijd kost om een show voor te bereiden en samen te stellen. Je moet telkens weer al het beeldmateriaal bij elkaar krijgen. Sommige uitnodigingen hebben we gewoon moeten afslaan omdat we het niet georganiseerd kregen. Maar het blijft wel leuk om te doen. Als we een aanbieding krijgen, bekijken we telkens of het een haalbare kaart is. Dat bevestigt meteen ook de hypothese dat je met een internationale Night of Bad Taste makkelijk de hele wereld zou kunnen afreizen. Maar dan heb je wel een promotor nodig die de zalen boekt en alles organiseert. Voor de Benelux kunnen we dat nog zelf aan en hebben we enkel een persverantwoordelijke nodig voor België en Nederland. Door de sponsoring kunnen we ons deze keer ook een runner veroorloven die de merchanising voor ons heen en weer sleurt, maar voor een tournee door andere landen moeten we dat anders aanpakken.
We kunnen gerust stellen dat slechte smaak van alle tijden is. Waaraan wijd jij eigenlijk het succes van een Nacht van de Wansmaak?
JV: Voor mij persoonlijk is het een combinatie van nostalgie en filmhistorisch interesse. Ik vind het bijvoorbeeld onrechtvaardig dat de hele periode uit de filmgeschiedenis die wij aanboren zo genegeerd wordt door de critici en filmmusea. Wat het voor veel jonge mensen in de zaal interessant maakt, heeft te maken met het feit dat ze absoluut uniek materiaal te zien krijgen. Tegenwoordig is elke film die uitkomt “de beste film ooit” en word je overspoeld door kreten en slogans die het toch nooit kunnen waarmaken. Maar in de Nacht van de Wansmaak zie je dingen die je nooit ziet, nog nooit gezien hebt en waarschijnlijk nooit meer te zien zult krijgen. We bieden wat dat betreft een vrij uniek programma. Het is voor veel mensen in de zaal waarschijnlijk de eerste keer dat ze horen over Sadico-Nazista’s, vrouwengevangenissen en al die genres die allang verdwenen zijn. Voor veel mensen is dit programma echt een openbaring en zijn ze verbaasd dat dit soort dingen echt hebben bestaan. De Nacht van de Wansmaak is een evenement dat buiten de lijntjes kleurt. Het is jammer dat ik het moet zeggen, maar tegenwoordig is alles voorspelbaar geworden. Of je nu naar de bioscoop gaat of naar Night of the Proms, alles is afgelikt en glad. De Nacht van de Wansmaak biedt iets unieks en de mensen voelen dat.
Merk jij een verschil aan de reacties in de zaal tussen vroeger en nu? Zijn de mensen cynischer geworden of wekken jullie nog steeds dezelfde verwondering op als vroeger?
JV: Ik denk wel dat die verwondering nog altijd hetzelfde is gebleven, al ligt dat grotendeels ook aan de drie criteria die we gebruiken om een fragment te kiezen. Materiaal dat in het programma zit, moet liefst aan een combinatie van voorwaarden voldoen. Er moet een lach inzitten, de mensen moeten met open mond zitten te kijken van verbazing en de beelden moeten een schok van verbijstering uitlokken. Een fragment dat niet minstens aan een van die drie voorwaarden voldoet, komt er niet in. Het enige wat je merkt het verschil tussen de reacties in Nederland en Vlaanderen. Sorry, maar dat cliché klopt gewoon. Vlamingen zijn aandachtiger, luisteren en kijken beter. Er is natuurlijk wel sfeer in de zaal, maar dat is in geen enkele mate te vergelijken met het gejuich en gejoel dat je in Nederland krijgt. Hier in Leuven valt het nog wel mee, maar gisteren in Brussel leek het wel een academische zitting (lacht). In Nederland zijn ze dan weer vastbesloten om er een leuke avond van de maken, ongeacht van wat ze te zien krijgen. Ze hebben twaalf euro betaald voor een kaartje en zijn van plan om het op te lachen. Het is wel harder werken, want je bent hun aandacht ook eerder kwijt. Je tussenteksten moeten dus veel sneller en beter getimed zijn.
De afgelopen jaren is er weer een overaanbod aan mainstream-horrorfilms. Denk jij dat de jeugd daardoor anders tegen horror aankijkt dan pakweg tien jaar geleden?
JV: Wat de laatste jaren zeker weer in de mode is, is de gore-factor in horrorfilms. Vandaar dat we in dit programma ook betrekkelijk weinig horror hebben zitten. Gore is weer helemaal terug, dus daar heeft het publiek de Nacht van de Wansmaak niet voor nodig. Maar die evolutie is wel heel boeiend, omdat je merkt dat de horror-esthetiek van dertig jaar geleden weer helemaal terug is. Kijk maar naar films als Hostel, The Hills Have Eyes of Saw. Dat zijn echt films die makkelijk vertoond hadden kunnen worden in de grind houses van New York in de jaren ’70. Het hoge gore-gehalte in moderne horrorfilms komt voornamelijk omdat die films gedraaid zijn door regisseurs die zich hebben laten beïnvloeden door de films uit hun jeugd. Maar vreemd genoeg gebeurt dat alleen binnen het horror-genre. Ik denk niet dat we ons binnenkort mogen verwachten aan een wederopstanding van de Sadico-Nazistas, vrouwengevangenisfilms of ontucht achter de kloostermuren. Dat zou niet meer kunnen in het politiek correcte klimaat van tegenwoordig.
Vind je het dan niet vreemd dat net het extreme geweld in de bioscoop weer aan een opmars bezig is?
JV: Dat is zeer raar, inderdaad.
Maak je je daar geen zorgen over?
JV: Nee, ik maak me daar geen zorgen over. Het is immers een discussie die om de zoveel jaar weer de kop opsteekt. Mensen hebben zich altijd afgevraagd of er een direct verband is tussen geweld op tv en geweld in het dagelijkse leven, maar ik denk dat we in wreedheid nooit kunnen overtreffen wat er gebeurd is in het Colosseum in Rome of tijdens de Inquisitie. De geschiedenis baadt letterlijk in het bloed. Mensen hebben film en televisie helemaal niet nodig om wreedheid uit te vinden. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat mensen met een labiele persoonlijkheid niet door een wrede film over het randje geduwd kunnen worden. Maar of film en televisie daar verantwoordelijk voor gehouden moet worden, is nog helemaal iets anders.
Wat vind je zelf van die heropleving van het hardere horrorwerk van de afgelopen jaren?
JV: Oh, ik ben daar zeer enthousiast over. Er zijn de afgelopen jaren trouwens drie remakes van horrorklassiekers gemaakt die ik werkelijk zeer goed vond. Echt waar, zowel de remake van The Texas Chainsaw Massacre, Dawn of the Dead als The Hills Have Eyes waren geweldig. Die films waren tot op zekere hoogte zeer trouw aan het origineel, maar staken het rauwe van de horrorfilms van toen in een heel nieuw kleedje. Horror is trouwens nooit écht weggeweest. Het is een cyclisch genre dat ongeveer elke generatie terugkomt. Er zijn immers altijd vijftienjarigen die Halloween nog nooit hebben gezien. En als je dan iets maakt dat daarop lijkt, is dat voor hen weer iets helemaal nieuws. Het enige merkwaardige is dat de cyclus nu al erg lang duurt.
Terwijl Jan V. nog hardop mijmert over de redenen waarom horrorfilms toch vooral scoren als ze in het Engels worden gesproken, voegt Jan D. zich bij ons. Naast zakenpartners zijn de twee Jannen ook goed bevriend en spelen regelmatig met het idee om ooit eens samen een film te draaien. En nu ze ongeneneerd over horrorfilms mogen spreken, lijken ze er weer zin in te krijgen.
Jan D: Zeg Jan, weet je wat wij moeten doen? We moeten gewoon onze eigen Grind House maken.
Jan V: Ja, misschien wel. Alhoewel het natuurlijk een risico is. Je merkt toch dat zelfs de populaire horrorfilms zoals Saw en Hostel een plafond hebben. Die komen wel uit in reguliere bioscopen, maar het zijn geen grote commerciële successen. Het publiek voor die films is gewoon beperkt. Mensen die naar Brokeback Mountain gaan, zijn over het algemeen niet geneigd om naar een harde horrorfilm te gaan. Horror spreekt nu eenmaal vooral een jong, mannelijk publiek aan. En als dat publiek zegt: we willen de film alleen maar in het Engels wil zien, heb je een probleem als je het in het Nederlands of Frans zou doen. Maar we gaan dus eens testen of dat ook anders kan.
Jan D: Vaak is het ook zo dat buitenlandse films die in het Engels zijn opgenomen gewoon niet werken. Ik kan geen voorbeeld verzinnen van een Nederlandse of Vlaamse film die in het Engels gedraaid is en die een hit is geworden.
Jan V: Europeanen hebben daar nu eenmaal een zesde zintuig voor en denken al snel: “Mijn god, dit is Europudding.”
Jan D: Maar als we het over horror en trash hebben, dan is de Benelux nog een braakliggend terrein. Als je dan echt met een goede horrorfilm komt, kunnen mensen het veel meer waarderen dat het in hun eigen taal gesproken is.
Jan D, hoe staat het eigenlijk met jouw eigen horrorproject Exhibition?
Jan D: Die film zit eigenlijk nog steeds in development hell...
Jan V: ... en als die ooit uitkomt, begint de trailer met “Ten years in the making” (lacht).
Jan D: Ik had eigenlijk plannen om voor Exhibition te werken met productiehuis San Fu Malta, maar omdat daar na al die jaren nog steeds niets van terecht is gekomen, heb ik maar besloten die samenwerking stop te zetten. Voor de gein heb ik dit jaar op het Rotterdams Filmfestival mijn film dan maar gepitched aan een hele zaal filmproducenten. Daar kwamen zelfs zoveel interessante reactie uit voort, dat ik niet wist wat ik er allemaal mee moest. Uiteindelijk was er een aanbieding bij van de Duitse producent Richard Claus (van The Little Vampire, An American Werewolf in Paris en Mute Witness) die vond dat hij toch maar eens met mij moest praten. Verder hebben we ook heel wat geweldige internationale contacten met Warner Bros. Nu zijn we eerst aan het bespreken wat de film eigenlijk moet gaan kosten. Volgens Richard Claus mag hij niet meer dan twee miljoen euro kosten, maar zoals het script er nu uitziet, denkt hij dat het zo’n zeven miljoen zal gaan kosten. Zelf denk ik dan weer dat we met 3.5 miljoen genoeg zullen hebben. Het is echt een film die mikt op de internationale markt, dus we zullen wel zien hoe het afloopt.
Nu we het toch over Nederlandstalige horrorfilms hebben; Jan V, naar verluidt ben jij al een aantal jaren bezig met een remake van de Spaanse horrorfilm ¿Quién puede matar a un niño? (Who Could Kill a Child?). Hoe staat het daarmee?
Jan V: Voorlopig zit daar nog geen schot in. Zoals gebruikelijk is het weer een rechtentechnisch probleem, en ik kan niet achterhalen wie die rechten bezit. Maar meer kan ik daar voorlopig niet over zeggen. Ik zou de film ook graag eens in CultNight op KanaalTwee uitzenden, maar ook dat hangt weer af of ik de uitzendrechten te pakken kan krijgen. Maar ik blijf eraan werken.
En dan is het tijd om The Final Chapter op het publiek los te laten. Jan Verheyen kruipt weer in de huid van Max Rockatansky en slaagt er, ondanks een aantal technische pannes en het gebrek aan microfoon, toch in om het publiek mee te krijgen. Aan het einde van de avond is er zelfs een toemaatje in de vorm van een groezelig filmpje van een geslachtsoperatie in een smerig Thais ziekenhuis. Uitzonderlijk geprojecteerd op dvd, maar volgens Verheyen “te bijzonder om niet te gebruiken”. Voor een aantal nietsvermoedende toeschouwers is dit staaltje extreme Wansmaak helaas een maatje te groot. Aan het einde van de avond wordt er zelfs gemeld dat er op de laatste rij iemand van zijn stokje is gegaan.
“Dat is de eerste keer”, zegt Verheyen verbaasd. “In Gent hadden we heel wat klachten over het pornogehalte in Kopenhagen a GoGo en een aantal mensen hebben de zaal toen verlaten, maar tot nu toe was er nog niemand flauwgevallen.” Natuurlijk wordt er even geïnformeerd of alles in orde is, maar afgaande op de pretlichtjes in zijn ogen, kunnen we ons niet van de indruk ontdoen dat Verheyen straks stiekem in zijn handen zal wrijven van genoegen. Het is voor hem in elk geval het bewijs dat een Nacht van de Wansmaak na al die jaren zijn impact nog niet heeft verloren.
Met dank aan: Jan Verheyen, Jan Doense en Kinepolis Leuven
Meer informatie vind je op: http://www.denachtvandewansmaak.be en http://www.denachtvandewansmaak.nl