CULT CORNER

Blue Collar

Universal
Paul Schrader is nooit vies geweest van enige controverse. Als scenarist van mijlpalen als Taxi Driver en Raging Bull leerde hij onder de vleugels van Martin Scorsese het klappen van de zweep. In 1978 vulde hij met het omstreden Blue Collar voor het eerst het schrijven van draaiboeken aan overkoepelend werk in de regiestoel. De afwisseling en aanvulling van scenario’s schrijven met films regisseren is iets wat de carrière van Schrader tot op de dag van vandaag blijft typeren.
 
Het rauwe realisme, de maatschappijkritiek en de neo-noir insteken uit Taxi Driver implementeert Schrader opnieuw in Blue Collar. Door te focussen op andere onderwerpen en bewust de klemtonen elders te leggen, verdient deze film meer dan bestaansrecht op zich. Richard Pryor laat hier als uitgebuite werknemer in een Amerikaanse autofabriek voor het eerst zien dat hij tot veel meer in staat is dan het vertolken van komische en/of stereotype zwarte rollen. De manier waarop de man emotie legt in zijn vertolking is pure klasse, die hij nadien nooit meer heeft weten te overtreffen. Harvey Keitel treedt Pryor bij als misnoegde collega aan de uitzichtloze assemblagelijn in Detroit. Samen met lotgenoot Yaphet Kotto (Parker uit de eerste Alien-film) besluit het drietal actie te ondernemen tegen de oneerlijke praktijken van hun corrupte vakbond. Door een stom toeval vatten ze het plan op om de geldkluis in het kantoor van de directeur ’s nachts leeg te roven. Wat aanvankelijk de sleutel tot de vrijheid lijkt, is echter nog maar het begin van vriendschapsverscheurende en levensbedreigende ellende.
 
De uitwerking en overkoepelende sfeer van de film oogt typisch jaren zeventig, waarbij eens te meer duidelijk wordt waar mensen als Quentin Tarantino (in Jackie Brown bijvoorbeeld) qua sfeer en dialogen de mosterd gehaald hebben. Blue Collar wordt wel eens de enige film genoemd die het in zijn tijd aandurfde om sluwe vakbondspraktijken binnen de autoindustrie aan de kaak te stellen. Alhoewel de film niet berust op ware feiten, krijgt de kijker toch een indringend realistisch beeld over onrecht dat arbeiders binnen de sector wordt aangedaan. Door gebruik te maken van de gangbare spreektaal tussen arbeiders komen de gebeurtenissen ook nergens gekunsteld over. Slechts in één enkele scène worden de hoofdpersonages een beetje ondermijnd in hun geloofwaardigheid, wanneer ze ’s nachts bij hun vrouw wegglippen om aanwezig te zijn op een drugs- & seksfeestje. Laat ons dit laatste gewoon beschouwen als een ongelukkig foutje van een debuterende regisseur.
 
Ijzersterk is de manier waarop Schrader in Blue Collar eerst een stevige dosis hoop inbouwt, om deze nadien met een genadeloze mokerhamer opnieuw de kop in te slaan. De film laat geen spaander heel van The American Dream en was mede hierdoor eind jaren zeventig een stevige doorn in het oog van verschillende authoriteiten. De dag van vandaag heeft de film amper iets van zijn dramatische inwerking op de kijker verloren. Zonder meer een onderbelichte klassefilm en een cultklassieker pur sang.
 
Blue Collar is dankzij Universal sinds kort eindelijk op dvd verkrijgbaar in de Benelux.
 

In Cult Corner dalen we regelmatig af naar de kelders van Hollywood: lang vergeten tv-series, obscure langspeelfilms of bizarre acteurs worden op die manier weer in het voetlicht geplaatst.