THERE WILL BE BLOOD

Olie boren als milkshake drinken

Paramount Vantage
“Ladies and gentlemen, if I say I’m an oil man, you will agree”. Wat Daniel Plainview over zichzelf verkondigt, is maar zelden de waarheid. Hij is niet billijk of oprecht, en ook geen familiemens. Wat hem echt kenmerkt, is egoïsme, opportunisme en instrumentalisme. Zijn hele denken en doen is afgestemd op een rooftocht naar geld en macht. Homo homini lupus est. Maar niemand zal ontkennen dat hij een man van de olie is.

Net zoals het minutenlange kraanshot in Boogie Nights uit 1997, is het begin van There Will Be Blood – Paul Thomas Andersons vijfde film – er één om voor te buigen. Met een benauwende nabijheid registreert de camera de handelingen van Daniel Plainview (Daniel Day-Lewis), die in een diepe spelonk zit te wroeten. Het zweet vloeit met plassen uit zijn nek, zijn hele lichaam is bestoft en zwart. Het leven van de man loopt duidelijk niet van een leien dakje. Pas na een dik kwartier, als hij wat zilver heeft gevonden en het verkocht krijgt, valt het eerste woord.

De setting van There Will Be Blood is het Californië van de eind negentiende, begin twintigste eeuw. Daniel Plainview is intussen eigenaar geworden van enkele oliebronnen in Coyote Hills. Op een dag komt Paul Sunday (Paul Dano), een breekbaar jongetje, zijn kantoor binnengewandeld. Paul beweert dat de grond waarop de ranch van zijn familie is gelegen net geen olie kotst, en smeekt dat iemand die zou opboren. Plainview is sceptisch, maar snuift in gedachten al de geur van het geld op. Hij laat zijn twijfels voor wat ze zijn, en samen met zijn zoon annex zakenpartner H.W. reist hij naar het West-Amerikaanse stadje Little Boston.

De woorden van het jongeje blijken geen leugen. Vader Abel Sunday (David Willis), die zijn gezin met harde hand regeert, zwicht meteen voor Plainviews voorstel en geeft hem zijn grond in pacht. In ruil voor hun stilzwijgende medewerking belooft Plainview de andere gemeenschapsleden enkele ditjes en datjes, zoals brood en graan. Enkel Eli Sunday (ook gespeeld door Paul Dano), de jongste zoon van de familie en een waanzinnig devote evangelist die zo uit Jesus Camp lijkt weggeplukt, heeft zo zijn bedenkingen. Hij herinnert Plainview voortdurend aan zijn beloftes en katapulteert zichzelf al snel tot diens vleesgeworden duivel. De rivaliteit tussen beiden neemt grote proporties aan. Wanneer H.W. bij een gasexplosie dan nog eens aan beide oren doof wordt, lijkt Dante’s inferno helemaal begonnen.

Paul Thomas Anderson had wel even tijd en is naast de regisseur ook de scenarioschrijver van There Will Be Blood. Voor het script liet hij zich losjes inspireren door Oil!, een boek van de Amerikaanse schrijver Upton Sinclair uit 1927. Het scenario is een thematische bom waarin zowel oliewinning, dubbelzinnige familiebanden als geflipte religiebeleving aan bod komen. Maar bovenal staan hebzucht en de gevolgen ervan centraal. Al in de Griekse Oudheid, met Socrates die zich in vodden tooide, werd er gewaarschuwd voor de verderfelijke invloed die materiële hebzucht in zich meedraagt. Van de vele films die hier thematisch op gestoeld zijn, moet Orson Welles’ Citizen Kane nog altijd zowat de meest invloedrijke zijn. Charles Foster Kane kon zich gaandeweg zoals Oom Dagobert een zwembad vol gouden munten laten bouwen, maar van het ware geluk had hij niet de minste notie meer. Vooral tijdens wat de epiloog van Anderson’s film lijkt, dient de parallel met Kane’s Xanadu zich onvermijdelijk aan.

De bijdrage van Daniel Day-Lewis verdient eigenlijk een afzonderlijk artikel. De acteur speelt de rol van Daniel Plainview niet, hij ís Plainview. Volgens sommige gerespecteerde filmcritici – zoals Manohla Dargis van The New York Times – levert hij één van de beste vertolkingen die ze ooit hebben gezien. In een tijdsperiode die van de eerste lezing tot de laatst geschoten scène zowat twee jaar omspande, maakte Day-Lewis van een naam op papier een personage dat niet completer en volmaakter kon zijn. Zo oefende hij met een taperecorder in zijn broekzak op een diepere stem en ontwikkelde hij een klein ticje binnensmonds alsof hij iets herkauwt. De term ‘method acting’ wordt te pas en te onpas uit de kast gehaald, maar hier is die zeker meer dan goed geplaatst.

Ook de manier waarop Paul Dano zowel Eli als Paul Sunday incarneert is uitzonderlijk knap. Het moet voor hem vreemd en demotiverend werken dat hij het publiek van zijn kunnen weet te overtuigen, terwijl hij nog steeds naar een diploma drama hengelt. Want ook met zijn rol als de zwijgzame Nietzsche-adept Dwayne in Little Miss Sunshine oogstte Dano eerder al positieve kritieken. Van alle verhoudingen in de film is het voornamelijk die tussen Plainview en Eli Sunday die meesterlijk evolueert en het niveau van de film naar een opmerkelijke hoogte tilt. De allerlaatste scène, waarin Plainview Eli uitlegt waarom olie boren zoals milkshake drinken is, zal zelfs bij de allergrootste hedendaagse regisseurs grote ogen doen opentrekken.

There Will Be Blood boogt daarnaast niet alleen op een prachtige fotografie, bovendien lijkt het alweer een tijdje geleden dat iemand de klankband nog zo’n grote eer aandeed. Geluidsingenieur John Pritchett werd indertijd door Robert Altman ontdekt, en toonde zich met Magnolia, en zeker nu met There Will Be Blood, als een eerste onder gelijken. Zelfs het minste geritsel op de achtergrond is perfect en zuiver hoorbaar. Daarnaast danst de film ook bijna voortdurend op de nu eens psychedelische en dan weer wondermooi eenvoudige soundtrack van Radiohead-lid Jonny Greenwood. Als namen niet altijd proefhoudende referenties blijken, dan is dat zeker zijn fout niet.

In de tien jaar tussen zijn debuutfilm Hard Eight en vandaag heeft Paul Thomas Anderson zichzelf volledig geherdefinieerd en opnieuw uitgevonden. Het getuigt van veel bravoure dat hij zo sterk tussen genres durft te switchen, veel meer dan zijn tijd- en soms ook stijlgenoot Quentin Tarantino al heeft gedaan. En hoe hard There Will Be Blood ook mag aankomen, nog steeds vindt Anderson de ruimte om (bij tijden onnavolgbare) humor in het verhaal te stoppen. Volgens de National Society of Film Critics is deze film de beste van 2007. Dat de jongens alweer vergeten zijn te bellen voor permissie, is hen bij deze vergeven. Ook wij vinden dit cinema van de plank boven de bovenste.


Titel: There Will Be Blood
Genre: Drama
Speelduur: 2u38
Regisseur: Paul Thomas Anderson
Acteurs: Daniel Day-Lewis, Paul Dano, Kevin J. O'Connor, Ciarán Hinds, Dillon Freasier