Het 34ste Filmfestival van Vlaanderen – Gent mag zich dan wel al in de geschiedenisboeken genesteld hebben, wij denken er vaak nog weemoedig en met troebele ogen aan terug. Dat het echter niet altijd grootse meesterwerken zijn die we op het festival te zien krijgen bewees dit jaar de Belgische Kortfilmcompetitie, naar goede gewoonte een van de trekpleisters voor critici en publiek.
Bijna tweeënhalf uur lang kregen we een verzameling vaderlandse kortfilms te zien. Sommigen bleken interessant of zelfs inspirerend leuk; anderen trapten in de valkuil der pretentie en schotelden ellenlang lijkende minuten dodelijke saaiheid voor. Het begon al meteen met Personal Spectactor van Emmanuel Jespers; nochtans de winnaar van de prijs voor de Beste Kortfilm. Spectator handelt over een schijnbaar onopvallende vrouw die door een jonge kerel wordt aangeklampt. Hij vertelt haar dat hij een “kijker” is; iemand wiens job en levensdoel het is om “onzichtbare” mensen het gevoel te geven dat ze “leven”. Begrijp ons niet verkeerd; technisch valt hier weinig of niets op aan te merken maar dit leek ons weinig meer dan doorzichtige (no pun intended), holle mooifilmerij.
In hetzelfde bedje ziek is het met een eervolle vermelding van de Kortfilmjury bekroonde Zöe van Dorothée Van Den Berghe, waarin we getuige zijn van het einde van een relatie. Knap vertolkt door Frank Vercruyssen en Natali Broods en interessant omwille van de vormgeving maar inhoudelijk oude koek en weinig boeiend. Aanvankelijk zag het er naar uit dat er geen einde zou komen aan de teleurstellingen; het Franstalige Dernier Voyage waarin een oud besje haar familie comateus voor de gek houdt (weinig charmant en nog minder grappig), het hersenverlammende Les Corps Silencieux (over een jonge vrouw die haar ex-geliefde, een mysterieuze vrouw, niet kan loslaten) en het flauwe Hartslagen; over een opgroeiend meisje en de momenten in haar leven dat haar hartslag versnelde (clichématige, puberale onzin) beloofden weinig goeds.
Veel beter was Hendrik Moonens Moment de Gloire met Bruno Vandenbroecke over een ietwat vreemde kerel die, om zijn dorst naar roem te lessen, wel erg ver gaat! Inhoudelijk allesbehalve grensverleggend maar zeer knap in beeld gebracht, intrigerend en uiteindelijk bevredigend; hoewel het hier om een bijna experimentele audiovisuele “gag” gaat. Ook niet slecht: A Day In a Life dat op zijn minst “Tarantinoesque” genoemd mag worden (een voordeel én een nadeel) maar de Gentse smeerlapperij die Johan Heldenbergh en Sam Louwyck uitkramen maken veel goed; Of Cats and Women waarin Marijke Pinoy haar wraakgevoelens tegenover haar ex-man en zijn nieuwe vriendin op hun kat botviert en Evasion; een beetje ondoordacht tussen de live-action kortfilms geprogrammeerde maar stijlvolle, bijna Frank Miller-achtige animatiefilm over een moegetergde man die uit zijn cel naar het dak van de gevangenis ontsnapt.
Ronduit fantastisch vonden wij dan weer Mompelaar van Marc Roels en Wim Reygaert. Serge Buyse (van ’t Hof van Commerce-faam) vertolkt een onverstaanbaar in zichzelf mompelende eenzaat die, even uit de greep van zijn door een man vertolkte moeder, aan een wandeltocht vol vreemde gebeurtenissen en eigenaardige figuren begint. De makers roepen met hun prent herinneringen op aan de heerlijke, politiek incorrecte Britse serie The League of Gentlemen en schotelen het in slaap gesuste publiek een buiten alle mogelijke lijntjes kleurende combinatie van zwarte komedie, polderthriller en absurde horror voor (de scène met Gunter Lamoot moet u zien om te geloven). Mompelaar zal niet gauw ergens prijzen winnen, maar het lef en de visuele punch van de makers verdienen alle mogelijke lof!
Ander kortfilmnieuws: Nathalie Teirlinck won dit keer met haar Juliette voor de tweede maal de hoofdprijs van de Ace Kortfilmcompetitie en wie op tijd in de zalen zat kon af en toe enkele kortfilms van gerenommeerde namen uit de internationale filmwereld als “voorfilmpjes” voor de langspelers zien (uit de verzamelreeks “Chacun son cinéma”). Zo zagen wij het erg leuke Happy Ending van Ken Loach, over een vader die met zijn zoon naar de bioscoop gaat; het gitzwarte Occupations van Lars von Trier waarin de man himself korte metten maakt met een praatzieke filmcriticus en het vertederende en hilarische Little Man van de Deense Esben Tonnesen over een achtjarig jongetje dat een opstel schrijft over het vrouwelijke geslacht. We konden er nog iets van leren!
INTERNATIONAAL FILMFESTIVAL VAN VLAANDEREN - GENT
Short in quality