BRIDGE TO TERABITHIA

The Chronicles of Friendship

RCV
Het boek Bridge to Terabithia van schrijfster Katherine Paterson is belangrijker dan we in Europa denken. Het zit in het Amerikaanse lessenpakket maar is niet onomstreden. In katholieke kringen wil men het al sinds zijn publicatie in 1977 uit de boekhandels verbannen. Het boek is realistischer, eerlijker en echter dan puriteinse moraalridders goed achten voor onschuldige twaalfjarige lezertjes. Laffe reclamejongens promoten de verfilming dan maar als een doorslagje van het fantasyepos The Chronicles of Narnia.
 
Er zijn veel voordelen aan het luie, vlinderachtige leven van een student of het huisje, boompje en beestje van de goed gesettelde dertiger, maar wie diep in zijn hart kijkt, wil dat allemaal inruilen voor de onschuld en naïviteit van de prille jeugd. De beste jeugdfilms weten dat iconografische moment in het hart te kerven. Je heet Mikey en vindt een geheime piratenkaart van de legendarische One-Eyed Willy. Je draagt een rood jasje en fietst je de longen uit het lijf omdat in een bakje op je stuur een wezentje met grote ogen zit. Je draagt een ouderwetse bril, je bent dik of je stottert, maar overwint een gemeen lachende clown. Of je heet Sebastian, bent tien jaar oud en vliegt op een grote hond door Fantasia. Dat dus: films die je leven laten kantelen in een bepaalde richting, films die je een heel klein beetje veranderen. Een kerf op een boom waar je later nog eens met de vingers over glijdt.
 
Bridge to Terabithia hoort thuis in dat illustere, magische rijtje en is in feite verplicht lees- en kijkvoer voor jonge, verwende koters die nog voor hun puberteit de weg kwijt zijn. Schrijfster Katherine Paterson schreef het boek voor haar zoontje David. Het jongetje had kennis gemaakt met een leuk meisje, sloot vriendschap met haar, maar in de zomer van 1974 sloeg het noodlot toe: het meisje werd op het strand door een bliksem getroffen. Bridge to Terabithia moest de jongen troost bieden.
 
Een boekverfilming blijft alleen overeind als de toon juist zit en dat is bij Bridge to Terabithia het geval. Voor regisseur Gabor Csupo is het dansen op een slappe koord, maar hij slaagt in zijn opzet. Het kan vreemd klinken, maar wie goed kijkt, ziet echo's uit twee geweldige tekenfilmreeksen waar Csupo als producer, schrijver of animator aan meewerkte: The Rugrats en The Simpsons. Bridge to Terabithia is soms grappig, soms droef, soms somber en soms hoopgevend; een coming of age verhaal uit de oude doos.
 
De film opent met een Roald Dahlachtig sfeertje. Jesse, een elfjarige farmer boy, gaat voor het ontbijt nog een rondje hardlopen om op de eerste schooldag extra indruk te kunnen maken bij de traditionele hardloopwedstrijd. Vanaf die eerste minuten is duidelijk dat Jesse een jongetje is dat het niet makkelijk heeft. Neem nu zijn moeder: net op de eerste schooldag heeft ze zijn oude, vertrouwde en enigszins coole sneakers bij het huisvuil gezet en moet hij een afgedragen paar van een van zijn zussen aantrekken. Hij probeert de roze strepen weg te moffelen met zwarte viltstift, maar de regen wast zijn geheim helemaal weg. Tot overmaat van ramp verliest hij de race. Van een meisje nog wel. De new kid on the block is een blonde spring-in-'t-veld met hippe kleding en een radde tong.
 
Jesse verbergt zich het liefst in zijn kamer, die hij helaas moet delen met zijn jonger zusje. Daar tekent hij in het geniep hele albums vol om aan de grauwe realiteit van elke dag te ontsnappen. Vader en moeder hebben het niet echt breed; leven met twee oudere zussen en een jonger mormeltje is geen lachertje en op school laat de superstrenge hekserige juf al op de eerste dag een opstel schrijven over je favoriete hobby. In de klas wordt Jesse gepest. Naar toilet gaan kost hem een dollar. De potige pestkop Janice houdt er de wacht en incasseert.
 
Wanneer Jesse van de gele schoolbus stapt, blijkt dat het nieuwe meisje, Leslie, naast hem is komen wonen met haar ouders. Ze delen kauwgom, ze wisselen briefjes uit. Ze worden vrienden, zielsverwanten, maatjes. Nadat ze met een liaan over een beek zijn geslingerd, ontdekken ze een fijn stukje bos waar ze een boomhut bouwen. Ze dopen het Terabithia en zijn er koning en koningin. Met de verbeelding van Leslie houden ze de realiteit buiten. Tot die zo genadeloos hard op de deur klopt, dat alles verandert.
 
Een van de grote sterktes van Bridge to Terabithia is de geloofwaardigheid waarmee het verhaal zicht voltrekt en de vanzelfsprekendheid waarmee je erin betrokken wordt. Josh Hutcherson (Zathura: A Space Adventure) ziet eruit als een piepjonge Harry Potter zonder bril, maar loopt de hele film verbazend sterk te acteren. Dat doet hij vooral door niets te forceren. Hutcherson is perfect als het kereltje dat langzaam de klappen van het ouder worden leert kennen en de problemen waarmee hij geconfronteerd wordt moet oplossen. De vijanden waartegen hij in zijn verbeelding vecht zijn reuzegrote, door Digital Weta uit nullen en enen opgetrokken eekhoorns, maar in werkelijkheid zijn de demonen niet zo makkelijk te overwinnen. Een vader die je verwijt dat je de hele dag met je hoofd in de wolken loopt, stimuleert niet bepaalt de fantasie, laat staan een goed humeur.
 
Gelukkig leert Jesse dus Leslie kennen, het soort meisje waar elke jongen wel verliefd op zou worden. Leslie leert hem ook een ander soort familie kennen: geen streng, conservatief, krenterig gezin, maar eentje waar pa en ma godbetert schrijvers zijn en al dansend de huiskamer een nieuw, bruin tintje geven om bij zonsondergang te kunnen zien hoe de zon de muren als het ware in brand zet. AnnaSophia Robb (de krengerige meid uit Charlie and the Chocolate Factory) is de frisse, kleurrijke, enthousiaste meid met de ongebreidelde fantasie maar zonder echte vrienden. Robb speelt haar rol met dezelfde vanzelfsprekendheid als Hutcherson. De hoofdpersonages uit deze film zijn geen kindsterretjes of minimensen. Ze zijn gewoon kinderen in een kinderfilm. Dat lijkt normaal, maar blijkt in Hollywood eerder uitzondering dan regel. Jesses pa, die de helft van de tijd met een rekenmachine in de hand zit, probeert het hoofd boven water te houden. Hij wordt gespeeld door een oude bekende: Robert Patrick, in lang vervlogen tijden de T-100 uit Terminator 2 en later John Doggett in The X-Files. Zooey Deschanel is de muziekleerkracht waar Jesse stiekem verliefd op is. De muzikale muze die gruwt van Old MacDonald had a farm neemt hem ook mee op uitstap naar een museum, waar ze vol bewondering naar een schilderij van Breughel kijken. Ironisch genoeg valt die perfecte uitstap gelijk met een groot drama dat als een mokerslag op personages en publiek inbeukt.
 
De grote dramatische ommekeer is een van de redenen waarom het boek zo gecontesteerd is: er gebeurt iets ergs. Dat je de plotwending niet ziet aankomen, toch erg geloofwaardig is en bovendien met de grootst mogelijke nazorg wordt behandeld, is erg knap. Schrijfster Katherine Paterson had dertig jaar geleden al door dat we niet in een Studio 100 wereld vol vrolijk dansende meisjes met paardenstaartjes leven. Niet iedereen kan toveren. Soms is het leven gewoon keihard en oneerlijk. Toch laat Csupo zijn personages ook iets leren en breit hij een soort happy end aan de film. Over vriendschap en liefde bijvoorbeeld. En dat je altijd verder moet. De belangrijkste les komt van Leslie. Als ze samen met haar beste vriend het imaginaire Terabithia sticht en de strijd aanbindt tegen alle wezens uit haar verbeelding, zegt ze hem zijn ogen te sluiten en zijn geest te openen. Daar kan geen moraalridder tegenop.
 

Titel: Bridge to Terabithia
Genre: Avonturenfilm, Fantasie
Speelduur: 1u35
Regisseur: Gabor Csupo
Acteurs: Josh Hutcherson, Annasophia Robb, Zooey Deschanel, Robert Patrick, Gabor Csupo, David Paterson, Jeff Stockwell en Katherine Paterson