Het verhaal is zoals de meeste komedies zodanig simplistisch dat een beginneling het kon bedenken. Ravn (rol van een uitstekend acterende Peter Gantzler) heeft zich doorheen de jaren kunnen opwerken tot directeur van een IT-bedrijf. Voor zijn personeel lijkt hij een doodgewone man die het niet altijd even gemakkelijk heeft met de communicatie. Om de storm niet over zich heen te krijgen, verschuilt Ravn zich steeds achter de leugen dat hij eigenlijk werkt voor een in Amerika dirigerende baas. Dat dit verhaal van A tot Z verzonnen is zal Ravn letterlijk worst wezen. De waarheid blijft echter nooit voor eeuwig begraven, want een IJslander (Fridrik Thor Fridriksson in rol van hedendaagse Viking) heeft zijn zinnen gezet op het bedrijf en wil het graag overnemen. Uiteraard wil hij enkel met de hoogste directeur in dienst onderhandelen. Om zijn nek te redden huurt Ravn vlug een acteur in (schitterende rol van Jens Albinus) om de rol van hoogste directeur op zich te nemen. Dat deze positie bij heel wat mensen enorm onpopulair is, merkt de arme acteur maar al te gauw…
Net als de proloog van pakweg Mr. & Mrs. Smith lijkt de aanloop voor een heerlijk simplistische screwball comedy begonnen. Maar meteen neemt Von Trier iedereen bij de neus en slaat hij een heel andere weg in. Reeds via een voice-over geeft Von Trier aan dat het uitsluitend om een onschadelijke komedie gaat (de IJslander zal lachen!). Even dreig je hem zelf te geloven want de opening roept herinneringen op aan The office of, dichter bij eigen bodem, Het eiland. Maar tot echte verbijstering komt het niet, want Von Trier grijpt al gauw terug naar zijn eigen – gedurfde! - experimentele stijl en lichtjes vindingrijke bedenkingen (een acteur die een acteur vertolkt die intussen een echt personage dient weer te geven).
Een computer moest beslissen uit welke camerastandpunten er moest worden gefilmd (Automatovision heet dat) waardoor de personages vaak maar half in beeld komen en toch nooit de greep op het verhaal verliezen. Hoewel de technische hoogstandjes iedere kijker zullen aanspreken, is het vooral de actuele onderlaag van het verhaal die iedereen naar het hart gaat. Lars Von Trier maakt zich meer dan duidelijk: de mens is een somber, genadeloos wezen dat naar niets of niemand omkijkt. Een handtekening beslist over het lot van tientallen werknemers die niets kunnen inbrengen tegen die beslissing. Klinkt zwaar, en is het ook uiteraard, maar het zijn de komische intermezzo’s tussen de Denen en de IJslanders die de hele sfeer weten op te kweken. Niet dat de scènes voor grote hilariteit zorgen, maar het doet de sfeer meer dan goed. De acteurs vertolken briljant hun rollen (Jens Albinus blijft enorm geloofwaardig) en nooit dreigt het verhaal af te glijden in een of andere pastiche.
Dé nieuwe hoogvlieger van Von Trier dus? Nou nee, hoewel de hele film ideaal binnen beeld blijft, krijg je alsnog nooit het gevoel weg dat het nu ook niet meer was dan een knappe grinnikkomedie. Een bulderlach zit er nooit in, maar zou in dit geval ook minder gepast zijn geweest. Wie terugdenkt aan het onovertroffen Dancer in the Dark heeft Lars Von Trier zijn beste werk al gezien. Maar laat u niet ontmoedigen: de man was toe aan iets lichters, en brengt nog steeds een van de betere komedies van het jaar op het scherm.
Titel: The Boss of it all - Direktoren for det hele
Genre: Komedie
Speelduur: 1u40
Regisseur: Lars von Trier
Acteurs: Jens Albinus, Peter Gantzler, Fridrik Thór Fridriksson, Benedikt Erlingsson, Iben Hjejle, Henrik Prip en Mia Lyhne