JACKASS: NUMBER TWO

I’m gonna get medieval on your ass

UIP
Het komt niet vaak voor dat we met een recensie onze geloofwaardigheid als filmcritici aan het wankelen brengen, maar met wat volgt lopen we toch een risico. Iedereen die ooit een aflevering van de MTV-serie Jackass op het netvlies gebrand kreeg weet meteen ook wat ze bij deze alweer tweede film kunnen verwachten: gore, misselijkmakende onzin waar niemand die ook maar een actieve hersencel heeft plezier aan zou mogen beleven. Er is maar een probleem: het is zo verschrikkelijk grappig.

Voor wie de laatste jaren op een andere planeet heeft vertoefd schetsen we toch even de achtergrond: eind jaren ’90 kreeg de op dat moment voor een tijdschrift over skateboarden werkende Johnny Knoxville de ziekelijke ingeving om – in het kader van een artikel – allerlei apparaten op zichzelf uit te testen. De stunts werden uiteindelijk in beeld gebracht door Jeff Tremaine en toonden hoe Knoxville onder andere met elektrische schokken werd bewerkt en, gehuld in een kogelvrije vest, een kogel tegen de borst kreeg. Het filmpje werd een hit bij de lezers van het magazine en Jackass was geboren. Knoxville verzamelde zijn vrienden en slaagde erin om het concept bij MTV aan de man te brengen. Uiteindelijk volgden er drie seizoenen (van 2000 tot 2002), werden Knoxville en zijn kornuiten heuse sterren (Knoxville heeft zelfs zijn ambities om het tot een acteur te schoppen kunnen verwezenlijken en zagen we in films als Men in Black II, Walking Tall, The Dukes of Hazzard, The Ringer en A Dirty Shame) en er zijn nog steeds ontelbare rip-offs op de buis te “bewonderen”.  

Na het succes van de serie besloten Knoxville en co. de fans nog een keer op een verzameling nonsens te trakteren en leverden in 2002 Jackass: The Movie af. Het resultaat waren negentig wansmakelijke minuten waar de heren zo ongeveer alle voor de televisie te gortige ideeën in kwijt konden. Hoewel een sequel aanvankelijk uitgesloten was deed het succes van de film de makers nog eens nadenken over een mogelijk vervolg en anno 2006 is Jackass: Number Two er dan toch gekomen.

In zo ongeveer alle mogelijke opzichten is Jackass: Number Two het resultaat van precies wat er mis is met de huidige entertainmentmaatschappij. De film kent uiteraard geen plot, negeert de conventies van film en is niets meer dan een aaneenschakeling van wansmaak. Het zou interessant zijn om te weten hoe de mens in de toekomst op dit zal terugkijken. Waarschijnlijk zullen ze het er dan over hebben hoe primitief de mens aan het begin van de eenentwintigste eeuw was. Jackass is het dieptepunt van de voyeuristische realitytrend die nu al jaren onze televisie bevuilt. Het verschil met iets meer kindvriendelijke onzin als America’s Most Wanted of onze eigen Videodinges is niet eens zo groot en roept vragen op waarom we er zo veel plezier in hebben om medemensen op hun bek te zien gaan. Jackass spreekt het meest instinctieve, primitieve deel van het brein aan en moet door elke weldenkende mens worden verworpen. Maar wij hebben wel tranen met tuiten gelachen.

Over humor kunnen we eindeloos discussiëren. Smaken verschillen nu eenmaal. Maar er bestaat zelden zoiets als zwart/wit of goed en slecht. Bijna alles bevindt zich in een grijze zone. Zo kunnen wij enorm genieten van die fijne, scherpe Britse humor maar konden we ook bij Jackass onze lachbuien niet onderdrukken. Alle stunts en gebeurtenissen zijn gekoppeld aan een shockeffect. Bijna schreeuwt het publiek het uit: “doe dat niet!” of “ze gaan dat toch niet proberen?!” maar als de stunt dan uiteindelijk toch gebeurt is het als een monster dat opeens uit de duisternis opdoemt in een horrorfilm. Het publiek weet dat het eraan komt, wil er niet mee geconfronteerd worden maar geniet stiekem toch. Er zouden psychologische studies aan moeten gewijd worden!

De stunts in Jackass: Number Two zijn vaker wel dan niet waanzinnig. Zo haalt de als een pseudo-dandy uitgedoste Bam Margera het in zijn hoofd om de zwaarlijvige Preston Lacy bovenop een brug te plaatsen, terwijl hij een bungeekoord met aan het andere eind de dwerg Wee Man bevestigd vasthoudt. Op het moment dat de onbevreesde Wee Man naar beneden duikt kan Lacy het gewicht niet houden en duikelt hij pardoes het water in, onmiddellijk gevolgd door de aan het koord slingerende Wee Man. Meer nog dan voorheen hebben de idioten het op elkaar gemunt. Zo krijgen we te horen dat Margera een fobie heeft voor slangen. Als hij later tijdens een onschuldig lijkende stunt opeens in een kooi terechtkomt met daarin een cobra zoemt de camera in op Margera’s betraande gezicht en krijgen we iets te zien dat veel verder gaat dan een beetje klooien tussen nooit opgegroeide kerels: panische angst. Het toont ook meteen hoe zelfs de kleinste ruimte voldoende is voor een mens om er in doodsangst door te kruipen. Wie trouwens dacht dat Knoxville, nu hij eigenlijk volledig onverdiend een acteur geworden is, zichzelf zou ontzien heeft het volledig mis. Zonder schroom gooit hij zich onversaagd in de gebeurtenissen en laat hij zich omverkegelen door een stier (meer dan eens), knalt hij het luchtruim in met een raket en wordt hij steeds opnieuw gebeten door een agressieve anaconda.

Regisseur Jeff Tremaine maakt tevens handig gebruik van het iets hogere budget om enkele – we durven het bijna niet schrijven – echt leuke bioscoopmomenten aan de ongein toe te voegen. Zo is de openingsscène waarin Knoxville en co. in slowmotion uit de mist opdoemen, op de loop voor een horde stieren, met Ennio Morricone’s sublieme compositie The Ecstasy of Gold uit The Good, the Bad and the Ugly op de voorgrond uitstekend. Een voor een worden de heren uitgeschakeld tot uiteindelijk Knoxville overblijft, zich naar de camera keert en “Welcome to Jackass!” schreeuwt, luttele seconden voor hij door een stier uit een raam wordt gegooid. Ook de finale; een door een in scène gezette stunt met een berenklem gestarte grootse Buster Keaton-achtige musicalsequentie is schitterend.

Andere “onvergetelijke” momenten zijn: Being John Malkovich en Adaptation regisseur Spike Jonze gaat vermomd als een halfnaakte oude vrouw op pad, met afschuw van de nietsvermoedende Amerikanen als gevolg; de altijd in weinig meer dan een gruwelijk te kleine onderbroek gehulde Steve-O laat een bloedzuiger aan zijn oogbal lurken; een aanval van bijen in een limousine, Knoxville die enkele van zijn collega’s overhaalt om deel te nemen aan een bijzonder pijnlijke stunt en een bijna volledig uit de hand gelopen practical joke waarin een van de grappenmakers het slachtoffer wordt en emotioneel onderuit dreigt te gaan. 

Het is moeilijk om Jackass: Number Two aan te raden. Wie deze film gaat bekijken heeft waarschijnlijk een vrij groot vermoeden van wat hem te wachten staat en is een fan van de show. Voor alle anderen is dit een door kots, schaamhaar en allerlei lichaamsvloeistoffen gedomineerde duivelse creatie. Hoewel een derde film opnieuw onwaarschijnlijk lijkt (op een bepaald moment hoopt iemand dat er geen derde Jackass komt) is er in ieder geval nog ruim voldoende beeldmateriaal uit deze prent verwijderd om een nakende DVD nieuwe dieptepunten te laten bereiken (een flink aantal stunts, uitgevoerd met Margera’s oom, werden uit de film gemonteerd nadat de man twee minderjarige meisjes seksueel benaderde toen ze hem een handtekening vroegen). Het is slechts een van de vele controverses die zich rond het fenomeen Jackass blijven ophopen.

Don’t try this at home!


Titel: Jackass: Number Two
Genre: komedie
Speelduur: 1u32
Regisseur: Jeff Tremaine
Acteurs: Johnny Knoxville, Steve-O, Chris Pontius, Bam Margera, Preston Lacy, Ryan Dunn, Jason ‘Wee Man’ Acuña, Dave England, Ehren McGhehey, Spike Jonze