ROCKY - DE FILMCYCLUS

Hoe het allemaal begon

Fox Fox Fox Fox Fox Fox Fox Fox
1976 - Niet All the President’s Men of Taxi Driver, maar de onwaarschijnlijke underdog Rocky gaat met de Oscar voor Beste Film aan de haal. Een enorme triomf, niet alleen voor filmstudio MGM. Ook Sylvester Stallone is in zijn nopjes. Hij krijgt immers de prijs voor Beste Scenario. Sindsdien heeft de sympathieke bokser zich resoluut geschaard onder de meest herkenbare filmiconen van de 20e eeuw. En nu Stallone de reeks definitief ten grave heeft gedragen met het uitstekende slotstuk Rocky Balboa, wordt het eens tijd om de carrière, de hoogtepunten en dieptepunten van The Italian Stallion nader onder de loep te nemen.
 
Het succesverhaal van Rocky begint ergens op een zolderkamertje. Begin jaren ’70 was Stallone een opkomend acteur die ondanks een paar leuke rollen zijn gading niet vond in scripts die hij onder ogen kreeg. Hij besloot dan maar om zelf een scenario te schrijven waarin hij zijn talent kon etaleren. Na zeven dagen zwoegen en vééél sigaretten had Stallone een eerste versie van het script voor Rocky op papier. Maar het viel niet meer om het scenario verkocht te krijgen. Stallone belde aan bij elke studio, maar kreeg zijn film niet van de grond, omdat niemand hem ook de hoofdrol wilde laten spelen – voor Stallone een vereiste. Pas toen filmstudio MGM en regisseur John G. Avildsen zich met het project gingen bemoeien, kwam er schot in de zaak. In december van 1975 gingen de opnames van start en door het karige budget van amper een miljoen dollar moest er snel en efficiënt worden gewerkt. Maar het resultaat overtrof alle verwachtingen. Wat een eenvoudige “calling card” voor Stallone had moeten worden, ontpopte zich tot een heus fenomeen. Want naast de lading Oscars was Rocky ook een financiële monsterhit. Met een opbrengst van 117 miljoen dollar (in 1976 vergelijkbaar met het kassucces van een blockbuster als Pirates of the Caribbean of The Da Vinci Code) werd Rocky meteen ook een van de meest lucratieve filmprojecten aller tijden.
 
Maar hoe kijken we dertig jaar later tegen Rocky aan? Is het nog steeds de bonafide feelgood-klassieker van weleer? Om eerlijk te zijn: ja en nee. Objectief bekeken is Rocky een prachtige film, het vleesgeworden droomproject van een toen veelbelovende filmster. Maar in de loop der jaren zijn de meeste elementen die Rocky zo succesvol hebben gemaakt dermate uitgemolken, dat de film veel van zijn frisheid heeft ingeboet. Natuurlijk is ook het wisselvallige carrièrepad van Stallone verantwoordelijk voor de perceptie van Rocky. Voor de trouwe fans heeft de film nog niets van zijn kracht ingeboet, maar voor de vrijblijvende filmkijker is het bijna onmogelijk geworden om het imago van Stallone los te koppelen van zijn klassieker. En op die momenten komen ook de “gedateerde” aspecten van de film naar voren: het slome tempo, de wat langdradige opbouw en de prekerige monologen. Tegen de tijd dat Rocky (eindelijk) met Apollo Creed in de ring kruipt, zijn die minpuntjes alweer vergeten, maar het valt helaas niet te ontkennen dat het meanderende scenario en de occasionele meligheid – in combinatie met het imago van Stallone - de impact van de film op een nieuwe generatie filmfans wellicht zal verzwakken.
 
En toch: het zou niet mogen. Want Rocky is zonder enige twijfel de blauwdruk van elke “believe in yourself and you can achieve anything”-film die de afgelopen dertig jaar uit de Hollywood-filmfabriek is gerold. Want zeg nu zelf: wie droomt er niet van een kans om het te maken? De duizenden hoopvolle kandidaten die zich telkens weer voor allerlei Idool-wedstrijden aanmelden, zijn daarvoor het sprekende bewijs. Ironisch genoeg is Rocky zelf in eerste instantie niet zo te vinden voor roem en faam. Ondanks het feit dat hij zich te pletter traint in bokszaal van Mickey, komt het aanbod van wereldkampioen Apollo Creed (die zich tot “man van het volk” wil laten uitroepen door een willekeurige nobody tegen hem te laten vechten), zo onverwachts, dat hij er in eerste instantie van schrikt en het aanbod afslaat. Pas als er van alle kanten wordt aangedrongen, begint de wat slome Rocky te beseffen dat dit gevecht dé kans is om zijn leven een nieuwe wending te geven. Maar toch blijven zijn ambities bescheiden. Winnen tegen Apollo Creed lijkt Rocky al van begin af aan onmogelijk. “To go the distance”, vijftien rondes tegen de wereldkampioen, dat wordt zijn doel. En als Rocky aan het einde van het gevecht murw geslagen, maar levend uit de ring stapt, voelt hij zich koning te rijk. “Adrian, I love you!”, klinkt het. Hij leeft de droom, hij is een held. Ook al wint Creed uiteindelijk op punten...
 
1979 - Na het succes van Rocky kon een sequel natuurlijk niet uitblijven. In die tijd was het weliswaar nog niet zo gebruikelijk om meteen een vervolg aan een succesfilm te breien, maar toen Stallone het idee bij MGM op tafel legde, kreeg hij carte blanche om te doen wat hij wilde. Een scenario had hij al, en Stallone mocht dit keer ook zelf de regie voor zijn rekening nemen. Hij had het jaar voordien al wat kunnen oefenen met zijn regiedebuut Paradise Alley, en MGM vond dat Stallone alles in huis had om ook de sequel tot een goed einde te brengen. Maar meer nog dan bij Rocky, waren de meningen over Rocky II verdeeld. Critici gaven Stallone ervan langs omdat hij nauwelijks afweek van de sfeer en stijl van zijn voorganger. Bij nader inzien was dit de goede beslissing, en maakt dit van Rocky II wellicht nog een sterkere film dan het origineel.
 
Stallone pikt de touwtjes op vlak na het hallucinante duel tussen Rocky en Creed. De kampioen wilde weliswaar geen rematch, maar nadat hij de kracht van The Italian Stallion had onderschat, moet hij zijn geschonden ego natuurlijk zo snel mogelijk oplappen. Al in de kleedkamers komt het tot een uitdaging. Maar Rocky heeft geen interesse. Hij heeft wat hij wil en droomt van een rustig leven met Adrian. Het fijne aan Rocky II is dan ook dat Stallone (meer dan in de andere delen) ruimschoots de tijd neemt om het leven van Rocky na zijn triomfmoment onder de loep te nemen. Want Rocky is en blijft een wat sullige naïeveling die zich eigenlijk geen weg weet met zichzelf. Ook de plotse roem (inclusief lucratieve reclamespots, bontjassen en dure auto’s) past niet bij hem. Adrian vreest dan ook dat Rocky naast zijn schoenen zal gaan lopen. Wat uiteindelijk ook gebeurt. Want het geld raakt op, de roem vervaagt en de enige uitweg lijkt een uitzichtloze baan in een vleesfabriek. Want vechten kan niet meer. Uit een medisch onderzoek blijkt namelijk dat Rocky zijn rechteroog heeft beschadigd en blind zou kunnen worden als hij opnieuw in de ring kruipt.
 
Maar voor Rocky is er geen andere mogelijkheid. Na lang aandringen, besluit ook de stokoude Mickey (nu met gehoorapparaat) Rocky opnieuw te gaan trainen. Hij wil van zijn “southpaw” (een rechtshandige bokser) een linkshandige vechtmachine maken, om op die manier de mogelijk schade aan zijn oog te minimaliseren. Dat lukt, en tegen de tijd dat hij opnieuw tegen Apollo in de ring staat, is hij een gemotiveerde, doorgetrainde vechtmachine geworden, vastbesloten om zich zijn tweede kans op een beter leven niet te laten ontnemen. En uiteraard is het Apollo die het opnieuw moet ontzien. Want als hij uiteindelijk knockout tegen de matten gaat, is er voor hem nog maar een waarheid: Rocky is een échte kampioen.
 
1982 - Nadat ook Rocky II behoorlijke resultaten boekte aan de internationale bioscoopkassa’s, kon Stallone het niet laten op zijn bokser opnieuw te laten herleven. In 1982 was Stallone al een echte superster geworden en gingen voor hem alle deuren open. Hij had er net een succesvolle actiefilm met Rutger Hauer opzitten (Nighthawks), speelde een enthousiaste keeper in de voetbal(cult)klassieker Escape to Victory en werkte volop aan First Blood, beter bekend als de eerste Rambo-film, het eerste deel uit een nieuwe reeks die hem de komende jaren nog meer faam zou opleveren. Maar helaas leed Rocky III aanzienlijk aan de overvolle agenda van Stallone. Naast het scenario en de hoofdrol, nam hij opnieuw de regie voor zijn rekening (en dat terwijl hij ook zijn regieklus voor de dansfilm Staying Alive aan het voorbereiden was). Met als gevolg dat Rocky III eigenlijk niet meer is dan een tussendoortje, en met afstand het minste deel uit de cyclus.
 
Stallone bewijst nog steeds dat hij veel sympathie heeft voor de bokser, maar slaagt er vreemd genoeg niet in om de charme en sfeer van de twee vorige delen te laten herleven. Sterker nog, het personage van Rocky is nog amper te herkennen. De naïeve grappenmaker is niet meer. Stallone speelt Rocky in dit deel als een stoïcijnse actieheld met een wel heel beperkt scala aan emoties; een personage dat hij later in zijn carrière (helaas) tot vervelends toe zal spelen. Maar dat hij net Rocky aan de monotone actiemachine van de jaren ’80 overlevert, is een teleurstelling. De abrupte stijlbreuk wordt nog extra in de verf gezet door de aanwezigheid van Mr. T als de arrogante Clubber Lang. Mr. T was op dat moment populair als B.A. uit het A-Team, maar is helaas een belabberd, eenzijdig acteur die zowat elke scène in puur filmvergif omtovert. Eye of the Tiger”, schreeuwt Survivor op de soundtrack. Maar helaas is daar in de film niet veel van te merken.
 
Het enige wat Rocky III nog aantrekkelijk maakt, zijn een aantal interessante evoluties in de nevenpersonages. Rocky’s trouwe mentor Mickey legt onverwachts het loodje, en zijn voormalige aartsvijand Apollo Creed besluit om Rocky te helpen bij het uitbouwen van zijn carrière. Rocky ontdekt dat hij de afgelopen tien gevechten in de ring heeft gestaan tegen ondermaatse boksers, zodat hij nog wat langer wereldkampioen kan blijven. Natuurlijk kan de rechtschapen Rocky dit niet verdragen en laat zich door Apollo omscholen tot “zwarte bokser”, een soort professionele straatvechter die écht elke tegenstander de baas kan. Uiteraard leidt dit, via een indrukwekkende traningsmontage, tot het eindgevecht met Clubber Lang. Helaas is dit het enige moment dat Rocky III echt tot leven komt. Zowel Mr. T als Stallone zien er fantastisch gespierd uit (vooral Stallone heeft nu een aanzienlijk afgetrainder lichaam dan in de eerste film), en de match zelf is zeker te genieten. Maar het gebrek aan échte emotie en de houterige prestatie van Stallone, maken van Rocky III eerder een teleurstelling dan een waardige vervolgfilm. En toen moesten de Russen nog komen...
 
1985 - En de Russen kwamen! Tijdens de hoogdagen van de Koude Oorlog, Star Wars en de internationale oliecrisis, moest ook Rocky zich in de Amerikaanse vlag hullen en ten strijde trekken tegen het Evil Empire uit het Oosten. Stallone zou met films als Rambo III en Cobra nog bewijzen hoe hoog hij Amerika in het vaandel draagt, maar nooit werd dat zo flagrant geëtaleerd als in Rocky IV. En toch lijkt dit deel aanvankelijk niet op een doorzichtige propagandafilm. Want het begin van Rocky IV is aanstekelijk, en voor Stallone (opnieuw regisseur/scenarist/manusje-van-alles) weer een stap in de goede richting. Alle elementen voor een Shakespeariaans drama worden keurig in stelling gebracht. Rocky heeft het wel gehad met de bokssport en leeft een luxeleventje in een kast van een villa met Adrian, zoonlief Rocky Jr en Paulie (die zelfs een kitscherige eighties-robot heeft om zijn biertjes te halen). Dit keer lijken zijn ambities gestild. Alleen voor demonstratiewedstrijden tegen worstelaars als Hulk Hogan komt hij nog uit bed. Maar dan is het plots Apollo Creed die bloed ruikt en opnieuw een gooi naar de wereldtitel wil doen. En wie beter om hem te trainen dan Rocky zelf?
 
Alleen de tegenstander, die zit niet mee. Zoals gezegd, het gevaar komt uit het Oosten, in de vorm van Ivan Drago (Dolph Lundgren) een torenhoge vechtmachine, met een ongekende bloeddorst in zijn ogen, doping in zijn aderen en Brigitte Nielsen (op dat moment mevrouw Stallone) als coach. Natuurlijk wil Apollo zich niet laten kennen, maar wat een spannende demonstratiewedstrijd tussen Oost en West had moeten worden, eindigt onverwachts in een bloedbad: Drago slaat Apollo morsdood. Natuurlijk pikt Rocky dit niet en zweert hij wraak. Hij daagt Drago uit tot een match en trekt naar Rusland om te trainen. Maar daarmee is het hele verhaal al uit de doeken gedaan. Alleen jammer dat we er op dat moment amper een halfuur film hebben opzitten. Want ondanks de hoge funfactor, is Rocky IV op het vlak van scenario maar een mager beestje. De muziekmontages wisselen elkaar aan de lopende band af (zelfs James Brown krijgt ruimschoots de tijd om zijn ding te doen), en de frisse ideeën zijn ver te zoeken. Wat Rocky IV ook een eigenaardig sfeertje geeft, is de afwezigheid van de muziek van Bill Conti. Stallone en Conti hadden op dat moment ruzie, en de componist liet de film links liggen. Later zouden de twee heren het gelukkig weer bijleggen, en de komende twee films zou Conti weer van de partij zijn. Maar Rocky IV moet het dus doen met typische (maar wel leuke) eighties-elektronica en een ronduit verschrikkelijk nummer van Survivor, die hun “Eye of the Tiger” nog eens dunnetjes overdoen.
 
Het meest opvallende aan de film is nog het einde. Rocky komt uiteindelijk oog in oog te staan met Drago in een sporthal in Moskou, en slaat hem natuurlijk tegen de vlakte. Maar ook het publiek lijkt Rocky plots in het hart te hebben gesloten. De tierende, anti-Amerikaanse supporters zijn tegen het einde van het gevecht allemaal pro-Rocky (zelfs de Sovjet-top is onder de indruk) en nemen het hem zelfs niet kwalijk dat hij op het einde nog een monoloogje geeft waarin hij iedereen oproept om te veranderen. “You can change!” is de boodschap van Rocky IV. Maar toch lijkt Rocky het niet te menen...
 
1990 - De Koude Oorlog is wat bekoeld, net als de carrière van Stallone. Films als Over The Top, Tango & Cash en Lock Up waren niet meteen de monsterhits die hij voor ogen had, en de concurrentie van actie-iconen als Schwarzenegger, Van Damme en Seagal is niet mals. Stallone besluit daarom om nog voor een laatste keer in de huid van Rocky te kruipen, alvorens zijn carrière een nieuwe wending te geven met komedies als Oscar en Stop, or My Mom Will Shoot. Hij kon op dat moment natuurlijk ook niet weten dat dit de twee grootste flaters uit zijn carrière zouden worden. Maar voor Rocky V moest alles uit de kast worden gehaald. Na het wat wisselvallige Rocky IV wilde Stallone de regie ook best aan iemand anders overlaten. En wie was daar beter voor geschikt dan John G. Avildsen, de regisseur van de eerste Rocky-film die in de tussentijd drie Karate Kid-films had gedraaid (niet toevallig een reeks volgens het Rocky-recept). Met het slotstuk in de reeks wilde Stallone zijn fans verrassen en choqueren: Rocky moest sterven.
 
Aan het begin van de film zien we hoe Rocky na zijn gevecht met Drago staat te trillen onder de douche. Hij heeft zulke harde klappen gehad dat hij hersenbeschadiging heeft opgelopen en wellicht nooit meer zal kunnen vechten. Ook voor Adrian is het genoeg: ze neemt Rocky weer mee naar huis, zodat ze weer een gezin kunnen vormen. Maar dan gebeurt er iets verschrikkelijks: Paulie heeft een gigantische flater begaan en heeft een malafide boekhouder aan de slag laten gaan met Rockys fortuin. Gevolg: ze zijn blut. Het enige wat Rocky nog heeft is zijn huisje in downtown Philadelphia. Tegen wil en dank verhuizen de Balboas dus maar weer naar hun oude buurt, en nemen ze de draad van hun troosteloze bestaan weer op. Adrian kan aan de slag bij de dierenwinkel waar Rocky haar 15 jaar geleden leerde kennen, Rocky begint te roken en voor Rocky Jr (gespeeld door Sage, de zoon van Stallone) zit er niets anders op dan naar een stadsschool te gaan. Uiteraard komt hij daar met de verkeerde vrienden in aanraking en moet Rocky met lede ogen toekijken hoe zijn zoon stilaan het slechte pad begint te bewandelen.
 
Het enige lichtpuntje in zijn bestaan is de jonge Tommy Gunn, een ambitieuze, maar onervaren bokser die Rocky blijft aanklampen voor advies. Op een dag besluit Rocky de jongen in de ring te plaatsen en stelt hij vast dat de hij écht talent heeft. Alleen aan zijn temperament moet hij nog wat werken. En omdat Rocky zelf niet meer kan boksen, begin hij Tommy te trainen. Sterker nog, Tommy wordt een deel van het gezin, en Rocky ziet hem als de zoon die hij graag had willen hebben, natuurlijk tot woede van Rocky Jr. Maar ook Tommy is niet zuiver op de graat. Nadat Rocky hem een aantal gevechten heeft gegeven, bezwijkt hij voor het grote geld en gaat hij in zee met de patserige promotor die hem gouden bergen heeft belooft. Het komt zelfs zover dat Tommy Rocky begint uit te dagen voor een gevecht. En omdat Rocky natuurlijk niet meer in de ring wil kruipen, zoekt Tommy hem op in het plaatselijke café. De twee raken slaags voor ogen van de hele buurt, maar Rocky is uiteindelijk de sterkere. “He’s all heart”, zei Mickey al. En hij had gelijk.
 
Ondanks het feit dat Stallone het vijfde Rocky-deel zelf maar niets vond (hij kreeg immers zijn zin niet omdat MGM besliste dat Rocky moest blijven leven), is Rocky V een prima (voorlopig) slotstuk van de reeks geworden. De groteske comicbook-sfeer van delen III en IV is opnieuw vervangen door de meer groezelige realiteit van de achterbuurten van Philly, en Rocky lijkt daar ondanks de tegenslagen meer op zijn plaats dan in een dure villa. Ook het straatgevecht tegen Tommy op het einde vormt een welkome afwisseling op de typische eindgevechten in de boksring. Het is natuurlijk jammer dat Stallone op dat moment zijn ding niet mocht doen, maar uiteindelijk is het misschien nog een kleine zegen. Want zonder zijn frustraties over Rocky V had hij Rocky Balboa wellicht nooit gemaakt.
 
Of, zoals Rocky het zelf zegt: “I still have some stuff left in the basement...”
 
Met dank aan Hans Dewijngaert