ELIZABETH: THE GOLDEN AGE

Actrice van goud

Universal Pictures International
Cate Blanchett kan haast alle rollen aan. In I'm Not There zette ze als vrouw de meest overtuigende Bob Dylan neer (ze werd zelfs ‘Bobette’ Blanchett gedoopt), terwijl ze in Martin Scorsese’s The Aviator op fantastische wijze gestalte wist te geven aan Katharine Hepburn. Maar Blanchett kan helaas geen wonderen verrichten. De opvolger van Elizabeth – de film die haar naar het sterrendom katapulteerde – is een flinterdun melodramatisch kostuumspektakel boordevol klatergoud, kitsch en vooral veel oogsnoep.

Elizabeth: The Golden Age vertelt (lees: schreeuwt) het verhaal van de bastaardkoningin Elizabeth die tussen 1533 en 1633 met een ijzeren greep en twee waterdicht gesloten benen over Engeland regeerde. De film brengt het relaas van een vrouw – met een wit gepoederd gezicht waar zelfs Michael Jackson jaloers op zou zijn – die enkel soelaas in haar leven vond door het Spaanse Rijk te gronde te richten.

De film begint in 1585. Elizabeth (Cate Blanchett) zit nog altijd op de troon, en is nog steeds verwikkeld in een partijtje internationaal armworstelen met de Spaanse koning Filips II (Jordi Mollà), die het protestantse Engeland koste wat het kost aan zijn katholieke gezag wil onderwerpen. Terwijl Elizabeth met veel moeite haar land regeert, probeert koninklijk adviseur Francis Walsingham (Geoffrey Rush) de koningin tegen allerlei gevaren en risico’s te beschermen. Tussen de vele intriges en spionagenetten door ontdekt Walsingham een moordcomplot tegen Elizabeth, beraamd door haar katholieke en in ballingschap levende nicht Mary Stuart (Samantha Morton). Mary, beter bekend als Mary Queen of Scots, gelooft namelijk dat zij, en niet Elizabeth, de rechtmatige koningin van Engeland is. Walsingham gaat zo fel tekeer tegen Stuart, dat hij het sterk katholieke Spanje een mooi excuus geeft om met een niets of niemand ontziende armada de aanval op Engeland te openen.

De drukte en de spanning van de troon staan in schril contrast met het droge en zielloze persoonlijk leven van Elizabeth. Een opvolger die haar meer zekerheid over het Engelse leiderschap kan geven heeft ze niet, en ’s avonds kruipt de koningin helemaal alleen in bed. Het gevolg is een aanschuivende stoet van mannelijke kandidaten die Elizabeth willen bekoren, en haar met geschenken en complimenten willen overladen. Maar telkens worden ze enkel op saaie en onverschillige blikken onthaald. En toch is er iemand die Elizabeths hart sneller kan doen slaan: de knappe avonturier Walter Raleigh (Clive Owen), die net teruggekeerd is van de Nieuwe Wereld met een schip vol aardappelen, tabak en enkele indianen.

Helaas voor Elizabeth is hij niet geschikt voor de troon en moet ze haar gevoelens voor hem verbergen. Toch zet ze hem in de wachtzaal door haar meest loyale hofdame Bess (Abbie Cornish) voor hem te laten ‘zorgen’. De optelsom van de seks, het botsen van religies, de politieke intriges en complotten en de historische achtergrond levert genoeg materiaal op om minstens tien films mee te vullen. Elizabeth: The Golden Age heeft op papier alles om voor een sterke film en een betoverende avond cinema te zorgen. Maar ergens is er iets vreselijk misgegaan.

Shekhar Kapur, de regisseur die zeven jaar geleden Bombay inruilde voor ‘bombastisch’ en ook al tekende voor Elizabeth, lijdt blijkbaar aan een rusteloos camerasyndroom. De shots zijn zo nerveus en misplaatst, dat het wel lijkt of de regisseur zijn materiaal niet vertrouwde. En waarom zou hij ook? Het echte verhaal van 400 jaar geleden is natuurlijk maar half zo spectaculair. Het speelt zich af in donkere kastelen, met veel handels- en oorlogsverdragen en een hoop geopolitieke feiten. Dat interesseert de scenaristen Michael Hirst en William Nicholson natuurlijk helemaal niet, want dat wil haast niemand zien. En dus zoomen ze in op de relatie tussen Elizabeth en Raleigh, in realiteit niet meer dan een doordeweekse flirt. Blanchett en Owen proberen er iets uit te halen zonder er echt in te geloven. Zij is afwisselend superverlegen en hyperseksueel, hij is bot en mist elke vorm van romantische versierkunsten.

Maar het wordt erger, veel erger zelfs. Tegen de achtergrond van een compleet computergemaakte Spaanse armada aan de horizon, hijst Elizabeth zich zowaar in een Jeanne d’Arc-harnas, springt op haar paard, begint te zwaaien met een veel te groot zwaard, en krijgt het lumineuze idee om naar haar troepen te rijden en hen eraan te herinneren waarom ze nu ook weer zullen vechten. Cinematografisch lijkt het een ideaal moment om de kijker kippenvel te bezorgen, maar Kapur slaagt erin om deze fictieve scène zodanig te verneuken dat je haast plaatsvervangende schaamte krijgt.

De daaropvolgende zeeslag is zowaar nóg erger. Daarin gaat Walter Raleigh, die in de reële gevechten in de verste verte niet te bespeuren viel, als een eenmansleger tekeer tegen de Spaanse armada: als een volleerde Jack Sparrow huppelt hij in een zwaar computer gerenderde omgeving van schip naar schip. Elizabeth zelf viert haar overwinning op de Spanjaarden door in een wit slaapkleed over een groene klif te rennen. Met de zee in de verte en de samenpakkende wolken boven haar lijkt ze wel uit een Annie Lennox-clip ontsnapt.

Elizabeth: The Golden Age faalt haast op elk niveau: als een drama, als een geschiedenisles, en als een kans om van de geweldige actrice Cate Blanchett te genieten. Sir Walsingham en Mary Stuart zijn belangrijke historische figuren waarover weinig geweten is, en waar je als regisseur dus veel meer zou moeten mee doen. Hier zijn ze echter gedoemd tot een rol in de schaduw van de gruwelijke CGI. Het resultaat is een mislukt maniëristisch niemandsdalletje, dat zich wentelt in brokaat, goud en vooral kostuums. Helaas is de perfectie waarmee de gewaden zijn nagemaakt een eigenschap die niet van toepassing is op de film.


Titel: Elizabeth: The Golden Age
Genre: Historisch drama
Speelduur: 114 min
Regisseur: Shekhar Kapur
Acteurs: Cate Blanchett, Clive Owen, Geoffrey Rush, Jordi Mollà, Samantha Morton, Abbie Cornish