Er bestaat geen twijfel over dat John Carpenters Halloween uit 1978 een van de spannendste films aller tijden is. Verrassend, want de regisseur schildert in zijn film een bloedbad zonder rood. Met een ongecompliceerde, ouderwetse cameravoering en heel veel gevoel voor suggestie trok hij, met dank aan een ijzingwekkend simpel deuntje als leidmotief, de spanningsboog strak. De jaren daarna zouden zeven sequels de franchise onherroepelijk exploiteren. Plannen om Michael Myers het vleesmes te laten kruisen met Pinhead toonden aan dat de Dimension Studios echt ten einde raad waren. Dimension had nog een ander ideetje: een prequel die de jeugdjaren van Michael Myers zou behandelen.
Zanger/regisseur Rob Zombie (House of 1000 Corpses, The Devil's Rejects) veegde dat alles van tafel en komt met een hervertelling van de originele (en een stukje van de tweede) film. Zijn idee om een film te remaken die eigenlijk niet beter kan worden, leek regelrechte zelfmoord. Hij nam een enorm risico, maar het resultaat mag er zijn. Zombie is zo slim geweest om aan de franchise zijn eigen draai te geven. Dat blijkt al uit het feit dat hij bijna drie kwartier uittrekt voor de jeugd van Michael Myers. De 10-jarige jongen groeit op in een typisch Zombiaanse disfunctionele trailertrash familie, met een grofgebekte, luie (stief)vader, een paaldansende moeder (Zombie's vrouw Sheri Moon) en een zus met te strakke topjes voor haar leeftijd. Niet het ideale milieu voor de stille bedeesde Michael, die ook nog eens op school gepest wordt.
Rob Zombie's observaties aan de smerige keukentafel zijn raak. Zijn camera registreert het slechtste in de mens. Dat Michael in zijn kamer zijn huisrat martelt, komt niet eens als een verrassing over. Het beest loert in elke mens. Michael groeit op in de ideale omgeving om het voorgoed los te laten. Met een clownsmasker op zijn gezicht begint hij aan een messcherp in beeld gebrachte slachtpartij in zijn huis. Michael wordt opgepakt en belandt onder toezicht van dokter Loomis (Malcolm McDowell) in Smith's Grove Sanitarium.
Vooral in dit eerste deel van de film toont Zombie zijn kwaliteiten en biedt de film zelfs een meerwaarde tegenover het origineel. Daeg Faerch is met zijn lange, verwarde, blonde haren ijzingwekkend goed als de jonge Michael. In de instelling plaatst Zombie zijn camera altijd precies op de juiste plaats. Hij pant en scant weinig. De statische beeldvoering is observatief, enigszins afstandelijk. Kleine details – het subtiel trillen van het beeld, een lichtjes vervormd perspectief – blijken uiterst effectief. Terwijl Loomis geduldig op hem inpraat, krijg je bijna medelijden met het joch. Tot Michael aantoont wat je zoal op een vork kan prikken.
De tweede helft van de film sluit sterker aan bij Carpenters origineel en speelt zich dus zeventien jaar later af in het pittoreske voorstadje Haddonfield. Michael Myers is ontsnapt en zit Laurie Strode (Scout Taylor-Compton) achter de kladden, zijn klein zusje dat hij destijds gespaard heeft. Zombie heeft meer problemen met het schetsen van de meidenwereld waarin Laurie zich begeeft dan met de zieke, psychopathische gedachtegang van zijn moordenaar. Hij harkt liever in stoffige spookhuizen dan in aangeplante voortuinen. Als een gier cirkelt Michael rond zijn slachtoffers om ze dan genadeloos af te maken. Laurie's onvoorzichtige, vrijende vriendinnen fungeren als makkelijk vrouwenvlees dat de psychopaat zonder al te veel problemen aan het mes rijgt.
In tegenstelling tot het origineel gaat Zombie daarbij weinig subtiel te werk. Zombie is geen Hitchcockkloon, maar hakt er duchtig op in. Hij schetst zijn protagonist als een gewetenloze geweldenaar die niets of niemand spaart. Eens hij het masker over zijn gezicht schuift, wordt de mens Michael het beest Michael. Achter de ogen die door de twee gaten priemen schuilt alleen duisternis. Ze willen wraak. Worstelaar/acteur Tyler Mane (Sabertooth uit de X-Men films) is een indrukwekkende, imponerende verschijning en dus een uitstekende Michael. Zijn moordenaar treedt letterlijk en figuurlijk uit de schaduw. Minder subtiel, maar niet minder goed.
Zoals bij elke slasherfilm vormt het einde een probleem: wat doe je met een bijna onoverwinnelijke Überschurk? John Carpenter loste dat destijds mooi op door Michael Myers in het ultieme shot te laten verdwijnen. Zombie rekt en trekt de gitzwarte, erg donker geschoten finale achtervolging iets te lang. Of de conclusie geslaagd is, daar kan duchtig over gediscussieerd worden. Het is misschien niet het ideale einde.
Wie klassieke films onder handen neemt, weet dat hij jongleert met sjiek, duur porselein. Fans en critici blazen langs alle kanten en meestal valt het resultaat in gruzelementen uiteen op de grond. In het geval van deze Halloween is het zelfs jammer dat je hem tegen wil en dank gaat vergelijken met het origineel. De film is niet sterker of beter, maar ook niet zwakker of slechter. Zombie heeft zijn eigen aanpak vol extreem geweld en warempel blote borsten - en die werkt. Halloween anno 2007 is sterk genoeg om op eigen benen te staan. De krukken van het origineel mogen weg. Zombie bewijst dat er best twee geweldige films kunnen bestaan over hetzelfde uitgangspunt. Het klinkt paradoxaal en ongeloofwaardig, maar het is zo.
Gezien op de Halloween Night Mechelen 2007.
Titel: Halloween (2007)
Genre: Horror
Speelduur: 1u49
Regisseur: Rob Zombie
Acteurs: Tyler Mane, Malcolm McDowell, Brad Dourif, Sheri Moon, William Forsythe, Udo Kier en Daeg Faerch