PORTRET GIUSEPPE TORNATORE

Siciliaanse schaamteloosheid

ABC Distribution
Met La Sconosciuta in de zalen en Baaria in verfilming staat regisseur Giuseppe Tornatore wellicht voor een kantelpunt in zijn carrière. Na zijn internationale doorbraak met Nuovo Cinema Paradiso in 1990 en de daaropvolgende kleinere successen, moet de komende jaren duidelijk worden of Siciliës wonderkind blijft bevestigen of stilaan op zijn retour is.

Giuseppe ‘Peppuccio’ Tornatore wordt geboren op 27 mei 1956 in het Siciliaanse kuststadje Bagheria nabij Palermo. Van kindsbeen af ontwikkelt hij een levendige belangstelling voor theater, fotografie en acteren. Zo regisseert hij op zestienjarige leeftijd al toneelstukken voor een amateurgezelschap, waarbij hij zich laat inspireren door de toonaangevende Italiaanse dramatici Luigi Pirandello en Eduardo De Filippo. Als jonge magazinefotograaf valt hij bovendien verschillende keren in de prijzen.

In 1979 zet Tornatore zijn eerste stappen in de wondere wereld van de cinema. Hij debuteert met Le Minoranze Etniche in Sicilia, een documentaire over Siciliaanse minderheden, waarmee hij op verschillende Italiaanse filmfestivals hoge ogen gooit. In die periode begint hij ook te werken voor de nationale publieke omroep RAI. Tornatore regisseert er documentaires, tv-films en programma’s als Ritratto di Rapinatore (Portrait of a Thief) en Scrittori Siciliani e Cinema (Sicilian Writers and Films). Tussen 1978 en 1985 is hij ook voorzitter van de CLCT Cooperative, het productiehuis dat onder meer Cento giorni a Palermo (100 Days in Palermo) van Giuseppe Ferrara in de zalen brengt, een film waarvan Tornatore overigens zelf meeschrijft aan het scenario.

In 1985 maakt hij zijn echte regiedebuut met Il Camorrista, een politiek geïnspireerd misdaaddrama gebaseerd op de gelijknamige roman van Giuseppe Marrazzo. Peppuccio’s eerste langspeelfilm – met Ben Gazzara (Anatomy of a Murder) in de hoofdrol van professor – is in 1987 meteen goed voor een Zilveren Lint in de categorie Beste nieuwe regisseur. Maar hoe krachtig en intrigerend zijn portret over de Napolitaanse maffia ook is, Tornatore’s internationale doorbraak komt er pas wanneer de bekende Turijnse producent Franco Cristaldi in 1988 zijn pad kruist. Hun ontmoeting is het begin van een vruchtbare synergie die al snel resulteert in het magische Nuovo Cinema Paradiso, een nostalgisch portret over de vriendschap tussen de cinefiele tiener Toto en de lokale filmoperateur Alfredo (Philippe Noiret).

Nuovo Cinema Paradiso is een bitterzoete ode aan de magie van de filmkunst en blikt in lange flashbacks terug op de cinema van toen, badend in vette sigarettenrook, volkse romantiek en parochiale censuur. De film wordt een echte succeshit en sleept enkele grote prijzen in de wacht, waaronder vijf BAFTA Awards, de Grote Juryprijs op het Filmfestival van Cannes en zowel de Oscar als de Golden Globe voor Beste buitenlandse film. Sommige critici bombarderen Tornatore’s semi-autobiografisch portret zelfs tot het renaissance-icoon van de Italiaanse cinema. Nuovo Cinema Paradiso staat vandaag in elk geval geboekstaafd als een moderne klassieker, een positie die de film nooit had kunnen bekleden zonder de inbreng van producent Cristaldi, die Tornatore’s ruwe diamant tot een waardevol sieraad sleep.

Na de internationale doorbraak volgen Tornatore’s producties elkaar in de loop van de jaren negentig razendsnel op. In 1990 pakt de regisseur uit met Stanno tutti bene (Everybody's Fine), een charmant reisverhaal over een Siciliaanse spoorwerker op pensioen (Marcello Mastroianni) die op zoek gaat naar zijn kinderen. Het resultaat was een gedurfd drama, dat echter niet zonder meer op handgeklap werd onthaald. In 1994 gooit Tornatore het met Una pura formalità over een andere boeg. In zijn misdaadthriller verlaat hij de bedwelmende melancholie voor een krankzinnig surrealisme, en kiest met Gérard Depardieu en Roman Polanski resoluut voor een gespierde cast. De reacties waren verdeeld, maar op het filmfestival van Cannes werd Una pura formalità hoe dan ook door het meesterlijk geregisseerde Pulp Fiction overvleugeld.

In 1995 knoopt Tornatore met L’uomo delle stelle (The Star Maker) opnieuw aan met de poëzie en de verbeeldingskracht van zijn grote succeshit. De film werd bekroond met vijf Zilveren Linten en de Grote Speciale Juryprijs op het filmfestival van Venetië, maar zag de Oscar voor Beste buitenlandse film aan zijn neus voorbijgaan – die ging naar de Nederlands-Belgische coproductie Antonia. In 1998 volgt met La leggenda del pianista sull'oceano Tornatore’s eerste internationale productie, een muzikaal epos gebaseerd op Alessandro Baricco’s theatermonoloog Novecento. Het melodrama bundelt een strakke regie en een krachtige verhaallijn met een verbluffende cinematografie en schitterende acteerprestaties, met Tim Roth in de hoofdrol van Danny ‘1900’ Boodmann. In Malèna, tenslotte, brengt Tornatore in 2000 de kroniek van de beeldschone Malena Scordia (Monica Bellucci), en zoomt daarbij zowel in op haar fraai gemodelleerde benenstel als op de morele decadentie van de geile en jaloerse dorpsbewoners.

Stellen dat de carrière van Tornatore sinds zijn hoogtepunt met Nuovo Cinema Paradiso in vrije val is, zou een sterke overdrijving zijn. Toch kunnen we er niet omheen dat de Siciliaanse regisseur zijn grote succes nog niet kon evenaren, laat staan overstijgen. De duistere thriller La Sconosciuta (The Unknown Woman), momenteel bij ons de zalen, zal misschien duidelijk maken wat we in de toekomst nog van hem mogen verwachten. Met vijf David di Donatello Awards achter zijn naam, kunnen we de film op dit ogenblik alvast bezwaarlijk een mislukking noemen.

Waarin schuilt nu precies de waarde van de regisseur? Tornatore weeft als het ware een existentialistisch spinnenweb in de schemerzone tussen verbeelding en werkelijkheid, mythe en waarheid, kunst en realisme. In Nuovo Cinema Paradiso staat het oude cinemazaaltje symbool voor deze schemerzone, in La leggenda del pianista sull'oceano is dat een Engels pandjeshuis. Centraal in zijn werk staat het semi-autobiografische, de queeste naar het innerlijke zelf. Dat blijkt onder meer uit een cameo in Nuovo Cinema Paradiso, de steeds terugkerende invloed van vrouwen in zijn leven en werk, zijn onaflatende hang naar esthetica en spirituele bevrijding, het belang van de psychologische reis, en de nostalgie naar zijn jeugdjaren. Tornatore strooit met magische beelden, cultiveert zijn oedipale complexen en onderstreept de kracht van de verbeelding. Kortom: Tornatore brengt schaamteloze Siciliaanse cinema.