THE WICKER MAN

Burn, baby burn!

Warner Bros.
De remakekoorts slaat opnieuw toe. Deze keer is het de beurt aan The Wicker Man, een Britse cultfilm uit 1973. De film handelt over een agent die op een mysterieus eiland op zoek gaat naar een verdwenen meisje en er een naakt ronddansende Britt Ekland (ooit nog mevrouw Peter Sellers), een door witte make-up verhulde en in heidense outfits rondhuppelende Christopher Lee en beangstigende caféliederen aantreft. Dat de prent ondertussen een klassieker is geworden heeft veel te maken met het knappe, onrustwekkende einde, dat we hier uiteraard niet zullen verklappen. Dat Hollywood vroeg of laat een poging zou wagen om een commerciële versie van deze toch wel erg eigenaardige productie op de markt te gooien was dan weer onafwendbaar en het resultaat is dan ook een bedroevend doorslagje van het origineel.

Toen bekend raakte dat regisseur Neil LaBute de regie van de remake op zich zou nemen spitsten we de oren. LaBute is een interessante schrijver/regisseur die verantwoordelijk is voor films als In the Company of Men (meteen ook het eerste echt belangrijke wapenfeit van LaBute’s fetisjacteur Aaron Eckhart die aan het begin van Wicker Man in een “blink and you’ll miss” cameo opduikt), Your Friends and Neighbors, het wrede The Shape of Things, Possession en een van de weinige films waarin we Renée Zellweger echt kunnen appreciëren; het zwartkomische Nurse Betty. Al deze films hebben met elkaar gemeen dat ze handelen over de verschillen tussen mannen en vrouwen en hoe de beide seksen elkaar al dan niet bewust manipuleren. Een van de thema’s in LaBute’s oeuvre is de fysieke en/of emotionele ondergang van mannen door de vrouw. In Nurse Betty raakt een huurmoordenaar (schitterend vertolkt door Morgan Freeman) zo gefascineerd door Zellwegers in een droomwereld levende personage dat het uiteindelijk naar zijn ondergang leidt en in The Shape of Things verliest een man zijn eigen identiteit omwille van een gedoemde relatie. LaBute laat ons denken dat hij niet meteen een vrouwenliefhebber is (In the Company of Men verhaalt over twee kerels die een wrede grap uithalen met een vrouw) en het lijkt logisch om die elementen ook in The Wicker Man te laten doorschemeren. Was de heidense gemeenschap in het origineel vooral mannelijk dan is die in de remake matriarchaal, met de mannen enkel aanwezig als hersendode kweekmachines.

De tegenwoordig in zo ongeveer elke film opduikende Nicolas Cage vertolkt Edward Malus, een politieagent die tijdens zijn job een moeilijk te verwerken trauma opliep. Op een dag krijgt hij een brief van een ex-vriendin die hem om hulp smeekt. Haar dochtertje is verdwenen en ze vraagt Edward om het kind terug te vinden. Vreemd genoeg woont Willow, Edwards ex, op een van de buitenwereld afgesloten eiland en zou de zoektocht naar het kind, in een gemeenschap waar iedereen elkaar kent, weinig problemen mogen veroorzaken. Edward stoot er echter meteen op een muur van wantrouwen en stil verzet. Het eiland wordt gedomineerd door vrouwen die er in harmonie met de natuur een archaïsche levenswijze op nahouden en aan de top staat Sister Summersisle (Ellen Burstyn); een standvastige vrouw die haarzelf als de verpersoonlijking van Moeder Natuur ziet. Edward merkt algauw dat hij in zijn zoektocht wordt belemmerd en ontdekt steeds meer duistere verhalen en levensvisies op het eiland. Wat hij niet meteen doorheeft is dat hijzelf misschien nog wel het meest gevaar loopt.

Hoe interessant en intrigerend bovenstaande synopsis ook lijkt (en dat is het ook in het origineel), de remake is een op de zenuwen werkende, saaie en overbodige film geworden. Omdat wij Robin Hardy’s klassieker uit ’73 gezien hebben blijft het in LaBute’s versie wachten op dàt einde maar ook daar gaat de regisseur de mist in. Wat een ontknoping moet zijn die het publiek met verstomming slaat blijkt hier niets meer dan een nodeloos gecompliceerde (zo’n einde waarin alles netjes wordt uitgelegd), visueel ronduit flauwe finale. Dat heeft ook te maken met Cage, een acteur die wij doorgaans wel goed vinden, die miscast werd als Malus. Het scenario heeft overigens enkele absurde keuzes voor zijn personage in petto die meer op de lachspieren werken en vragen oproepen bij LaBute’s persoonlijke opvattingen (een karateschop tegen een – toegeven – erg agressieve cafébazin?). Cage blijft verweesd achter met een amper boven het schetsmatige opstijgende rol en slaagt er niet om er toch nog iets van te maken. Het eiland, waar om de een of andere reden bijna iedereen bijenimker is, wordt verder bevolkt door talentvolle karakteractrices (o.a. Frances Conroy uit Six Feet Under en Molly Parker uit het fantastische Deadwood) die niets hebben om mee te werken en lopen er verloren bij. De ooit beloftevolle Leelee Sobieski krijgt heel even de kans om een subplot aan te brengen maar LaBute heeft de mogelijke verhaalwending nog niet eens geïntroduceerd of hij is ze alweer vergeten. De relatie als ex-geliefden tussen Cage en Kate Beahan als Willow is ongeloofwaardig en koel (bij nader inzien was dit misschien wel de bedoeling) en zelfs de sfeervolle muziek van Angelo Badalamenti (de huiscomponist van David Lynch) en de cinematografie van Paul Sarossy (een van de vaste medewerkers van Atom Egoyan) kunnen dit zinkende schip niet redden.

The Wicker Man is interessant voor LaBute-liefhebbers die willen zien hoe hij zijn thema’s koortsachtig in zijn eerste commerciële productie giet. Voor anderen is het een curiosum dat inspeelt op de nog steeds huidige Japanse horrortrend (we weten het nu wel: kleine meisjes zijn eng). Fans van de enige echte Wicker Man laten dit maar beter aan hen voorbijgaan.          
          


Titel: The Wicker Man
Genre: horrorfilm / thriller
Speelduur: 1u46
Regisseur: Neil LaBute
Acteurs: Nicolas Cage, Ellen Burstyn, Kate Beahan, Leelee Sobieski, Diane Delano, Molly Parker, Frances Conroy, Erika-Shaye Gair