PORTRET BRIAN DE PALMA

Brian’s Way

Universal Pictures | De Palma op de set van The Black Dahlia
Brian De Palma, De Amerikaanse Master of Suspense, wordt door zijn tegenstanders versleten voor imitator, vrouwenhater, geweldjunkie en, toe maar, necrofiel. “In mijn genre behoor ik tot de absolute top”, aldus de beschuldigde. Beroepstrots is onbetaalbaar.

Samen met schoon volk als Steven Spielberg, Martin Scorsese, George Lucas en Francis Ford Coppola maakt De Palma deel uit van de roemrijke movie brat-generatie. Van dat rijtje met ronkende namen is hij ongetwijfeld de meest verguisde regisseur. Sant in eigen land is hij nooit geweest. Het opwindende Femme Fatale moest de maker van mijlpalen als Scarface en The Untouchables in Franse loondienst draaien. En ook voor zijn laatste worp, The Black Dahlia, zocht de cineast verre oorden op. Een complete verrassing is die exodus zeker niet. Vóór De Palma keet schopte met even inventieve als controversiële thrillers, trapte hij met de satirische Vietnamkomedies Hi, Mom! en Greetings (telkens met een jonge Robert De Niro) vrolijk tegen de schenen van conservatief Amerika. Geen betere manier om door Uncle Sam uitgespuwd te worden.
 
De Palma moest niet alleen tegen de buitenwereld vechten voor erkenning. Ook zijn bijzonder religieuze moeder peperde hem geregeld in dat hij maar een loser was. Paradoxaal genoeg lanceerde uitgerekend zij de carrière van haar zoon. Toen ma De Palma haar man van overspel verdacht, stuurde ze de jonge Brian op pad om bewijsmateriaal te verzamelen. Gewapend met een camera achtervolgde hij zijn vader en betrapte hem in de armen van een ander. Van toen af aan had De Palma de smaak van het voyeurisme te pakken. Zijn spiedende camera werd zijn handelsmerk. De Palma is de onbetwiste meester van het point-of-view shot, een camerastandpunt waarbij de kijker het verhaal door de ogen van een personage beleeft. In The Untouchables kruipt het publiek op die manier in de huid van Jim Malones moordenaar. En in het groezelige Body Double mag de toeschouwer zich met de telescoop van B-acteur Jake Scully (Craig Wasson) vergapen aan een jonge vrouw die zich in haar appartement van haar sensueelste kant laat zien. Vóór de toeschouwer er erg in heeft, verandert De Palma hem in de ultieme voyeur.
 
Op die manier manoeuvreert de regisseur zijn publiek in een weinig benijdenswaardige positie, want in zijn films is niets wat het lijkt. “De camera liegt 24 keer per seconde”, luidt De Palma’s devies. De aanslag op Jim Phelps (rol van Jon Voigt) in het explosieve Mission Impossible, de ontvoering van Michael Courtlands (Cliff Robertson) dochtertje in Obsession,… terwijl je toekijkt hoe de personages elkaar verstrikken in een web van leugens, word je zelf gemanipuleerd.
 
Vaak richt De Palma zijn vizier op tragische figuren die het heft niet in eigen handen kunnen nemen. Jake Scully wentelt zich in zijn onmacht (“I like to watch”) en ziet zo alles min of meer in de plooi vallen. Anderen zijn het slachtoffer van de omstandigheden of, erger nog, hun eigen persoonlijkheid. Al Pacino gaat als drugsbaron Tony ‘Scarface’ Montana ten onder aan een gebrek aan zelfbeheersing en moraal. Maar ook in Carlito’s Way delft Pacino als de loyale Carlito Brigante het onderspit, juist omdát hij de misdaad vaarwel wil zeggen. Niet dat de personages die het er wel levend van afbrengen veel reden tot juichen hebben. Zij blijven vaak getraumatiseerd achter of worden in hun nachtmerries opgejaagd door schuldgevoelens en nazinderende obsessies.
 
De Palma kan erover meespreken. Zijn grootste obsessie is Alfred Hitchcock. De jonge Brian was een kei in techniek en fysica, maar na het zien van Hitchcocks Vertigo wierp hij zich als een bezetene op de cinema. In tal van De Palma’s films weerklinkt de echo van de Britse grootmeester. De Palma dankt zijn voorliefde voor trage, lang uitgesponnen achtervolgingsscènes aan Vertigo, waarin detective Scottie (James Stewart) de mysterieuze Madeleine (Kim Novak) schaduwt. Ook in Body Double en Obsession volgen de hoofdpersonages het doen en laten van hun droomvrouw. In Dressed to Kill drijft De Palma dat koortsige voyeurisme tot het uiterste en laat hij Kate Miller (Angie Dickinson) in een doolhof van schilderijen een kat - en muisspel spelen met een aantrekkelijke museumbezoeker. 10 minuten (!) lang valt er geen woord, totdat de twee van bil gaan in een taxi. De dubbelrol die Kim Novak in Vertigo voor haar rekening nam, vormde eveneens een belangrijke inspiratiebron voor De Palma. Rebecca Romijn in Femme Fatale, Genèvieve Bujold in Obsession, Margot Kidder als de tweelingzussen in Sisters,… telkens is er sprake van een ‘body double’. Niet alleen Vertigo maakte een diepe indruk op De Palma, want met Dressed to Kill draaide hij zijn eigen Psycho. Zo is de liftscène waarin een travestiet haar slachtoffer met een scheermes bewerkt duidelijk schatplichtig aan de legendarische douchemoord uit Hitchcocks klassieker. En doet Jake Scully die in Body Double zijn knappe buurvrouw bespioneert u ook niet aan Rear Window denken? 
 
Net als Hitchcock is De Palma een visueel genie dat bitter weinig nodig heeft om een beklemmende sfeer te creëren. Toen er tijdens de opnames van The Untouchables geen geld meer was om een spectaculaire treinscène te draaien, schudde hij op de trappen van Chicago’s Union Station de legendarische schietscène met de kinderwagen uit zijn mouw. Eén van de soberste actiescènes aller tijden, enkel opgebouwd uit slowmotionbeelden van het ontketende politieduo Costner-Garcia en een tergend tikkende klok, maar de spanning spat wel van het scherm.  
 
De Palma’s Hitchcockverafgoding gaat zo ver dat hij af en toe nagaat welke impact zijn films hebben met muziek van Vertigo en Psycho op de geluidsband. Daarom deed hij voor Sisters en Obsession een beroep op Bernard Herrmann, de componist die Hitchcocks bekendste meesterwerken van muzikale dreiging voorzag. Om oom Alfred helemaal tevreden te stellen, cast De Palma meestal een blondine als de femme fatale van dienst. Denk maar aan de wulpse Rebecca Romijn in Femme Fatale, de ijskoude Michelle Pfeiffer (de love interest van Scarface) en Melanie Griffith. Die laatste is de dochter van Tippi Hedren, de filmster die eeuwige roem verwierf dankzij… The Birds en Marnie van Hitchcock. Ondanks de link met Hitchcock was Griffith geen eerste keus voor haar doorbraakrol van pornoster in Body Double. Tijdens een ongewone castingprocedure waarbij De Palma de actrices bij hem thuis uitnodigde (“je laat een dame toch geen masturbatieact opvoeren in een kille studio”), viel zijn oog aanvankelijk op Annette Haven, een echte pornoactrice. Door haar te casten wou hij de media die hem bestempelden als een seksverslaafde voyeur nog wat meer provoceren. Helaas deelden De Palma’s geldschieters zijn cynisme niet.
 
Dat cynisme was het resultaat van een jarenlange lijdensweg. Ten tijde van Dressed to Kill verklaarden allerlei feministische groeperingen de oorlog aan zijn “misogyne meesterwerk”. Zo protesteerde ‘Women Against Pornography’ tegen de lange openingscène met een masturberende Angie Dickinson. De Palma gooide nog wat olie op het vuur door te verklaren dat hij met zijn films zijn gevoelens wil uiten, “ook als ik daarvoor perverse wegen moet bewandelen”. Eén jaar later had De Palma het met Blow Out opnieuw vlaggen. Toen kon de goegemeente niet overweg met Jack Terry (rol van John Travolta), een handige geluidsman die uiteindelijk over lijken gaat om de perfecte doodskreet in zijn horrorfilm te krijgen. Stond Terry symbool voor de ‘duivelse’ De Palma? Critici die toen spraken van een “gratuite aanslag op de menselijke geest” kregen dankzij Scarface pas echt een reden tot klagen. Net voor de release van dit drugsepos toonde De Palma drie verschillende versies aan de Amerikaanse filmkeuring, maar die achtte geen enkele geschikt voor een jonger publiek. Een overwinning voor puriteins Amerika leek in de maak tot de regisseur in beroep ging en … het pleit won. De Palma mocht zijn meest gewelddadige cut behouden en kreeg ‘slechts’ een R-rating (ook toegelaten onder 17 jaar). 
 
Ondanks alle tegenkanting bleef De Palma steeds zijn eigen weg gaan. “In mijn genre behoor ik tot de absolute top”, wist de filmmaker al begin de jaren 80 te vertellen. “Ik begrijp al die kritiek aan mijn adres niet. Waarschijnlijk zullen mijn criticasters pas over een jaar of 20 hun ongelijk inzien. Dan zullen ze zich hoofdschuddend afvragen waaraan ik al die tegenwind verdiende.”


DE PALMA…
Brian De Palma kreeg tijdens zijn loopbaan een arsenaal scheldwoorden over zich heen. Hieronder overlopen we de grofste beledigingen  spelen we waar mogelijk advocaat van de duivel.

…, de imitator
De Palma heeft nooit ontkend dat hij de mosterd bij Hitchcock haalde, maar wijst juist zelf op de gelijkenissen. Op die manier brengt hij een hommage aan zijn grote idool. Ook de beschuldiging dat hij andere filmmakers plagieert, slaat nergens op. De Palma is de eerste om toe te geven dat hij zich voor de beroemde schietscène uit The Untouchables baseerde op Battleship Potemkin van Sergei M. Eisenstein. Of dat hij voor de ‘kruisiging’ van de godsdienstwaanzinnige moeder uit Carrie teruggreep naar Throne of Blood van Akira Kurosawa. De Palma’s variaties op filmklassiekers zijn een wezenlijk onderdeel van zijn oeuvre.
 
…, de onpersoonlijke stylist
“In de meeste films wordt er te veel gepraat”, vindt De Palma. Hij laat liever de beelden voor zich spreken. Zijn films zijn een festijn van enorm lange shots, slowmotionbeelden en split-screens uit de Hitchcockfabriek. Volgens zijn tegenstanders kickt De Palma louter op die technische hoogstandjes en heeft hij weinig oog voor zijn acteurs. Maar was het niet onder De Palma’s leiding dat Sean Connery als Untouchable Jim Malone zijn enige Oscar won? En Robert De Niro mag dan wel het best presteren onder Martin Scorsese, zijn eerste kansen kreeg hij van De Palma. Een onpersoonlijke cineast is De Palma evenmin, want in films als Carrie (over een kind dat te lijden heeft onder een uiterst religieuze moeder) en Home Movies (over een jonge filmfanaat die zich onbegrepen voelt door zijn familie) dreef hij zijn eigen demonen uit.
 
…, de geweldjunkie
De moordenaar uit Body Double die zijn slachtoffer om zeep wil helpen met een drilboor, een bloederige amputatie met een cirkelzaag in Scarface,… dat lijkt inderdaad bedacht door een zieke geest. Maar als ontlastend bewijsmateriaal is er Casualties of War, dat zich toespitst op enkele Amerikaanse soldaten die zich vergrijpen aan een Vietnamees meisje. Hier liet De Palma dé kans om eens goed loos te gaan bewust liggen, want in tegenstelling tot spectaculaire genrefilms als Apocalypse Now en Platoon legt Casualties of War de nadruk op de mentale ravage die Vietnam aanrichtte.
 
…, de vrouwenhatende necrofiel
Inderdaad, de vrouwen die De Palma in zijn films opvoert, zijn vaak lustobjecten (De Palma’s camera glijdt met wel heel veel plezier over het lichaam van Femme Fatale Rebecca Romijn), hoertjes (rollen waarvoor De Palma het liefst zijn ex-vrouw Nancy Allen inschakelde) of hellevegen die een wrede dood sterven. Bovendien maakt hij met uitspraken als “seks is angstaanjagend” zichzelf extra verdacht. Maar is hij een necrofiel omdat het hoofdpersonage uit Obsession verliefd wordt op een vrouw die verdacht veel lijkt op zijn overleden echtgenote? Nee, leugenaar is het enige scheldwoord dat echt op hem van toepassing is. Maar dat verwijt draagt De Palma als een eretitel.