THE PHANTOM OF THE PARADISE

Brian De Palma op zoek naar zijn eigen beeldentaal

Fox Fox Fox
In 1974 was Brian De Palma nog lang geen grote naam. Hoewel: het zou niet lang niet meer duren vooraleer filmliefhebbers reikhalzend zouden uitkijken naar de nieuwste prent van deze cineast. In 1976 volgden Obsession en Carrie, in 1980 Dressed to Kill en het jaar daarop Blow Out. In 1984 konden we genieten van Body Double en in 1998 verblufte hij vriend en vijand met technische hoogstandjes in Snake Eyes. Tot zover onze favoriete thrillers van de meester. Daarnaast heb je uiteraard ook zijn gangsterfilms  Scarface (1983), The Untouchables (1987) en Carlito’s Way (1993). Geef toe: een palmares om u tegen te zeggen.

De Palma is, op zijn zachtst gezegd, een eigenzinnig figuur die meestal niet echt bereid is om toegevingen te doen. Een typevoorbeeld hiervan is The Phantom of the Paradise. Het resultaat: een film die je absoluut niet koud laat. Ofwel houd je ervan, ofwel haat je hem. Een tussenweg is er niet.

Er zitten twee verhaallijnen doorheen de film met elkaar verstrengeld. Een verhaallijn legt op een burleske manier allerhande misstanden in de popindustrie bloot en de verwijzingen naar popiconen als Alice Cooper, Kiss, David Bowie, Jimi Hendrix en andere zijn dan ook legio. Een tweede verhaallijn brengt een aantal klassieke magisch-realistische thema’s tezamen met verwijzingen naar Faust, The Portrait of Dorian Gray, Frankenstein en natuurlijk ook naar het superromantische werk van Gaston Leroux: Le Fantôme de l’Opéra.

Winslow Leach (William Finley) is een wereldvreemde zanger-componist die een cantate geschreven heeft rond Faust. Hij wil deze muziek aanbieden aan de legendarische Swan (Paul Williams) van Death Records, maar deze steelt de muziek en laat Leach opsluiten. Leach wil zijn muziek opnieuw bemachtigen, maar geraakt verminkt doordat hij met zijn hoofd tussen twee hete plaatmatrijzen geplet wordt. Iedereen gelooft dat Leach dood is, maar als Swan zijn ultieme poptempel, the Paradise, wil openen met Leach’s muziek zweert hij zich te wreken als Phoenix (Jessica Harper) niet de muziek mag zingen.

De opening van the Paradise biedt De Palma opnieuw de gelegenheid een prachtige massascène in elkaar te steken. Niettegenstaande het feit dat de film ontegensprekelijk een aantal missers bevat op het vlak van continuïteit, blijft het cinematografische aspect het sterkst in deze klassieker, niet in het minst door de fantastische pastiche op de beroemde douchescène uit Psycho. Deze prent toont duidelijk hoe De Palma, voortbouwend op zijn grote voorbeeld Hitchcock, een eigen filmtaal uitbouwt. Alles wat in het latere werk, Mission: Impossible incluis, tot uiting zal komen is op een meer rudimentaire manier al aanwezig in The Phantom.

De Writers’ Guild of America bekroonde De Palma in 1975 als auteur van de ‘Best Comedy’ oorspronkelijk geschreven voor het witte doek en op het filmfestival van Avoriaz, een festival gespecialiseerd in de fantastische film, kaapte hij de prijs weg als beste regisseur. Fantasy, gruwel en humor worden in The Phantom op een bijzonder originele manier vermengd. Binnen het werk van De Palma sluit hij wellicht het best aan bij Body Double, nog zo’n film waarin De Palma thrillerelementen gebruikt om de draak te steken met de Amerikaanse entertainmentindustrie.

Paul Williams is eerder toevallig in de cast terecht gekomen. De Palma vond weinig respons bij de typische filmstudio’s en ging daarom te rade bij platenmaatschappij A&M. Zij zagen wel iets in het project en op die manier ontmoette De Palma Paul Williams en ontstond de idee om Williams de muziek te laten schrijven voor de film en omdat Williams eerder al acteerervaring had opgedaan, kreeg hij de rol van Swan, die De Palma eerder voorzien had voor William Finley, iemand met wie De Palma opvallend vaak werkt.

Toegegeven: de mengeling van humor en horror is niet altijd even fijnzinnig en de film is een beetje gedateerd, maar misschien is dat vooral omdat hij zo levensecht de muziekscene van het midden van de jaren '70 tekent. Getuige daarvan het feit dat The Phantom in 1975 de Oscar haalde voor de beste soundtrack. The Phantom of the Paradise is zeker niet De Palma’s grootste meesterwerk, maar hij is het (her)bekijken meer dan waard.


Elke maand stoffen we een filmklassieker af. Surf doorheen het archief om de vorige klassiekers te lezen.