THE PRESTIGE

Het boek is... anders dan de film.

Warner Bros.
Het verfilmen van een boek is een delicate kwestie. Aan de ene kant is het belangrijk om het bronmateriaal trouw te blijven, al was het maar om de fans van het originele werk niet tegen de borst te stoten. Anderzijds is het minstens even belangrijk om te beseffen dat beeldtaal niet hetzelfde is als geschreven taal. Met andere woorden: een schitterende scène in een boek kan een belabberd filmmoment opleveren.


Dit artikel bevat spoilers en onthult belangrijke details over The Prestige, zowel het boek als de film!

Filmmakers hebben zich altijd al het hoofd gebroken over hoe ze een boekverfilming het beste aanpakken. Hun methodes verschillen. Sommige regisseurs (zoals Alfred Hitchcock) waren van mening dat enkel novelles en kortverhalen de moeite waren om te verfilmen, omdat er anders té veel van de essentie geschrapt moest worden. Andere collega’s gingen een confrontatie dan weer niet uit de weg en probeerden episch lange of onverfilmbaar geachte boeken zo letterlijk mogelijk in filmvorm te gieten (zie Peter Jackson met zijn Lord of the Rings-epos of Perfume van Tom Tykwer). Voor elke methode is iets te zeggen, al is een boekverfilming nooit een garantie voor succes of kwaliteit. Want voor elke Lord of the Rings heb je een Eragon, voor elke Silence of the Lambs een Da Vinci Code.

Tussen de twee eerder aangehaalde werkmethodes ligt nog een andere optie: de zogenaamde bewerking. Regisseurs kiezen een roman of novelle, en zetten die naar hun hand, vaak op een zodanige manier dat het bronmateriaal nog amper te herkennen is. Wie zou op het eerste zicht bijvoorbeeld nog vermoeden dat Ridley Scott met Blade Runner een verfilming maakte van Do Androids Dream of Electric Sheep van Philip K. Dick, of dat Kubrick voor Eyes Wide Shut de mosterd ging halen bij Traumnovelle van Arthur Schnitzler? Ook Christopher Nolan en zijn broer Jonathan zetten flink het mes in The Prestige van auteur Christopher Priest. Diens roman over rivaliserende goochelaars (voor het eerst gepubliceerd in 1995) is opgebouwd als een cryptogram, een complexe raamvertelling die meerdere generaties overspant, en volgepropt werd met dagboekfragmenten en raadsels. Bovendien gebruikt Priest in The Prestige een vertelstijl die enkel werkt in boeken; een letterlijke verfilming zo een hopeloos gefragmenteerd rommeltje opleveren. Je zou het Hollywood vergeven als ze The Prestige voorgoed als “onverfilmbaar” hadden afgedaan.

Maar toen Nolan het boek The Prestige toegestopt kreeg van een van zijn medewerkers, raakte hij gefascineerd door de complexe structuur, ook al besefte hij dat hij voor een verfilming flink wat toegevingen zou moeten doen. Zonder aan de kern te raken, heeft Nolan voor zijn verfilming een aantal belangrijke elementen moeten schrappen en aanpassen. Eerst en vooral heeft Nolan ervoor gezorgd dat de rivaliserende goochelaars Robert Angier (Hugh Jackman) en Alfred Borden (Christian Bale) aanvankelijk vrienden zijn. In de filmversie begonnen ze hun carrière als assistenten van Cutter (Michael Caine), terwijl ze elkaar in het boek pas leren kennen als hun respectievelijke reputaties beginnen te groeien. Ook de manier waarop het begin van het verhaal zich ontvouwt, verschilt fundamenteel in boek en film. Regisseur Nolan neemt zijn publiek meteen mee naar de vorige eeuw en blijft in dat tijdperk, tot en met de ontknoping van zijn verhaal. In het boek van Priest begint het verhaal in het heden, als de journalist Andrew Westley een vreemd verschijnsel onderzoekt en per toeval kennismaakt met de jonge Kate Angier, die in een machig landhuis woont dat ooit van Robert Angier is geweest. Wat de twee niet weten is dat ze allebei afstammelingen zijn van hun rivaliserende grootvaders. Aan de hand van dagboekfragmenten ontdekken ze uiteindelijk de hele waarheid.

Zoals wel vaker met boekverfilmingen, waagt regisseur Nolan zich aan een volledig ander einde. Hij houdt vast aan een tamelijk rechtlijnig opgebouwde vertelling. Zijn einde speelt zich af in de kelders onder het theater waar Angier zijn laatste shows speelt. Daar bewaart de illusionist ook de zogenaamde “prestige materials”, de dubbelgangers die hij creëert met de geheimzinnige machine van Tesla. In tegenstelling tot het boek, zijn die identieke dubbelgangers springlevend en moet hij ze verdrinken in enorme watertanks om te voorkomen dat er plots overal Angiers opduiken. Als rivaal Borden eindelijk zijn geheim ontdekt en op zijn beurt onthult dat hij The Transported Man al die jaren gewoon met zijn identieke tweelingbroer heeft uitgevoerd, vermoord hij Angier en neemt hij de verantwoordelijkheid over diens dochtertje op zich.

In het boek van Christopher Priest komt de ontknoping uit een hele andere hoek. De werkmethodes van Borden en Angier zijn nog steeds dezelfde, maar de “prestige materials” die Angier met zijn Tesla-machine maakt, zijn versteende kopieën van hemzelf. Angier hoeft zijn kloon dus niet te vermoorden, maar heeft daarom niet minder kopzorgen. Tijdens een van zijn laatste shows slaagt Borden er namelijk in om tijdens zijn act backstage te komen en trekt de stekker uit de Tesla-machine, net op het moment als Agier zichzelf wil klonen. Met nefaste gevolgen. Want in plaats van een perfecte kopie, levert het twee “halve” Angiers op, waarvan er eentje amper meer is dan een spook. En die “kopie” van Angier besluit om wraak te nemen op zijn rivaal. Maar als het puntje bij paaltje komt, hij kan de inmiddels zieke Borden niet vermoorden en steelt daarom zijn dagboek, dat hij vlak na zijn dood laat publiceren, uiteraard zonder daarbij zijn eigen geheim te onthullen.

Een tijdje later ontmoet het spook Angier opnieuw zijn andere zelf en stelt vast dat ook hij ziek is geworden. Als zijn dubbelganger sterft, gebruikt het “spook” de machine van Tesla om zichzelf in het lichaam van zijn overleden dubbelganger te transporteren. Het succes van zijn “ultieme stunt” wordt in het midden gelaten, al doet het einde vermoeden dat Angier vandaag nog steeds in leven is. Maar dan heb je als lezer het beste moment nog niet eens gehad. In de raamvertelling hebben Andrew en Kate inmiddels ontdekt dat ze nakomelingen zijn van Borden en Angier, vinden in de kelder sporen terug van de Tesla-machine, maar hebben nog steeds geen ultiem bewijs dat de methode van Angier echt heeft gewerkt. Tot een clou hen leidt naar een grafkelder onder het kerkhof, waar Angier al die jaren zijn “prestige materials” heeft bewaard. Andrew ontdekt daar honderden versteende klonen van Angier, netjes gesorteerd volgens datum van duplicatie, onaangetast door de tand des tijds...

Of je uiteindelijk meer voelt voor het boek of de film, hangt af van je persoonlijk smaak. Maar hoe goed de filmversie van Nolan ook is (en dat moet gezegd: ze is uitstekend), het moment waarop Andrew de kelder met Angier-klonen instapt, is een moment om nooit te vergeten. De vraag is alleen waarom Nolan er voor heeft gekozen om net dat indrukwekkende moment niet te gebruiken in zijn film. Want hoe sterk de ontknoping van zijn film ook mag zijn, het beeld van de honderden versteende Angiers zou zonder enige twijfel wél een onvergetelijk filmmoment hebben opgeleverd.

Met dank aan Nico Abeloos