RED ROAD

Gluren bij de buren

A-Film
Het leven in de Schotse wijk Red Road is geen lachertje. 's Avonds sluipen ongure individuen over de betonnen pleintjes. Hoge, anonieme flatgebouwen herbergen kansloze werklozen aan de whisky of coke. De vraag hoe aan eten of drank te komen beheerst het dagelijkse leven. Om de wijk te beschermen installeerde de overheid er beveiligingscamera's. Maar zelfs aan de andere kant van de City Eye is het niet altijd veilig. Het verleden is een tegenstander die moeilijk te overwinnen valt.
 
Het is letterlijk en figuurlijk een job in de schaduw van de nacht, maar de ietwat schuchtere Jackie (Kate Dickie) houdt ervan om uren te turen naar haar videowall die het reilen en zeilen registreert in een van de onguurste wijken van Glasgow: een man gaat wandelen met zijn hond, een schoonmaakster propt de walkman in de oren tijdens het poetsen, een meisje wordt aangevallen in het park. Jackie noteert het en belt soms de politie. Eens thuisgekomen in haar lawaaierige flat warmt ze kliekjes op in de microgolfoven en zet ze zich voor haar kleine, aftandse televisie. Elke week heeft ze emotieloze seks in de auto met een vage vriend.
 
Jackie's leven is niet wat het ooit geweest is, maar dat kom je als toeschouwer maar met mondjesmaat te weten. De trigger die alles in gang zet is een man die achter een muurtje seks heeft met een andere vrouw. Jackie zoomt via een camera op hem in en herkent zijn gezicht. Paniek overmant haar. Hoe is hij zo snel vrijgekomen uit de gevangenis? Na nog geen zes jaar brommen? De kerel, Clyde (Tony Curran), wordt vanaf dat moment voor Jackie een vlam die aantrekt en verbrandt. In plaats van hem te negeren, zoekt ze contact met hem. Eerst volgt ze de werkloze, sigaretten rokende en whisky zuipende man op haar beeldschermpjes. Dan volgt ze hem op weg naar de wasserij of een café. Op een avond trekt ze haar stoute schoenen aan en belt ze bij hem aan.
 
Als toeschouwer vraag je je de hele tijd af wie Clyde eigenlijk is. Een ex-minnaar? Haar ex-man? De Schotse regisseur Andrea Arnold (oscarwinnaar met haar korte film Wasp in 2003) is karig met informatie. Jackie handelt duidelijk met voorkennis, maar als kijker tast je in het duister. De film evolueert van een voyeuristische stijloefening naar een psychologische thriller om uiteindelijk op een dramatisch hoogtepunt te eindigen – Alfred Hitchcock en Michael Haneke zijn nooit ver weg. Jackie heeft wel degelijk een verleden met de man. Via een louche uitgekiend plan wil ze hem daarmee confronteren, maar tegelijk werpt Arnold een belangrijke vraag op: wie is hier het echte slachtoffer?
 
Kate Dickie won met haar rol als Jackie zowel bij de BAFTA Scotland Awards als de British Independent Film Awards de prijs voor beste actrice. Ze heeft de schoonheid van een ruwe diamant die opnieuw gepolijst moet worden. Jackie is een timide, bedeesde vrouw die weinig zegt. Haar emoties rollen niet uit de mond, maar vallen op haar gezicht af te lezen. Dickie speelt de vrouw met veel nuance en gevoel. Je volgt haar, begrijpt haar, maar niet zonder meer. In de ultieme confrontatie met Clyde twijfel je plotseling aan haar motieven, tot de epiloog van de prent verklaart waarom en hoe haar personage wil afrekenen met het verleden. In een schitterend eenvoudig beeld zie je haar plotseling, stralend, genietend door de straat wandelen. De man met de hond die ze steevast voorbij liep, spreekt ze plotseling aan. De kille, doodse, afstandelijke vrouw is ontdooid.
 
Red Road won de voorbije maanden meer dan tien prijzen op diverse festivals. Het meest in het oog springt uiteraard de juryprijs die regisseur Andrea Arnold kreeg op het festival van Cannes in 2006. De film kwam in die periode ook in de media door de aandacht die naar een expliciete seksscène ging. Dat Jackie en Clyde uiteindelijk met elkaar in bed duiken, is niet echt een spoiler. Arnold registreert de scène met dezelfde koelheid en onverschilligheid als cameraoperateurs doorheen de lens kijken. Op de manier ontdubbelt Arnold haar film: wij, als toeschouwer, worden plotseling de voyeur die niet wegkijkt als Clyde tussen de benen van Jackie duikt of een condoom aanschuift. Ironisch genoeg blijkt de expliciete seksscène functioneel voor het verhaal.
 
De Red Road flatgebouwen werden in de jaren zestig gebouwd als een goedkope oplossing om in Glasgow de overbevolking op te lossen. Ze waren toen de hoogste van Europa en maakten gebruik van stalen constructies. De kilheid en anonimiteit van de reusachtige torens waren zo deprimerend dat niemand zich echt thuis voelde. Andrea Arnold weet perfect die sfeer op te roepen in de prent. Het echte leven rond Red Road is even grofkorrelig als de beelden van de camera's. De bijna industriële klankband vol grauwe geluiden (en betekenisvolle stiltes) onderstreept de sfeer die ze wil oproepen. Arnold neemt vaak de camera op de schouder en schokt doorheen het verhaal. De lichtinval is grillig, de fotografie ruw. Met weinig middelen kloddert ze fabelachtig mooie beelden. Op bepaalde momenten wil je de film bevriezen om de beelden aandachtiger te bekijken.
 
Red Road maakt deel uit van een idee dat Dogma95-bezieler Lars von Trier uitwerkte met zijn spitsbroeders Lone Scherfig (Wilbur Wants to Kill Himself, Italian for Beginners) en Anders Thomas Jensen (Adam's Apples). In een ongewone Schots-Deense samenwerking willen ze drie films maken met dezelfde personages als uitgangspunt. De voorwaarde is dat elke film door een andere, debuterende regisseur gefilmd moet worden in Schotland en dat bepaalde personages telkens terugkeren. Het moet een trilogie opleveren die bekend staat als Advance Party. Als de twee volgende delen even goed zijn als Red Road, mag het project als geslaagd beschouwd worden.
 

Titel: Red Road
Genre: Drama
Speelduur: 1u53
Regisseur: Andrea Arnold
Acteurs: Kate Dickie, Tony Curran, Martin Compston en Natalie Press