Edward Burtinsky is een Canadese fotograaf die de invloed van de mens op de natuur, en dan vooral op het ons omringende landschap, als hoofdonderwerp heeft. Hij gaat op zoek naar grote, indrukwekkende taferelen die laten zien welke impact onze toenemende industrialisatie heeft op de aarde. Dit doet hij natuurlijk niet door foto's te nemen van zijn achtertuin, maar eerder van grote mijnen of enorme afvalbergen in Azië. In deze documentaire van Jennifer Baichwal over het werk van deze fotograaf draait het vooral om China, de snelst groeiende economie van de wereld. Baichwal volgt Burtinsky bij het zoeken naar beelden, het vinden van indrukwekkende plaatjes die hij dan ook achteraf kan gebruiken in zijn tentoonstellingen.
Het openingsshot van de film, een minutenlang durend travelling shot in een enorme fabriekshal waarbij je een heleboel Chinezen aan het werk ziet, is een mooie aanhef voor deze documentaire. Het toont niet het meest leuke werk die deze Chinezen verrichten, maar eerder het geduldig inéén draaien van de kleinste elektronische componenten tot bijvoorbeeld een stopcontact, en zo verschillende honderden per dag. Als je dit ziet, krijgt hersenloos werk een volledig andere betekenis en voel je je ineens heel wat gelukkiger met je toch niet zo saaie dagelijks werk. Vervolgens wordt ons dan getoond van waar deze componenten nu precies afkomstig zijn. Enorme heuvels schroot worden uit het rijke Westen aangevoerd, waarna Chinezen als mieren in een mierenhoop op deze heuvels worden losgelaten om nog bruikbare materialen te distilleren.
Helemaal hallucinant wordt het als je hen computerschermen ziet verzamelen om deze dan volledig te demonteren voor de weinige waardevolle elementen die erin zitten. De overige, grotendeels giftige componenten, worden gewoon gedumpt waardoor het grondwater zodanig vervuild wordt dat er drinkbaar water van elders moet worden aangevoerd. Als je daarna de afgewerkte strijkijzers de fabriek uit ziet rollen, die verdacht veel lijken op het strijkijzer dat je die ochtend nog gehanteerd hebt, dan leg je wel wat onaangename verbanden. Dit is dan ook het sterkste deel van deze documentaire. Heel langzaam besef je dat het ´Made in China´ label dat her en der in je huis te lezen valt, toch wel een grotere implicatie bevat dan op het eerste gezicht te zien is.
Een ander deel van de documentaire focust veel meer op de Chinese samenleving die, omwille van deze toenemende productie, meer en meer urbaniseert. Van een samenleving die tot voor kort voor 90% agrarisch was, is men nu snel op weg naar een samenleving waar 70% van de bevolking in steden woont, en dit dankzij vooral hoogbouw. Hele dorpen worden hiervoor afgebroken, meestal door de dorpelingen zelf. De altijd rond de grote steden hangende smog levert prachtige plaatjes op voor Burtinsky, maar is een symptoom van een volledig verziekte samenleving.
Manufactured Landscapes is een heel beschouwende documentaire. De beelden worden meestal zonder commentaar getoond. Heel soms hoor je Burtinsky een beetje uitleg geven over het beeld dat hij genomen heeft, of komt een Chinees kort uitleggen waar ze zoal mee bezig zijn, maar meestal laat de regisseuse de beelden voor zich spreken. De bevreemdende, industriële achtergrondmuziek die meer weg heeft van de geluiden in een fabriekshal, draagt mee toe aan de afstandelijke, bevreemdende sfeer, die zelfs beklemmend zou kunnen worden genoemd. De film wil geen vaststaande boodschap uitspreiden, maar impliceert wel heel sterk de enorme impact die onze levensstijl heeft op de wereld. We zijn echt volledig afhankelijk van deze mensen die in een bijna gevangenisomgeving voor ons werken.
Door de heel afstandelijke stijl word je zelf verplicht om na te denken over de beelden die je ziet, wat de film ook tot een heel persoonlijke ervaring maakt. Voor de één zal dit een boeiend spektakel worden, voor de ander een oersaaie, nietszeggende beeldenbrei. Wij rekenen onszelf tot de eerste categorie.
Titel: Manufactured Landscapes
Genre: Documentaire
Speelduur: 1u30
Regisseur: Jennifer Baichwal