APOCALYPSE NOW

The horror!

De ultieme Vietnamfilm opent op de tonen van het onsterfelijke This is the end van Jim Morrison. Helikopters vliegen in een hallucinante waas over het scherm en het enige dat je kan doen is met open mond zitten kwijlen. Een demonisch begin van een onvergetelijk meesterwerk. Na deze ouverture maken we kennis met kapitein Willard, die in een hotelkamer zijn eigen demonen in bedwang probeert te houden. Hij wordt bij zijn oversten geroepen die voor hem een wel heel speciale opdracht in petto hebben: hij moet kolonel Kurtz opsporen die in het strijdgewoel volledig krankzinnig is geworden en zelf een legertje vraatzuchtige koppensnellers heeft opgericht.

Dit is eigenlijk de korte inhoud van Apocalypse Now, maar schijn bedriegt. Het verhaal oogt simpel en lijkt op een doorsnee zoektocht. Maar in deze film worden de diepste krochten van de ziel bezocht, zowel bij kolonel Kurtz als bij eender welke gezagsdrager. We maken bijvoorbeeld kennis met luitenant Kilgore, een van de kleurrijkste en tegelijkertijd ook een van de engste personages uit de filmgeschiedenis. Kilgore deinst er immers niet voor terug middenin een napalmbombardement te gaan surfen en spuit ondertussen ook nog enkele klassiek geworden filmdialogen zoals “I love the smell of napalm in the morning” in het rond. Maar wat de film echt zo fascinerend maakt, is dat hij weigert een standpunt in te nemen over de oorlog in Vietnam. Het politieke apparaat wordt geen enkele seconde met de vinger gewezen, ook al is het duidelijk dat deze oorlog totaal overbodig en uiterst smerig was.

Apocalypse Now was de laatste van een reeks meesterwerken die in de jaren zeventig werden uitgebracht: denk maar aan All The President’s Men, Klute, One Flew Over The Cuckoo’s Nest, Badlands en ga zo nog maar even door. Allemaal films die zich onderscheidden door hun onconventionele thema’s en intelligente mise-en-scène. Maar Apocalypse Now was wel de meest controversiële uit het voorgenoemde rijtje. Regisseur Francis Ford Coppola beleefde zelf zijn apocalyps tijdens het draaien van zijn prent. De opnameperiode bedroeg 16 draaiweken en draaide uit op iets van een 238 dagen verkennende opnamen. Tot overmaat van ramp bezweek protagonist Martin Sheen bijna aan een hartaanval op de set en keerde pas vijf weken later terug. Coppola financierde ook een groot deel van de film zelf en ging er bijna aan failliet. Een paar jaar geleden werd er trouwens een uitstekende documentaire vrijgegeven over die rampzalige draaidagen getiteld Hearts of Darkness: A Filmmaker’s Apocalypse.

De hele film baadt in een wasem van rook en koortsachtige droomsequenties. Hoe dieper men het oerwoud binnendringt, hoe grimmiger de sfeer wordt. De psychologische gevolgen van de Vietnamoorlog worden hier op een zeer realistische manier in beeld gebracht, getuige daarvan het laatste halfuur waarin Kurtz als de duivel wordt voorgesteld die zijn discipelen met vaste hand regeert. Hij prevelt bizarre anekdotes waar een normaal mens zelfs nooit aan zou denken. Wanneer de aftiteling over het scherm rolt heb je drie uur geniale cinema achter die kiezen die aankomt als een mokerslag. Maar wat deze hypnotiserende film echt zo eng maakt, is dat hij het ware ‘Nam zo goed schijnt te treffen. The horror, the horror!