PORTRET MARTIN SCORSESE

De regisseur die zijn passies verfilmt

Warner Bros.
Wie nog nooit van cultregisseur Martin Scorsese gehoord heeft, verdient eigenlijk het vuurpeloton. Maar omdat wij de kwaadste nog niet zijn, laten we het deze keer bij een snelcursus Scorsese. In die cursus vormt The Departed, nochtans de enige prent waarvoor ‘Marty’ een Oscar voor best director kreeg, niet de belangrijkste leerstof. Het verhaal van Scorsese is er dan ook een van (te) late erkenning.
 
The Departed, voorlopig Scorseses laatste spruit, vormde voor Marty een fijn weerzien met Leonardo DiCaprio. Samen zorgden ze al voor vuurwerk in het schitterende Gangs of New York en het monumentale The Aviator. Scorsese laat zich steeds lovend uit over DiCaprio's acteerprestaties. Toch is de ster uit Titanic niet de lievelingsacteur van de cineast. Die eer is weggelegd voor Robert De Niro. Met deze levende legende blikte Scorsese maar liefst 8 films in, verspreid over 3 decennia. Van al die meesterwerken spreken vooral Taxi Driver, Raging Bull en Goodfellas tot de verbeelding. Dit indrukwekkende lijstje had nóg langer kunnen zijn. Zo kon De Niro zich wegens echtscheidingsperikelen niet vrijmaken voor de opnames van Gangs of New York. Scorsese gaf de rol van Bill the Butcher dan maar aan Daniel Day-Lewis. Ook het controversiële The Last Temptation of Christ liet De Niro aan zich voorbijgaan. Scorsese had voor hem de rol van Jezus in gedachten, maar dat zag de acteur niet zitten. De rol ging uiteindelijk naar Willem Dafoe.
 
Diep in zijn hart wil Scorsese De Niro in al zijn films casten. Hun band is dan ook uniek. Scorsese is één van de weinige regisseurs die met De Niro kan werken. De veeleisende acteur houdt ervan om te improviseren op de set. Ook kan hij urenlang discussiëren over een kledingstuk, beweging of uitspraak van zijn personage. Scorsese laat hem zijn gang gaan en neemt de acteur in bescherming tegen zijn vaak moegetergde tegenspelers. Deze aanpak werpt zijn vruchten af. De twee Italo-Amerikanen zetten elkaar aan tot grootse prestaties. Zonder zijn favoriete filmmaker schittert De Niro's ster minder fel en vice versa.
 
Scorsese bouwde zijn reputatie vooral op realistische gangsterfilms zoals Mean Streets en Goodfellas. Een film als The Last Temptation of Christ lijkt dan ook niet thuis te horen in zijn oeuvre. Niets is echter minder waar. De Siciliaanse regisseur is een uiterst katholiek man. Hij speelde zelfs even met de gedachte om priester te worden en bracht een jaar door aan het seminarie. Toen hij daar de deur werd gewezen, gaf hij zich helemaal over aan zijn filmpassie. Geen enkele filmliefhebber is daar rouwig om. Het bloed kruipt echter waar het niet gaan kan. Thema's als religie, schuld en boete zijn vaste kost in Scorseses films. In Mean Streets zien we hoe Charlie (rol van Harvey Keitel) heen en weer wordt geslingerd tussen zijn misdaadleventje en zijn katholieke overtuigingen. Charlie ‘communiceert’ voortdurend met God. Tijdens een van die gesprekken veroorzaakt hij een auto-ongeluk. Dat ongeval verplicht Charlie om over zijn zonden na te denken. Dit is een constante in vele (gangster)films van Scorsese. De slechteriken worden nooit verheerlijkt. Wel ontsnappen de misdadige hoofdpersonages vaak aan de dood en krijgen ze een tweede kans. Het geboefte moet zich dan wel tevreden stellen met een anoniem en sober leven. Dat is bijvoorbeeld het lot van Henry Hill (rol van Ray Liotta) en Jimmy Conway (Robert De Niro) in Goodfellas. Zelfs de vaak bekroonde boksfilm Raging Bull, een mokerslag van fysiek en mentaal geweld, heeft een religieus tintje, want Scorsese sluit de film af met een bijbelcitaat. Naast het katholicisme kunnen ook andere godsdiensten op Scorseses aandacht rekenen. Zo vertelt de regisseur in Kundun het levensverhaal van de boeddhistische dalai lama.
 
Meer nog dan religie is New York van cruciaal belang voor het werk van Scorsese. De Big Apple vormt de achtergrond van films als het romantische New York, New York en het uitzinnige Taxi Driver. Het eerder aan bod gekomen Gangs of New York doet dan weer de ontstaansgeschiedenis van de wereldstad uit de doeken. De metropool speelde een grote rol in het leven van de regisseur, want hij bracht er zijn jeugd door. Hij woonde in Little Italy, een buurt waar vooral Italo-Amerikanen zich vestigden. Ook Robert De Niro. In hun jonge jaren kenden de twee filmiconen elkaar maar oppervlakkig. Pas toen hun professionele wegen elkaar kruisten, sloten ze vriendschap.
 
Little Italy huisvestte niet enkel artistiek talent. Sympathieke, maar daarom niet minder gevaarlijke gangsters maakten er de dienst uit. Vanuit zijn slaapkamer, waar de jonge Martin als astmatisch kind veel tijd doorbracht, sloeg Scorsese dat geboefte vaak gade. Deze soms charismatische misdadigers zou Scorsese later in zijn films vereeuwigen. Zijn partner-in-crime De Niro, die tijdens zijn jeugd ook zijn ogen de kost had gegeven, was meer dan eens de gangster van dienst. Zo leverde het duo telkens heel authentieke films af.
 
Die authenticiteit is Scorseses handelsmerk. Vaak hebben de personages die in zijn films opdraven echt bestaan. Dat geldt niet alleen voor Howard Hughes uit The Aviator, maar bijvoorbeeld ook voor bokser Jake La Motta uit Raging Bull. Bovendien maakt de cineast er een erezaak van om alles zo realistisch mogelijk in beeld te brengen. Als het moet, schakelt hij daarvoor zelfs zijn eigen ouders in. Zo acteerden Charles en Catherine Scorsese in het misdaadepos Goodfellas. Vooral moeder Scorsese komt in deze film vaak in beeld. Ze geeft gestalte aan de moeder van driftkikker Tommy (rol van Joe Pesci). In een scène schotelt zij Tommy en zijn louche vrienden (gespeeld door Ray Liotta en Robert De Niro) in het holst van de nacht een vorstelijke maaltijd voor. Het arme schaap weet echter niet dat er in de koffer van Tommy's wagen, die vóór het ouderlijk huis geparkeerd staat, een lijk ligt. Letterlijk en figuurlijk tussen de soep en de patatten zullen zoonlief en zijn maten hun slachtoffer begraven.
 
Er is echter ook een keerzijde aan de medaille. Door Scorseses realistische benadering laat het bioscooppubliek het soms afweten. Zo was Raging Bull heel wat minder populair dan bijvoorbeeld Rocky. Beide films volgen het doen en laten van een bokser. Maar terwijl Scorsese zijn publiek laat zien hoe La Motta in de goot terechtkomt, kunnen de kijkers van Rocky zich vergapen aan de vele overwinningen van Sylvester Stallones personage. Rocky vertelde het verhaal van een arme jongen die zich letterlijk naar een betere toekomst knokt. Daarmee verheerlijkte de film de American Dream. Scorsese doet daar niet aan mee. Integendeel, hij deinst er niet voor terug om de Amerikaanse samenleving te bekritiseren. Zo zet Robert De Niro in Taxi Driver een eenzame en labiele Vietnamveteraan neer. Deze 'wraakengel' beschouwt het als zijn plicht om de vuile straten van New York te verlossen van alle gespuis. Dat wil echter maar niet lukken, waarop de gefrustreerde taxichauffeur uit pure wanhoop een aanslag op een presidentskandidaat beraamt. Pikant detail: Taxi Driver zette John Hinckley aan tot een (mislukte) aanslag op president Ronald Reagan. Toen vond zelfs Scorsese de grens tussen film en realiteit angstwekkend vaag.  
 
Scorsese is een kunstenaar pur sang die vecht voor zijn ideeën. Daardoor botst hij soms met studiobazen en andere commerciële jongens, die in de eerste plaats geïnteresseerd zijn in het financiële plaatje. Eén van Scorseses meest legendarische conflicten stamt uit de tijd van Gangs of New York. Tijdens de opnames van deze prent leefde hij op voet van oorlog met producent Harvey Weinstein. Die laatste ging steeds zeer zuinig om met het beschikbare budget, terwijl Scorsese in zijn jacht op perfectie de financiële realiteit al eens uit het oog durfde te verliezen. Dat leidde soms tot hevige confrontaties. Zo ontving Scorsese op een bepaald moment een gouden Davidster met de boodschap: 'Think like a Jew'. Deze attentie was Weinsteins weinig tactvolle manier om zijn regisseur aan te zetten tot meer spaarzaamheid. Echt woedend werd de filmmaker pas toen hij vernam dat Weinstein zijn film een uur korter had gemaakt. De producer deed dit uit vrees dat Scorseses langere versie het publiek zou afschrikken. Weinstein was daarmee niet aan zijn proefstuk toe. Hij gaat niet voor niets door het leven als ‘Harvey Scissorhand’. Waarschijnlijk komt het nooit meer goed tussen de twee kemphanen.
 
Scorseses houding valt te begrijpen. Het duurde immers meer dan 30 jaar vooraleer hij met de opnames van Gangs of New York van start kon gaan. Al die tijd gooiden allerlei (geld)zaken roet in het eten. Deze lijdensweg toont aan hoe obsessief de man met zijn vak bezig is. De onderwerpen die hem fascineren en zijn leven beheersen, wil hij absoluut verfilmen. Zelfs als hij een leven lang moet wachten op een kans.
 
Een andere zaak waar Scorsese een leven lang op moest wachten, is een Oscar. De juryleden van de Academy Awards presteerden het immers om één van de grootste en invloedrijkste cineasten aller tijden enkele decennia te negeren. Aan nominaties geen gebrek, maar de ultieme bekroning leek niet voor Scorsese weggelegd. Gelukkig keerde The Departed, niet eens Marty’s beste, het tij. Zou er dan toch gerechtigheid bestaan?