Schapen? Inderdaad, niet de meest voor de hand liggende monsters voor een griezelfilm. Daar is regisseur/scenarist Jonathan King zich gelukkig van bewust en hij probeert van Black Sheep dan ook op geen enkel moment een serieuze bedoening te maken. Of wat had u gedacht? Qua sfeer en stijl leunt zijn film eerder aan bij de kolderhorror uit de vroege films van Sam Raimi of Peter Jackson, niet toevallig de grote voorbeelden van regisseur King. Hij zal waarschijnlijk ook een klein feestje hebben gebouwd toen bleek dat de monstereffecten van Black Sheep zouden worden verzorgd door Weta Workshop, opgericht door landgenoot Richard Taylor en inmiddels vermaard omwille van de spectaculaire effecten, wapens en kostuums voor King Kong, The Chronicles of Narnia en de Lord of the Rings-trilogie. De uitstekende Weta-effecten helpen om Black Sheep het nodige cachet te geven, maar als je het originele uitgangspunt even wegdenkt, wordt er toch weer netjes binnen de genre-lijntjes gekleurd en wijkt de film nauwelijks af van de platgetreden conventies van de b-monsterfilm.
In zekere zin is dat niet zo erg. Dit soort films moeten het immers niet hebben van een bochtig scenario, maar van goedgemikte shocks, slimme oneliners en smerige effecten. En daar ontbreekt het Black Sheep niet aan. De openingsscène zet meteen al de toon. Daarin zien we hoe de jonge Angus Oldfield een gemene grap uithaalt met zijn jongere broertje Henry, die er voor de rest van zijn leven een schapenfobie op nahoudt. Naarmate ze ouder worden, verliezen de twee broers elkaar uit het oog en ontmoeten elkaar pas jaren later opnieuw als Henry naar Nieuw-Zeeland afzakt om zijn aandeel van de schapenfarm van zijn ouders te verkopen. Wat hij niet weet is dat broerlief Angus al die jaren flink heeft geëxperimenteerd op de wollige viervoeters, in de hoop een superschapenras te ontwikkelen dat hem rijk en beroemd zal maken. Op een patserige persconferentie stelt Angus trots het resultaat van zijn experimenten voor, maar wat hij niet beseft is dat een aantal van zijn testschapen niet helemaal gezond zijn. Ook Henry komt daar per toeval achter als hij de knappe dierenactiviste Experience en haar vriend Grant betrapt terwijl ze het lab van zijn broer proberen binnen te komen. Grant blijkt te zijn gebeten, en begint zich al snel te muteren. Nog geen halfuurtje later lijkt de arme Grant zelf op een schaap.
Maar wat nog veel erger is: de genetische afwijking is besmettelijk. En in een mum van tijd is het gros van de schapen op de boerderij besmet en uit op mensenvlees. Voor regisseur King en het team van Weta meteen de aanzet voor een hilarische, smerige en originele finale die niet vies is van wat rondslingerende ledematen en muterende schaap-mensen. Hoe het allemaal afloopt, kunt u waarschijnlijk wel raden, maar dat is eigenlijk niet echt aan de orde. Want Black Sheep is over de hele lijn zo vermakelijk, dat wij voor deze ene keer best een oogje wilden dichtknijpen voor de middelmatige acteerprestaties, knullige dialogen en de wat manke opbouw. Waarom? Omdat Black Sheep totaal geen pretenties heeft en niet meer wil zijn dan gewoon een lekkere b-film. Helaas betekent dit wel dat Black Sheep vooral gesmaakt zal worden door de echte fans van het genre. Het brede publiek zal hier geen boodschap aan hebben. Jammer wel, want ondanks zijn beperkingen staat Black Sheep garant voor een bizar en grappig avondje uit.
Gezien op het Festival van de Fantastische Film (BIFFF) in Brussel 2007.
Titel: Black Sheep
Genre: Horror
Speelduur: 1u27
Regisseur: Jonathan King
Acteurs: Nathan Meister, Danielle Mason, Oliver Driver, Peter Feeney, Tammy Davis, Glenis Levestam en Tandi Wright