OPEN SEASON

Dieren in nesten

Sony
Als we het over computeranimatie hebben dan kijken wij nog steeds nostalgisch terug naar die eerste langspeelfilm amper tien jaar geleden: Toy Story. De animatie (en dan vooral de menselijke personages in die film) mag ondertussen lang achterhaald zijn; het verhaal, de regie van John Lasseter en de stemmen van de cast blijven een onuitwisbare indruk achterlaten. Sindsdien heeft Pixar niet stilgezeten en ook andere studio’s zagen hun heil in computeranimatie. Het resultaat is een jaarlijkse aanvoer van overdadig veel soortgelijke films waarin de hoofdpersonages – meestal snoezige dieren die de animatoren in staat stellen om hun nieuwe software te testen – een gemeenschappelijke vijand moeten overwinnen terwijl het publiek er een ongevraagde levensles bij krijgt.

Wij mogen dan wel genoten hebben van beide Ice Age-films, de kwaliteitsvolle producties van Pixar en de meeste aanstormende projecten het voordeel van de twijfel geven; toch beginnen zelfs wij ons licht te ergeren aan het gebrek aan originaliteit in de meeste computeranimatiefilms. Meer nog dan in andere genres tekent zich nu al jaren een te duidelijke formule af die zelfs door de pioniers van het genre (Pixar) niet altijd kan gebroken worden (zie het technisch superieure maar inhoudelijk tamme Cars): de meeste animatiefilms gaan, sinds de traditionele tekenfilm onterecht (en ongetwijfeld slechts voorlopig) werd afgezworen, over vrienden tegen wil en dank of pratende dieren (vaak mieren) of beiden. Pogingen van een talentvolle regisseur als Robert Zemeckis om iets anders te proberen hebben enkel een curiosum opgeleverd (het voor foute redenen soms enge The Polar Express), hoewel Monster House toch een stap in de goede richting bleek. Zijn ambitie om het medium ook voor films voor volwassenen te benutten is in ieder geval welkom en we zullen zien of zijn volgende project – Beowulf – dat volgend jaar in de zalen verschijnt computeranimatie én motion/performance capture (waarin de bewegingen en gelaatsuitdrukkingen van een acteur naar een geanimeerd personage worden vertaald, nvdr) naar nieuwe hoogtes brengt. Een van de weinige films die, wat ons betreft, aan de hoge verwachtingen voldeed was The Incredibles uit 2004; nog steeds een van de knapste computeranimatiefilms sinds Toy Story.          

Met Open Season (of Baas in eigen Bos zoals de gedubde versie getiteld werd) gooit Sony Pictures Animation zich op de drukke markt van de langspeelfilms en hun eerste project speelt dan ook vooral op veilig. De makers beweren het tegendeel maar dit is een schaamteloos kopietje van Shrek (de zwaarlijvige “held” die uit zijn vertrouwde omgeving wordt gehaald, de irriterende maar toch sympathieke sidekick en een hele reeks nevenpersonages), gecombineerd met Madagascar en The Wild (dieren in gevangenschap moeten zien te overleven in de wilde natuur) en zo ongeveer elke Pixar film tot voor The Incredibles; de buddy-film. Zelfs tijdens de eindgeneriek krijgen we een lijst met de “production babies” te zien; een aanvankelijk onschuldig stukje trivia dat bijna elke animatiefilm na afloop aan zijn publiek wil opdringen. De emmer is bijna vol.

In Open Season ontmoeten we Boog (stem van Martin Lawrence), een tamme grizzlybeer die een ontspannend leven leidt in de garage van parkopzichter Beth (Debra Messing). Samen met Boog organiseert ze shows voor de kinderen en houden ze zich ver verwijderd van de jagers die tijdens het seizoen in het dorp arriveren. Een van die jagers is de gevaarlijke Shaw (Gary Sinise). Als op een dag Boog het voortdurend taterende rendier Donkey… uhm… Elliot (Ashton Kutcher) helpt ontsnappen uit de greep van Shaw ontstaat er tussen de twee een ongewone vriendschap. Elliot ziet een kans op een beter leven en laat Boog niet met rust. Uiteindelijk zorgt een misverstand ervoor dat Boog als een gevaarlijk dier wordt gezien en Beth is genoodzaakt om hem in het bos te droppen. Daar moet Boog met de hulp van Elliot zien te overleven. Ondertussen sluipt Shaw door het woud en ook de andere jagers komen angstaanjagend naderbij. Het is aan alle dieren in het bos om een front te vormen tegen de menselijke dreiging.

Open Season brengt niets nieuws: de animatie is leuk maar nooit bijzonder (de knappe en gedetailleerde omgevingen staan haaks op de cartooneske personages), de alweer door songs gedomineerde soundtrack gaat gauw vervelen en de meeste grappen zijn varianten op de ontelbare “fish out of water” momenten die we al te vaak hebben gezien. Martin Lawrence en Ashton Kutcher zijn niet meteen de meest talentvolle acteurs maar slagen er toch in om hun personages een ziel mee te geven, terwijl Sinise de virtuele decors tussen zijn tanden vermaalt als Shaw. De show wordt gestolen door de vele randfiguurtjes waaronder oorlogszuchtige Schotse eekhoorns (aangevoerd door Billy Connolly), onder stress en trauma’s gebukte eenden, pestende rendieren, sarcastische bevers, kibbelende stinkdieren, een steeds opduikend stekelvarken en zwijgzame, als munitie gebruikte konijnen. De meeste grappen met deze dieren werken gelukkig wel, al was die zoveelste verwijzing naar Braveheart misschien net iets te gemakkelijk (je krijgt het gevoel dat de personages geschreven werden met een verwijzing naar popcultuur in gedachten).

Visueel blijft het allemaal weinig vernieuwend en op een achtervolging in een door een dam gebroken rivier na (waarin de personages zich zwemmend en aan ronddrijvende boomstammen vastklampend uit de voeten moeten maken voor Shaw in zijn door het water eveneens meegesleurde wagen) valt er weinig te beleven. De uiteindelijke strijd van de dieren tegen de jagers is leuk en brengt een aantal visuele vondsten maar kan nooit het déjà vu gevoel doen vergeten.

Open Season is een soms aangenaam niemendalletje dat geen blijvende letsels achterlaat maar ook meteen weer vergeten kan worden. Wie dit jaar dieren versus mensen wil zien kan maar beter het superieure Over the Hedge bekijken.    


Titel: Open Season (Baas in eigen Bos)
Genre: animatiefilm
Speelduur: 1u39
Regisseur: Roger Allers, Jill Culton, Anthony Stacchi
Acteurs: Ashton Kutcher, Martin Lawrence, Gary Sinise, Jon Favreau, Debra Messing, Jane Krakowski, Billy Connolly, Patrick Warburton