Voor heel wat cineasten blijft de oorlogsfilm een favoriet genre. Elk jaar krijgen we wel een paar al dan niet kwaliteitsvolle “war is hell”-producties in onze maag gespitst, gaande van Michael Bays demente explosiepulp tot films in de trant van Spielbergs Saving Private Ryan. De gruwelijke drang van mensen om elkaar naar de verdoemenis te helpen, is en blijft een onderwerp waar we elke dag mee geconfronteerd worden. Veel schrijvers en regisseurs zien in die fundamentele menselijke fout dan ook het perfecte voer voor literatuur en film. Vanuit Duitsland krijgen we niet zo vaak oorlogsfilms te zien over de hel van de Tweede Wereldoorlog. Wolfgang Petersens sublieme Das Boot blijft een meesterwerk, en is wellicht de beste film die hij ooit zal maken. Maar verder denken we bij Duitse oorlogsfilms eerder aan de woorden van John Cleese in Fawlty Towers: “Don’t mention the war!”.
Met Die Fälscher – op de internationale markt bekend als The Counterfeiters – krijgen we een verzorgde, goed gemaakte, maar weinig opzienbarende prent te zien die nergens origineel of vernieuwend wordt. De film is echter wel effectief, kent enkele mooie vertolkingen en wordt nergens prekerig. In deze woelige tijden is dat niet altijd een eenvoudige opgave.
Karl Markovics – een man gezegend met wat niet anders kan omschreven worden als een echte karakterkop – speelt Salomon Sorowitsch, de meest succesvolle vervalser in het Duitsland van de late jaren ‘30. De man beweegt zich door een nachtclub als een gangster, kent zowat iedereen, en weet de knapste vrouwen in zijn bed te krijgen. Maar na een nachtje stoeien, krijgt hij bezoek van de politie en valt zijn wereld in elkaar. Bataljonleider Friedrich Herzog is duidelijk in zijn nopjes met de arrestatie. Vijf jaar later vinden we Sorowitsch terug in een concentratiekamp, waar zijn tekentalent hem in leven houdt. Als hij plots geselecteerd wordt om naar een ander kamp te verhuizen, lijkt het er aanvankelijk op dat zijn situatie amper zal verbeteren. Hij ontmoet er opnieuw Herzog, die nu als nazi de leiding heeft over het kamp, en ontdekt dat hij samen met zijn medegevangenen de opdracht zal krijgen om vals geld te maken. Met hun geplande valsmunterij hopen de nazi’s immers de Engelse en Amerikaanse economieën overhoop te kunnen gooien. De gevangenen leven een tijdlang in relatieve luxe, slapen in warme bedden, en krijgen – in tegenstelling tot de gevangenen die ze niet te zien krijgen – een menswaardige behandeling. De enige voorwaarde is dat ze tegen de klok vals geld blijven produceren. Maar algauw wordt het leven van Sorowitsch en zijn kompanen bedreigd door interne spanningen en door de escapades van enkele losgeslagen bewakers.
Hoe vreselijk en waarheidsgetrouw de gebeurtenissen in deze film ook mogen zijn, we kunnen er niet omheen dat ze ondertussen clichés zijn geworden. De schreeuwende nazi die erop los timmert, de rebel die de strijd wil aangaan, het leven dat aan een zijden draadje hangt binnen de muren van het kamp… We hebben het allemaal al eerder en beter gezien. Die Fälscher was misschien niet de beste film op het programma van het jongste Filmfestival van Gent, maar is daarom niet minder sociaal geëngageerd of relevant. Het is alleen jammer dat velen dit nog altijd verwarren met topkwaliteit. Het belangrijkste is niet zozeer wát iemand vertelt, maar wel hóe dat gebeurt.
Begrijp ons echter niet verkeerd: Die Fälscher werkt. Als oorlogsfilm hebben we dit al vaker gezien, maar dat neemt niet weg dat het een goede prent is. Niets meer, maar ook niets minder.
De openingsscène waarin we Sorowitsch op het strand van Monte Carlo zien zitten, en zijn daaropvolgende ontmoeting met een bloedmooie escorte (Dolores Chaplin, kleindochter van Charles) in een casino, verraden al meteen dat Sorowitsch de oorlog zal overleven. Maar eens de flashbacks van start gaan, ontwikkelt de film gaandeweg zijn eigen ritme en stijl.
Markovics acteert voortreffelijk: zijn hoofdpersonage draagt de film. Knap is vooral hoe hij van zorgeloze man van de wereld naar geknechte gevangene afglijdt. Antagonist Herzog, op ambigue wijze vertolkt door de nu eens zeemzoete en dan weer levensgevaarlijke Devid Striesow, zorgt bovendien voor uitstekend weerwerk. De scène waarin hij Sorowitsch bij hem thuis uitnodigt en hem zijn vrouw en kinderen laat ontmoeten, is ijzersterk. Ze toont de manipulatie van de nazi naar zijn “slaaf”, die weet dat zijn “goede leven” slechts de hel verhult die hem wacht als hij tegenwerkt. Toch slaagt ook Sorowitsch erin om zijn slag thuis te halen. Het leidende duo wordt perfect aangevuld door Adolf Burger (August Diehl), een jongeman die de “nieuwe” kleren van overleden gevangenen weigert. Hij stelt terechte vragen bij het belang van de valsmunterij, en hoe de gevangen met hun daden mee de oorlog rekken. Met die redenering komt hij lijnrecht tegenover Sorowitsch te staan, die zijn luxeleven schijnbaar niet wil opgeven, maar eigenlijk ook de levens van zijn medegevangenen wil verlengen. De confrontatie tussen de mannen in het kamp, en het onafwendbare gevoel dat de valsmunters in de ogen van hun bewakers eigenlijk niets betekenen, levert enkele harde momenten op. De ontknoping, waarin de overlevenden hun opluchting met schaamte vermengen, zal enkel bij kille machines geen ontroering teweegbrengen.
De conclusie is dan ook dat Die Fälscher – bij gebrek aan een betere omschrijving – een mooie film is geworden die, net als velen voor hem en ongetwijfeld na hem, de verschrikking van de oorlog weet te vatten. Er is niets nieuws onder de zon, maar dat neemt niet weg dat het hier om beklemmende cinema gaat.
Titel: Die Fälscher
Genre: Oorlogsdrama
Speelduur: 1u38
Regisseur: Stefan Ruzowitzky
Acteurs: Karl Markovics, August Diehl, Devid Striesow, Martin Brambach, August Zirner, Veit Stübner