CULT CORNER

The Black Windmill

Universal
De Amerikaanse regisseur Don Siegel studeerde geruime tijd in Groot-Brittannië en heeft de Engelse invloeden die hij tijdens zijn verblijf daar opdeed altijd erg gekoesterd. Aan het einde van zijn filmcarrière, in 1974, keerde hij terug naar het Europese eiland om er voor The Black Windmill met een zo goed als volledige Britse cast aan de slag te gaan, meteen ook zijn enige film die in the UK tot stand kwam en inmiddels is uitgegroeid tot een cultflick in het misdaadgenre.
 
Michael Caine heeft altijd al een voorliefde gehad voor afwisseling en speelt met evenveel plezier en overgave in een blockbuster, een prestigieus arthouse drama als in een goedkope maar vakkundig gemaakte B-film. Met The Italian Job, Get Carter en Sleuth nog vers in geheugen, kruipt Caine in The Black Windmill in de huid van John Tarrant, een Brits geheim agent die in een lastig parket terechtkomt wanneer gewetenloze wapensmokkelaars zijn zoontje ontvoeren in ruil voor een partij ruwe diamanten. Wat aanvankelijk wegheeft van een goedkope James Bondfilm, groeit gaandeweg uit tot een rauwe spionagethriller waarin niemand nog te vertrouwen lijkt. Donald Pleasence schittert als Caines overste en legt naar best vermogen zijn ziel in de vertolking van zijn personage. Toch voelt zijn aanwezigheid, net als die van Caine trouwens, een beetje vreemd aan. The Black Windmill bevat immers nergens echt een scène waarin zelfs maar één van beide acteurs volledig tot zijn recht komt. Nergens wordt het psychologisch spannend of tonen de personages veel emotie bij wat hun overkomt, waardoor er verschillende acteurs verplicht worden om onder hun niveau te presteren. Zeer vreemd dat John Tarrant amper een gelaatsspier beweegt tijdens de lange en gevaarlijke zoektocht naar zijn zoon.
 
Na enkele omzwervingen en het schaarse gebruik van geweld (de film moet het grotendeels hebben van droge standaarddialogen), krijgen we eindelijk de beruchte windmolen te zien waar de titel van de prent naar verwijst. Het is vooral hier, na een opbouw van meer dan een uur, dat regisseur Siegel zich van zijn beste kant laat zien, door het in beeld brengen van ogenschijnlijk eenvoudige maar suspensevolle actie. De memorabele slotscène is ‘interessant’ om naar te kijken, waardoor deze middelmatige film toch dat extra kantje krijgt om het geheel op zich boeiend te maken. Een leuk curiosum dus, op maat gesneden van de cultliefhebber.
 
Siegel bouwde zijn filmroots op met het draaien van goedkope drive-in movies en ontsteeg in 1956 voor de eerste maal het genre met zijn sciencefiction klassieker Invasion Of The Bodysnatchers. Vier jaar later kreeg hij zijn eerste Hollywoodproductie in de schoot geworpen in de vorm van Flaming Star met Elvis Presley. De regisseur bereikte ruim tien jaar later zijn commerciële en artistieke hoogtepunt met Dirty Harry, waardoor Clint Eastwood eindelijk ook buiten het westerngenre serieus werd genomen. Medio jaren zeventig was Siegel zo goed als over zijn creatieve hoogtepunt heen, en liet na The Black Windmill alleen nog The Shootist met John Wayne en Escape From Alcatraz met Clint Eastwood na, vooraleer aan het begin van de jaren tachtig definitief te stoppen met regisseren. Hij fungeerde nadien nog regelmatig als mentor van Clint Eastwood, die uit dankbaarheid Unforgiven aan hem opdroeg. Siegel overleed in 1991.
 
The Black Windmill is dankzij Universal sinds kort eindelijk op dvd verkrijgbaar in de Benelux.
 

In Cult Corner dalen we regelmatig af naar de kelders van Hollywood: lang vergeten tv-series, obscure langspeelfilms of bizarre acteurs worden op die manier weer in het voetlicht geplaatst.