Vitus is een Chopin in wording, speelt piano alsof God zijn handen bedient, en ook zijn bovenkamer beschikt over ‘de betere inrichting’. Maar in plaats van de pianotoetsen te beroeren, wil Vitus liever met vliegtuigjes spelen en droomt hij ervan om piloot te worden. Zijn grootvader (Bruno Ganz) steunt hem hierin, in tegenstelling tot zijn ouders, van wie hij enkel moet optreden op feestjes en uitblinken op school. Niet zo moeilijk: Vitus heeft een IQ van 180, en waar zijn klasgenootjes naïeve en schattige versjes en rijmpjes opzeggen, komt hij voor de klas staan met een angstaanjagend relaas over de opwarming van de aarde.
Nodeloos te zeggen dat Vitus’ wereld overhoop ligt, maar toch tot in de kleinste details geregeld wordt door zijn ouders. Glas en spiegels reflecteren hoe anderen hem zien, hoe hij zichzelf ziet en wie hij misschien gaat worden. Zijn ouders leven in een gigantisch appartement met dito ruiten, waardoor je reusachtige hijskranen ziet die bezig zijn met bouwen en renoveren. Ze staan symbool voor het leven, dat continu veranderingen ondergaat, en waarbij alles met vallen en opstaan gebeurt.
Gaandeweg zien we Vitus ouder worden. Hij gaat van 6 jaar naar 12 jaar oud, en wordt daarin respectievelijk vertolkt door Fabrizio Borsani en Teo Gheorghiu, in het echte leven ook pianovirtuozen. Naarmate zijn leeftijd vordert, wordt hij ook meer en meer onhandelbaar. Zo maakt hij geregeld zijn leerkrachten belachelijk omdat hij slimmer is dan hen.
Vitus’ moeder, de Engelse Helen (Julika Jenkins), is zich bewust van de evolutie die haar kind doormaakt, maar ondanks alles blijft ze zielsveel van hem houden. Ze weet dat hij zijn leven saai vindt, en dat hij nauwelijks cognitieve uitdagingen heeft. Op zijn twaalfde denkt Vitus immers al op een universitair niveau. Toch weigert zijn moeder hem naar een speciale school te sturen.
Vitus verzeilt intussen in die rare periode die we allemaal doormaakten. Ergens tussen de kindertijd en de volwassenheid, met een identiteit die verre van compleet is, moet Vitus, een hoogbegaafde twaalfjarige, keuzes maken over zijn toekomst. Wat wil hij later worden? Pianist? Architect? Piloot? Slager?
De transformaties die Vitus doormaakt in zijn leven en zijn verlangen om normaal te zijn hadden een interessante prent kunnen opleveren. Dat klopt voor ongeveer de helft van de film. Daarna krijgen we een iets artistiekere versie van Ferris Bueller's Day Off. Dat heeft veel te maken met het scenario, maar ook met de acteurs. Door zijn stuntelig en vooral schattig voorkomen slaagt Fabrizio Borsani erin om de zesjarige Vitus met verve te vertolken. Teo Gheorghiu, de twaalfjarige versie van Vitus, belichaamt die eigenschappen een flink stuk minder. Waar je Vitus aanvankelijk geweldig sympathiek vindt en zijn pleidooi voor een normaal leven perfect kunt begrijpen, ga je hem op twaalfjarige leeftijd als arrogant en eigenwijs ervaren, en ga je haast wensen dat hij niet normaal wordt maar gewoon weggaat. Enkel Bruno Ganz, hoe kan het ook anders, torent mijlenver boven de rest uit.
En ja, Hollywood krijgt natuurlijk een ‘happy end’. Vitus wordt inderdaad conformistischer, en voor sommigen misschien zelfs iets té normaal. De film eindigt op een pianoconcerto van Schumann én met een triomfantelijke noot. Maar vergeet dit keer om te applaudisseren, het is immers nergens voor nodig.
Ergens in de film vraagt Bruno Ganz aan Vitus, die in de film zijn kleinkind speelt: “Wil je zo normaal zijn als ik?”. “Neen opa”, zegt Vitus, “liefst iets normaler”. Toch weer slim van Vitus. Opa was immers Hitler in Der Untergang.
Titel: Vitus
Genre: Muzikaal drama
Speelduur: 123 min
Regisseur: Fredi M. Murer
Acteurs: Bruno Ganz, Fabrizio Borsani, Teo Gheorghiu, Julika Jenkins