De intro van My Enemy’s Enemy is een ruwe maar knappe montage van enkele pakkende beelden uit Barbie’s leven. In één van die fragmenten wordt Barbie, ondertussen verworden tot een miezerig en moegestreden hoopje mens, gevraagd of hij spijt kent over zijn daden. Schijnbaar gelaten antwoordt hij: “Wel, volgens mij moeten mensen een bepaalde gedragslijn volgen.” De totale ontstentenis aan enig schuldbesef, in combinatie met de idyllische Franse chanson die de beelden aaneenrijgt, zet meteen de kille toon van deze harde documentaire.
Klaus Barbie, geboren in Duitsland, vertrok na een tiental jaren als SS’er te hebben gediend naar Lyon. Hij opereerde er als de Gestapochef, waarbij hij zichzelf op het traceren van verzetslieden toespitste. Hij zette dissidenten bij hopen gevangen (onder wie de bekende Franse verzetsleider Jean Moulin, voor wiens dood Barbie verantwoordelijk wordt geacht), en wist hen telkens essentiële informatie te ontfutselen. Zijn meesterlijke foltertechnieken hielpen hem daarbij een handje. Tanden lostrekken met een tang, tot de dood toe verdrinken, uitrekken,… Barbie (bijgenaamd “le boucher de Lyon”) vulde makkelijk in zijn eentje een volledige afdeling in The Londen Dungeon.
Toen hij na de oorlog diverse keren uit geallieerde handen was geglipt, reisde hij naar zijn moederland terug. Het Counter Intelligence Corps, één van de zovele duistere organisaties uit de Amerikaanse geschiedenis, werd Barbie’s nieuwe werkgever. Het doel van het CIC was om hardnekkig overblijvende (Sovjet)communisten op te speuren, en waar mogelijk uit te roeien. Zogenaamde stay-behind groepen, die hij mee hielp oprichten, dienden een mogelijke inval van het Rode Leger in West-Europa tegen te houden. Al vlug groeiden deze troepen echter uit tot terreurnetwerken die brutale aanslagen pleegden op het Europese continent. Het doel was om politiek links te discrediteren, en zo een extreemrechts regime aan de macht te krijgen. Volgens verschillende historici had onze Bende van Nijvel overigens net hetzelfde objectief voor ogen.
Toen Barbie in Duitsland de hete adem in zijn nek voelde, brachten de Amerikanen hem naar Italië, van waaruit hij, met behulp van het Vaticaan, naar Bolivia kon vluchten. Ironie gluurt altijd om de hoek: Barbie raakte er bevriend met enkele joden en veranderde zelfs zijn voornaam in Altmann, een typisch joodse naam. Het is ook daar dat Barbie andere oud-nazi’s ontmoet, die tot ginds waren gescheept via de bekende Ratline-route. Ze knoopten nauwe contacten aan met de militaire junta’s, en droomden samen van een Vierde Rijk in de Andes. Als kers op de taart hielp Barbie mee aan een succesvolle putsch tegen het democratische regime, waarbij president Gomez aan de macht kwam.
Een goede documentaire informeert grondig, zonder zich daarbij in al te kleine nuances te verliezen of in generaliseringen te vervallen. En dat doet My Enemy’s Enemy met brille. De stem van André Dusollier (de voice-over van Amélie Poulain) ritst oude en nieuwe beelden aan recentere interviews of getuigenissen. Daarbij is het regisseur Kevin Macdonald (Touching The Void, The Last King of Scotland) niet om de pathetiek te doen. Als getuigen voor zijn camera huilen, rekt hij de opname niet nodeloos lang. Hij zoomt in, noch uit. Macdonald observeert, en laat de interpretatie aan de kijker over.
In interviews zei Kevin Macdonald dat zijn documentaire over Klaus Barbie niet zozeer het doel, maar eerder een middel was. Hij wou voornamelijk de hypocrisie aanklagen die verschillende regeringen in de recente politieke geschiedenis aan de dag hebben gelegd. Hij wou tonen hoe vluchtig moraliteit tot immoraliteit kan verglijden, en hoe onze vijand plots onze vriend kan worden. Zolang we maar dezelfde vijand bestrijden.
Onlangs nog vertelde Valerie Plame, een voormalige CIA-agente, hoe de Amerikaanse regering nog steeds criminelen financiert in ruil voor unieke informatie. Bush en zijn select groepje harde republikeinen rondom hem knijpen soms maar al te graag een oogje dicht. Als ze er uiteindelijk op het einde van de rit maar beter van worden. Thematisch is de documentaire dus nog altijd brandend actueel, wat haar enkel ten goede komt. Door bovendien niet zelf expliciet de parallellen met vandaag de trekken, vermijdt Macdonald in platitudes te vervallen.
Al in 1513 schreef Machiavelli in zijn Il Principe: “Het doel heiligt de middelen.” Uit My Enemy’s Enemy blijkt de oneliner alvast nog niet onder het stof beland.
Titel: My Enemy’s Enemy
Genre: Documentaire
Speelduur: 1u30
Regisseur: Kevin Macdonald