DE LAATSTE ZOMER

Dagen met lief

KFD
VTM was al in de huiskamers en van Carolientje of Merlina met de parafix was in 1996 al lang geen sprake meer, maar wie opgroeide in de jaren negentig markeerde zonder het zelf te beseffen toch een ijkpunt. Het was de laatste generatie tieners zonder GSM, zonder internet, en bij uitbreiding zonder een echt zicht op de grote wereld. Regisseur Joost Wynant is een kind van zijn tijd: onder de kerktoren, verliefd, dronken, onschuldig.
 
Die zomer van 1996 was, voor wie het zich niet meer herinnert, een bizar meteorologisch gedrocht. De weerstations noteerden een record aan uren zon, de hitte was bijna tropisch, maar tegelijk regende het vijffrankstukken. In Engeland werd aartsvijand Duitsland Europees voetbalkampioen in een tornooi zonder Rode Duivels. Het echte nieuws kwam als een donderslag bij heldere hemel: in Marcinelle werd Marc Dutroux ontmaskerd. Ook zijn gruweldaden markeerden een tijdperk. Na augustus 1996 veranderde er iets in België. Het was de laatste zomer van de onschuld.
 
Regisseur Joost Wynant was die zomer zelf zestien en heeft dus goede redenen om zijn coming-of-age verhaal in die periode te situeren. Wynant studeerde in juni 2005 af aan het RITS met zijn gelijknamige kortfilm. Die ving op diverse kortfilmfestivals lof. Op het jaarlijks kortfilmfestival Het Grote Ongeduld was het pats boem raak. Het Vlaams Audiovisueel Fonds gaf hem een wildcard: 60.000 euro voor een langspeelfilmdebuut. Het was bijna meteen een uitgemaakte zaak dat Wynant, met Frank Van Passel als mentor, zijn kortfilm zou opblazen tot langspeler.
 
Dat opblazen moet niet te letterlijk genomen worden. Wynant herneemt wel het uitgangspunt en de personages, maar doet gelukkig meer dan enkel een lange versie maken van zijn kortfilm. Hij verzint nieuwe situaties en locaties, diept uit, dregt en ploetert in de materie. De manier waarop hij dat doet is even ongedwongen en onbevangen als de tieners die in zijn film rondlopen. Dat zijn aanvankelijk vier jongens: een romantische ziel, een voetballende Pär Zetterberg lookalike, een dromer, en een stoere macho. Dat deze vier uiteenlopende karakters elkaar op een Stand By Me-achtige manier vinden is nogal ongeloofwaardig, net als de verschillende dialecten die ze door elkaar spreken. Laat ons het er maar op houden dat het de alledaagsheid vergroot. Deze film over enkele jongeren in een onbestemd Vlaams dorp, kan zich eigenlijk overal afspelen.
 
De jongens staan voor de laatste zomer van hun jeugd. Ma en pa zijn op vakantie en dus lonkt de vrijheid van eindeloos zuipen, stiekem porno kijken en het roken van jointjes. Cool, maar niet zo cool als een opgeschoten Wiske (Celine Verbeeck) kussen op de dansvloer van een parochiezaalfuif, en zeker niet zo cool als de onbereikbare schoonheid Sandrine (Laura Verlinden) die plotseling door het dorp paradeert. Het hormonenpeil van de maagdelijke tieners slaat op hol, enkele vriendschappen komen onder hoogspanning te staan, en kvraagetaan blijkt toch niet zo simpel als in nostalgische liedjes.
 
Thematisch vertoont De Laatste Zomer nogal wat vergelijkingen met Dagen Zonder Lief van Felix van Groeningen. Met ook Steve+Sky in de rugzak, staat van Groeningen als filmmaker ongetwijfeld verder en sterker. Zijn huid is verweerder, bezaaid met meer groeven en littekens. De wereld van Wynant is niet Gent of zelfs niet Sint-Niklaas, maar een godvergeten boerengat waar de stilte en de eindeloze weilanden de personages dreigen te verstikken. Zijn verhaal is jonger en braver, maar daarom niet minder interessant of herkenbaar. De jaren negentig: dat waren de T-shirts van Nirvana, de borsten van Pamela Anderson, uitstapjes naar Oostende en nog heel even betalen in Belgische franken. De kerktoren was de hele wereld.
 
Net als Dagen Zonder Lief vertrekt ook De Laatste Zomer vanuit zijn personages. Wynant maakt van de pionnetjes die hij doorheen zijn film verplaatst geen wandelende clichés of stereotypen. Hij kleurt niet in zwart of wit, maar doopt het penseel in een brede waaier aan grijstinten: de softie kruipt uit zijn schelp; de grote mond heeft een klein hartje. Op die manier kan je je als toeschouwer met alle vier jongens identificeren. Ze zijn puzzelstukjes die samen een collectieve herinnering vormen aan een jeugd vol eerste lieven, twijfels en groeipijnen. De vier jonge acteurs zijn in sommige scènes verrassend sterk, maar schuiven af en toe nog wel eens uit de bocht. De grootste revelatie is Laura Verlinden die als de mysterieuze, ongrijpbare en vrijgevochten Sandrine perfect gestalte geeft aan het meisje waar elke tiener smoorverliefd op zou worden. Zij breekt de volgende jaren zonder twijfel door.
 
De Laatste Zomer werd gedraaid met een piepklein budget, in minder dan een maand tijd, door een cast en crew die bij wijze van spreken nog nat is achter de oren. Niet alles is even goed in balans. Het verhaal vertakt soms onnodig. De subtekst van de Dutroux-angst komt niet altijd even goed over. Met de politieagent sluipt er op het einde toch weer dat typisch Vlaams typetje het verhaal binnen. Maar evengoed is dit een film vol eerlijke melancholie, herkenbare personages en geslaagde, soms stekelige humor. Het jeugdig enthousiasme van de makers straalt even vurig als de zon tijdens een hittegolf. De Laatste Zomer is een film gemaakt met geestdrift, schwung, vervoering en vuur. Net wat de Vlaamse film nodig heeft.
 

Titel: De Laatste Zomer
Genre: Tragikomedie
Speelduur: 1u35
Regisseur: Joost Wynant
Acteurs: Bram Van Outryve, Robrecht Vanden Thoren, Gilles De Schryver, Freek Pieters, Laura Verlinden en Celine Verbeeck