Hoe bent u als acteur begonnen? De meeste mensen kennen u enkel als C-3PO.
“Toen ik vierentwintig was ging ik naar een theaterschool. Daar bleef ik drie jaar en had het geluk om een prijs te winnen. Zo belandde ik bij de BBC waar ik voor de radio theater maakte. Uiteraard alleen mijn stem. Op datzelfde moment gaf ik les – mime – in een theaterschool net buiten Londen. Dat deed ik ’s avonds en zo hield ik ook mijn lichaam onder controle. Na zes maanden gaf ik mijn ontslag en ging ik naar een theater in het noorden van Londen waarna ik bijna meteen gevraagd werd om me bij het National Theatre in de Young Vic te voegen. Bij dat gezelschap bleef ik twee jaar maar ik deed ondertussen ook andere projecten. Toen ontmoette ik George Lucas en de voorbije dertig jaar zijn voorbijgevlogen. Ik heb dus wel degelijk alles over acteren gestudeerd.”
Heeft u nooit getwijfeld over de rol van C-3PO?
“Enorm getwijfeld! De ontmoeting met George alleen al was een grote twijfel. Het kon me niet schelen, ik was niet geïnteresseerd. Maar ik ben net gevraagd om iets te schrijven in een nieuw boek over Ralph McQuarrie (een ontwerper/tekenaar van de werelden en wezens uit Star Wars, nvdr) en het komt vooral door hem en zijn tekening van C-3PO dat ik geïnteresseerd raakte in de film. McQuarrie’s ontwerp was volgens mij magisch.”
U kon op dat moment niet vermoeden dat Star Wars een fenomeen zou worden.
“Helemaal niet. Als zoiets gebeurt is dat filmmagie.”
Had u verwacht dat u gevraagd zou worden voor de prequels?
“Eigenlijk niet. In ons beroep is niets zeker en dan maakte ik nog een fout: Ik had een vergadering met George voor Episode I en hij vertelde me dat ik, C-3PO dus, ontworpen werd door Anakin Skywalker. Dat vond ik schitterend omdat ik een goede band had met Alec Guinness toen we de eerste film opnamen. Drie dagen later besefte ik dat Guinness helemaal niet Anakin Skywalker had gespeeld! Door die fout was ik toch even geschokt!”
Ik vermoed dat u vertrouwd bent met dit soort conventions en er al heel wat heeft gezien…
“Toch niet. Ik heb er nog niet zo veel bezocht.”
Wat denkt u over deze conventie?
“Er zijn verschillende redenen waarom ik niet vaak naar conventies ga. Ik vind het hard werken en ik wil mezelf en het personage niet ridiculiseren of in waarde verminderen door overal op te duiken. Het is soms wel leuk om fans te ontmoeten, vragen te beantwoorden en ervaringen te delen. Dat is wat we doen; we delen de films. Ik vind dat iedereen deze films bezit. De intellectuele kennis is ons eigendom en dat is best wel interessant. Deze conventie is precies groot genoeg en het gaat niet alleen over Sta r Wars. Het allerbelangrijkste vind ik dat de organisatoren intelligent en professioneel zijn. Ze beseffen dat ze twee dagen lang de verantwoordelijkheid moeten nemen voor de levens van duizenden mensen. En dat doen ze uistekend.”
Elk jaar wordt het groter en beter.
“Dat werd me verteld. Als iets te groot wordt is er wel het risico dat het persoonlijk contact vermindert. Een evenement als dit kan te groot worden. Maar hier voelen de bezoekers zich niet geïntimideerd door het gebeuren. Iedereen is ook bijzonder vriendelijk en dat is niet overal zo. Soms vergeten mensen… ik bedoel maar, het is niet omdat je in een film speelt dat je alles hoeft te verdragen.”
In België zijn we vaak verlegen.
(denkt na) “Ah, dat is interessant. Misschien niet verlegen maar wel terughoudend. Ik had wel zoiets gemerkt. Net zoals Japanners. Maar die zijn soms angstaanjagend. Duitsers en Britten nemen dan weer geen blad voor de mond. In Canada zijn ze in ieder geval erg verlegen. Dat verklaart veel. Ik ben in ieder geval wel onder de indruk over de kennis van het Engels. Zoals je weet kan C-3PO zich vloeiend uitdrukken in zes miljoen verschillende communicatievormen maar ik moet het bij een beetje Frans houden. Wat Vlaams betreft… ik denk dat zelfs C-3PO daar problemen mee zou hebben. Het is een erg moeilijke, vreemde taal. Maar dit vind ik leuk. Ik was eerder al in Brussel en gisterenavond liep ik door een erg grauwe straat met een tram in het midden, als een scène uit een film over de Tweede Wereldoorlog. Er gebeurde niets, alsof iedereen in een bunker zat. Vervolgens liepen we door een deur, niet ver van ons hotel, en opeens stonden we in een prachtig restaurant. Een fin de siècle-restaurant. Het eten en de bediening waren schitterend. Ik was diep onder de indruk. Het eten is hier overigens fantastisch. En ik hou van jullie bier. Ik heb allerlei Belgische bieren geproefd, ook in Londen en ik kom zeker nog eens terug.