DEATH PROOF

B-Film Boogaloo

A-Film
De moeder van de vrolijke sadist Quentin Tarantino heet Connie Zastoupil. In 1992 ging zij kijken naar het verpletterende debuut van haar filmgekke zoon, de ultragewelddadige overval-film-zonder-overval Reservoir Dogs. Wat ze na afloop zei? Dat haar lievelingstuk de bloederige scène van de ooramputatie was. Vooral de begeleiding van deze gruwelscène door het oergezellige popdeuntje Stuck in the Middle With You van Steeler’s Wheel deed het hem voor haar. Quentin heeft het niet van een vreemde, zijn moeder houdt niet van censuur en samen keek ze met haar piepjonge zoon onophoudelijk naar ranzige pulp afgewisseld met arthouse briljanten. Tarantino is een groot kind gebleven, hij kijkt nog steeds dag en nacht naar film en verzamelt movie-games en Hollywood memorabilia.
 
Hij werkte, voor zijn doorbraak in 1992, in Video Archives in Manhattan Beach in de schaduw van de luchthaven van Los Angeles. Deze uitpuilende videotheek voor cineasten vormde de basis voor zijn encyclopedische kennis van de filmgeschiedenis. Na zijn Gouden Palm voor Pulp Fiction in 1994 zei hij tegen David Wild van muziektijdschrift Rolling Stone dat hij liever niet het arthouse filmcircuit in wilde gaan want dan was het gevaar levensgroot dat hij voorgoed in zijn eigen achterwerk zou verdwijnen. Op basis van zijn jongste prent Death Proof is het gevaar alles behalve geweken.
 
De film maakt deel uit van de Grindhouse double-bill (tweeluik) gecompleteerd door Planet Terror van vriend en collega Robert Rodriguez. Grindhouses waren vervallen bioscopen waar double-bills van wansmakelijke B-movies in de zeventiger jaren werden getoond. Het project flopte in Amerika, op een tweeluik vol tweederangs retro pulp zat kennelijk niemand te wachten. Bovendien lag het niveau ver beneden Tarantino’s andere geslaagde double-Bill: Kill Bill 1 en Kill Bill 2. Er werd besloten Death Proof in Europa afzonderlijk uit te brengen met als dubieuze voordeel dat deze versie twintig minuten langer uitvalt.
 
Het begin is ijzersterk. DJ Jungle Julia en haar vriendinnen hangen rond in een bar in Austin, Texas, een bar met een fantastische jukebox vol smeulende zuidelijke roots en R & B. Zelfs de middelmatigste prent van Tarantino herbergt memorabele scènes zoals hier The Butterfly Lapdans waarin Butterfly (Vanessa Ferlito), een wonderschone vrouwelijke kloon van Mick Jagger rond zijn Performance (1970) periode, schittert. Deze zinderend, sensuele lapdans is alleen al een bioscoopkaartje waard. De meiden worden gestalkt door Stuntman Mike, een geweldige rol van Kurt Russell (Stargate, Backdraft). Hij speelt een psychopathische snelheidsduivel die zijn Chevy Nova zo heeft opgevoerd en omgebouwd dat het ‘Death Proof’, oftewel onverwoestbaar, is. Als hij achter de meiden aangaat toont hij zich een meedogenloze jager. Maar Stuntman Mike krijgt het een stuk moeilijker met de volgende groep meiden. Fans van Thelma & Louise (1991) gaan hier van smullen. In de enerverende slotscènes wou Tarantino culthits als Bullitt (1968) en Vanishing Point (1971) voorbij streven. Of het Mike en The Girls is gelukt mag u zelf beoordelen. Deze door recensenten bestempelde ode aan de B-Film zit verder vol met geruis en onafgemaakte scènes maar is bij vlagen visueel zeer genietbaar.
 
Desondanks mag Quentin Tarantino met Death Proof de kleren van de keizer even passen. Steeds meer lijkt hij op een One Trick Pony geobsedeerd door geweld. Dit is virtuoze ongein vol stijlcitaten en verwijzingen naar obscure films voor de slimste cinefielen en recensenten van de klas. Wat moeten we hiermee? Een film moet raken en ontroeren, personages moeten tot leven komen. En zijn befaamde dialogen dan? Zouden ze uitgesproken door bijvoorbeeld twee koekenbakkers in plaats van bloeddorstige huurmoordenaars zoals Vincent Vega even geestig en spannend zijn? Een veelgehoorde vraag na Pulp Fiction en Death Proof levert het antwoord want de dialogen worden hier uitgesproken door doodgewone, werkende meiden. De trieste conclusie is dat het een langdradig, slap geouwehoer oplevert waar men niet vrolijk van wordt.
 
Tarantino jat alles heeft hij ons ooit toevertrouwd: niks mis mee, dat deden vele grootheden voor hem. Je raakt geïnspireerd en voegt er een nieuwe dimensie aan toe, zoals in zijn geweldige scripts voor onder andere True Romance, Pulp Fiction en Jackie Brown. Maar zijn voorkeur voor naargeestige wansmaak begint te vervelen. Een korte scène hier zegt alles: een blonde schoonheid kijkt naar Stuntman Mike’s Chevy Nova: zij vindt het, met de grote doodskop op de motorkap, angstaanjagend. “Scary is indrukwekkend”, antwoordt Mike trots. Met die korte zin laat Tarantino zien dat hij op een doodlopende weg is beland want alleen scary, oftewel angstaanjagend, is bij eindeloze herhaling helemaal niet zo indrukwekkend, eerder eentonig en saai.
 
Death Proof is een langdradig onevenwichtig ratjetoe en het lijkt alsof zijn kritische vermogen zoek is. Bescheidenheid was nooit een sterk punt geweest en onlangs vertelde hij de Engelse Guardian dat hij vermoedt dat hij de reïncarnatie van Shakespeare is. Hij heeft er niet zoveel mee, maar anderen dichten hem kwaliteiten van de Grote Schrijver toe. Hij stelt tijdens het filmen stuntvrouw Zoe Bell (Kill Bill) gerust door haar te verzekeren dat hij altijd de juiste beslissingen neemt. Shakespeare lijkt iets te veel eer, wel heeft hij de karaktertrekken van een van Shakespeare’s tragische helden, Julius Caesar: zelfoverschatting, vrouwengek, arrogant, en een levensgenieter die dol op risico nemen is.
 
Maar evenals Kowalski en zijn Dodge Challenger in de slotscène van zijn geliefde Vanishing Point zit Tarantino met Death Proof tegen zijn eigen vanishing point aan. Bovendien is hij angstig dichtbij waar hij in 1994, na Pulp Fiction, door te kiezen voor het arthouse filmcircuit zo bang voor was. Met celluloid masturbatie zoals Death Proof is het gevaar inderdaad levensgroot dat hij voorgoed in zijn eigen achterwerk verdwijnt.
 

Titel: Death Proof
Genre: Drama
Speelduur: 2u07
Regisseur: Quentin Tarantino
Acteurs: Kurt Russell, Rosario Dawson, Zoe Bell, Jordan Ladd, Vanessa Ferlito