Abbott and Costello Meet Frankenstein was niet alleen een grote comeback voor Bud Abbott en Lou Costello, maar ook de horrorserie van Universal kreeg er een tweede adem door. De horrorfilms van Universal waren in 1931 gestart met Dracula en Frankenstein. Het maakten van de respectievelijke hoofdrolspelers Bela Lugosi en Boris Karloff wereldsterren. Beiden zouden in de jaren ’30 een hele reeks succesrijke horrorfilms voor Universal draaien. Maar toen de geallieerden in 1944/1945 tijdens de bevrijding van Europa de concentratiekampen ontdekten maakte de wereld kennis met realistische horror. Plotseling leken de filmmonsters uit een artificieel Europa kinderspel en romantische nonsens. Het genre van de horror zat op een dood spoor. Pas in de jaren ’50, toen de mensheid begon te experimenteren met nucleaire proeven, zouden de monsterfilms terugkeren met buitenaardse indringers en radioactieve reuzeninsecten.
Voordat A & C hun debuut maakten op het witte doek hadden ze jarenlange ervaring opgedaan als een duo act op theater en in nachtclubs. Op de radio deden ze wekelijks hun routines bestaande uit snelle en harde dialogen vol geniale woordspelingen. A & C bezaten een encyclopedische kennis van routines en sketches uit de burleske. Hun routine “Who’s On First” is legendarisch en belichaamt perfect de humor en relatie tussen A & C.
De relatie tussen A & C was zonder het sentiment van Laurel and Hardy. In de films van Laurel and Hardy was er de ongeschreven wet dat er gekibbeld mocht worden onder elkaar, maar ze waren onafscheidelijk en honderd procent loyaal aan elkander. De relatie van hun cynische broertjes A & C werd gekenmerkt door cynisme en eigenbelang waar geen enkel van de twee de kans liet liggen om de ander de loef af te steken. Er was geen grote liefde tussen Abbott en Costello, zowel niet op de set als naast de set.
In 1940 maakten A & C hun filmdebuut One Night in the Tropics waarin ze nog genoegen moesten nemen met bijrollen. Vanaf hun tweede prent Buck Privates (1941) zouden ze steeds de hoofdrollen invullen. Buck Privates is vandaag een geweldig tijdsdocument geworden: komische scènes van A & C met als subplot een cliché love story met een gelukkig einde voor iedereen en tussendoor patriottische liedjes door de Andrew Sisters. Het zangtrio Andrew Sisters zouden nog in enkele A & C films verschijnen en zouden altijd geassocieerd worden met Bud en Lou. Buck Privates was het soort films dat Hollywood uitbracht om het Amerikaans publiek enkele uurtjes ongecompliceerd te amuseren. Na de bevrijding van Europa werden de films van A & C in een snel tempo uitgebracht in Europa en kende waanzinnig veel succes. De formule van een A & C film is een aaneenschakeling van hun vaudeville routines waarrond een verhaal is geschreven. Tussen 1940 en 1956 maakten ze maar liefs 36 speelfilms. In de periode 1952/1954 komt daar nog de tv-serie The Abbott and Costello Show van 52 afleveringen bij en verder blijven ze optreden voor radio en theaters.
Abbott and Costello Meet Frankenstein is een triomf en schoolvoorbeeld van genrecombinatie. De film heeft niet alleen het monster van Frankenstein, maar ook Graaf Dracula en de weerwolf. Wat destijds uniek was voor een komedie is dat de rollen werden gespeeld door de originele horroracteurs en hun rollen op een ernstige manier vertolken. Door de ernst van hun tegenspelers is de interactie van A & C nog grappiger dan anders. De film heeft een geweldig mooie fotografie, originele Universal-decors en de speciale effecten waren voor hun tijd het neusje van de zalm.
De rol van Dracula wordt vertolkt door niemand minder dan Bela Lugosi. In 1931 was Lugosi een wereldster geworden met zijn titelrol in Dracula van Tod Browning. Dat succes zou hij nooit meer evenaren. Tegen 1948 was hij zo goed als vergeten en de meeste mensen in Hollywood dachten dat hij dood was. Met Abbott and Costello Meet Frankenstein maakte Lugosi een comeback door de cape van Graaf Dracula voor een tweede en laatste maal te dragen. Na zijn avontuur met A & C werd Lugosi bevriend met regisseur Edward D. Wood Jr. met wie hij een reeks barslechte films zou maken die sinds hun herontdekking in de jaren ’70 legendarisch zijn geworden. Wie alles wil weten over deze relatie kunnen we met veel plezier doorverwijzen naar Ed Wood (1994) van Tim Burton. Hierin word de Lugosi op onvergetelijke wijze gespeeld door één van onze favoriete cult acteurs Martin Landau, die er destijds zelfs een verdiende Oscar voor kreeg.
De weerwolf in Abbott and Costello Meet Frankenstein wordt voor de vijfde maal gestalte gegeven door Lon Chaney Jr. Zijn vader Lon Chaney was een legende geworden met zijn rollen in horrorfilms uit de stille filmperiode in de jaren ‘20 en kreeg de bijnaam “the man with a thousand faces”. Lon Chaney Jr heeft altijd in de schaduw van zijn legendarische vader geleefd maar in 1941 drukte hij toch zijn eigen stempel op het genre met de titelrol in The Wolfman. In tegenstelling tot Lugosi keerde Chaney Jr regelmatig terug in een hele reeks sequels als de Wolfman.
Op het einde maakt zelfs Vincent Price een gastoptreden als de Onzichtbare Man. Tenminste, we horen zijn typische griezelig/komische stem. Hoewel Price pas in de jaren ’50 en ’60 een horroricoon zou worden (vooral met de Roger Corman-films) is zijn bijdrage nu een leuke extra.
De enige die jammer genoeg ontbreekt is Boris Karloff als het Monster van Frankenstein. Die wordt nu ingevuld door Glenn Strange, die de rol al enkele malen had gespeeld in de Universal sequels. Strange had de rol van Karloff overgenomen toen Karloff na zijn derde Frankenstein film The Son of Frankenstein (1939) de rol beu was. Strange had het tijdens de opnamen van Abbott and Costello Meet Frankenstein wel de grootste moeite om zich ernstig te houden vanwege de improvisaties van Lou Costello. Hoewel Strange het goed doet als het Monster had het natuurlijk veel mooier geweest mochten de drie originele acteurs hun rollen vertolkt hebben waardoor ze iconen zijn geworden. Karloff deed wel publiciteitsfoto’s voor Abbott and Costello Meet Frankenstein en later zou hij toch nog zijn optreden maken in een A & C komedie die zelfs zijn naam in de titel heeft: Abbott and Costello Meet The Killer, Boris Karloff (1949).
Abbott and Costello Meet Frankenstein werd zoals elke A & C film afgekraakt door “ernstige” critici en werd beschouwd als de doodsteek van de Universal horrorfilms. Als we de film nu bekijken zien we niet alleen A & C op hun best maar ook dat Abbott and Costello Meet Frankenstein in feite een geweldig eerbetoon aan de makers die onsterfelijke filmiconen hebben gecreëerd in de jaren ’30 en ’40. Abbott and Costello Meet Frankenstein startte een hele reeks van Abbott and Costello Meet-films waarin Universal zijn oude monsters van de zolder kon halen: Meet The Invisible Man (1951) en Meet Dr Jekyll and Mister Hyde (1953) en Abbott and Costello Meet The Mummy (1955). Allemaal geweldig amusant maar het niveau van Abbott and Costello Meet Frankenstein werd nooit meer gehaald.
De laatste film van A & C was Dance with Me Henry in 1956. Zoals zij in de jaren ‘40 de troon Laurel and Hardy hadden overgenomen zouden zij op hun beurt opzij worden geduwd door het nieuwe komische filmduo Dean Martin en Jerry Lewis. Na Martin en Lewis is er geen enkel groot komisch filmduo meer geweest. De traditie werd nog wel verder gezet op Britse TV shows waar de invloed van Abbott en Costello nog jaren zou voortduren met dubbelacts zoals Morecamde and Wise, The Two Ronnies en Alas Smith en Jones.
Drie jaren na hun laatste film stierf Lou Costello op 53-jarige leeftijd aan een hartaanval. Bud Abbott stierf in 1974 aan kanker, hij was 78. Beiden zijn bankroet gestorven. Ze zijn door corrupte boekhouders en slechte managers behoorlijk getild. Zelf hebben ze ook grote sommen vergokt en verkeerd belegd. Hun nabestaanden hebben huis en haard moeten verkopen want na hun dood wist de belastingdienst Bud en Lou nog wel te vinden. Hun erfenis aan ons is een hele reeks zwart witte B-films waarmee best kan gelachen worden. Burleske is een komedievorm dat volledig verdwenen is. Dankzij hun films is deze kunst voor eeuwigheid op film vastgelegd.
In Cult Corner dalen we elke maand af naar de kelders van Hollywood: lang vergeten tv-series, obscure langspeelfilms of bizarre acteurs worden op die manier weer in het voetlicht geplaatst.