OFFSCREEN FILMFESTIVAL 2008: FREAKSHOW FRIDAY

Freaks van Anime tot Z-film

MGM
Afgelopen vrijdag trok het Offscreen Filmfestival zijn slotweekend op gang met Freakshow Friday, een avondvullend programma rond freaks, sideshows en het circusleven. Op het menu: een stevig kortfilmaperitief, een rauwe Japanse hoofdschotel, en een opgeklopt Taiwanees dessert. Tussendoor serveerde de Gentse vzw cirQ pittige hapjes.

LEES OOK:
GRENZELOZE CINEMA IN DE NAVEL VAN DE DROOM | MORELE ECLIPS DOOR EEN ZONNEBRIL

Na de ontsluiering van het prangende enigma rond “de vrouw met de baard” wordt de avond ingezet met Freak Show Flickers, een kleurrijke compilatie kortfilms rond freaks en de pretparkcultuur. De Amerikaanse cultkenner en essayist Jack Stevenson tekende samen met Stef Lernous (van het theatercollectief Abattoir Fermé) verantwoordelijk voor de samenstelling van het programma.

Het vijfluik opent met een reeks aan elkaar geplakte scènes uit Freaks (1932) van Tod Browning. Op zijn minst een bedenkelijke keuze. In de veredelde trailer zijn de spiraal van morele decadentie, de dynamiek van macht versus onmacht en het tegenculturele statement uit het origineel immers weggevlakt. En laat een dergelijke ongenuanceerde decontextualisering nu precies de doffe klank zijn waarmee in de jaren dertig de doodsklokken over Brownings carrière werden geluid. In de lowbudgetdocumentaire O Dreamland (1953) neemt Lindsay Anderson (This Sporting Life) ons mee naar een pretpark in het Britse graafschap Kent, waar de glitter en de schreeuwerige attracties symbool staan voor de oppervlakkigheid van ons bestaan. Een metafoor die onderstreept wordt door de impressionistische cameravoering en de afstandelijke geluidsopnames.

Na Tom Palazzolo’s Tattooed Lady of Riverview (1967) – over een circusdame die zich van haar baard ontdoet om vervolgens haar hele lichaam te laten tatoeëren – krijgen we A Day in the Life of Bonnie Consolo (1975) voorgeschoteld, een indringend portret over het dagelijkse leven van een vrouw zonder armen. Autorijden, winkelen, groenten snijden, brooddeeg kneden of schmink aanbrengen? Geen probleem: Bonnie doet alles met haar voeten. Deze eigenzinnige documentaire, die in 1976 een Oscarnominatie voor Beste Kortfilm in de wacht sleepte, is een ode aan de wilskracht en de zelfredzaamheid. Ook een ‘gezonde’ portie subversiviteit kon uiteraard niet ontbreken. Of wat dacht u van Siamese Twin Pinheads (1972) van Curt McDowell – regisseur van andere kortfilms met weinig aan de verbeelding overlatende titels als Stinkybutt en I Suck Your Flesh –, waarin twee Siamese tweelingbroers elkaar met de hand bevredigen terwijl ze nonsens uitkramen.

De middellange Japanse splatter-anime Midori slaat de brug tussen de kortfilmselectie en de langspeelfilm. Volledig in de geest van regisseur Hiroshi Harada, die de première van zijn film (1992) zelf in een heuse freakshow met podiumrook hulde, koos Offscreen voor een vertoning in theatrale context. Midori vertelt het verhaal van een twaalfjarig weesmeisje dat in het Tokio van de jaren vijftig onderdak vindt bij Mr. Arashi, de manager van een rondtrekkend freakcircus. Ze valt er ten prooi aan seksuele uitbuiting en brutaal geweld, tot een dwerg met hypnotiserende krachten, Mr. Masamitsu, haar uit de klauwen van de freaks komt bevrijden.

Midori is gebaseerd op de manga Shôjo Tsubaki (Mr. Arashi’s Amazing Freak Show) van de Japanse schilder-illustrator Suehiro Maruo, alias de koning van de ‘ero-guro’ – i.e. een grafische kunstvorm die extreem geweld met erotiek versmelt. Dat de ongecensureerde versie van de film nog altijd verboden is in Japan, heeft zeker bijgedragen tot de cultstatus die de prent intussen heeft verworven. Maar het grof taalgebruik, de flitsende en overdreven gewelddadige scènes (uit elkaar spattende lichamen, platgetrappelde puppy’s, insecten die het lichaam binnendringen, expliciete orale seks), en vooral het feit dat Harada net iets te hard tegen de schenen van het establishment wil schoppen, maken van Midori een rauw en moeilijk verteerbaar kijkstuk.

In het kungfu-curiosum The Crippled Masters, ten slotte, gaan we mee op wraakexpeditie met de armloze Lee Ho en zijn beenloze kompaan Tang. Na de obligate trainingssessies bij een willekeurig uit dozen opduikende mysterieuze grijsaard, nemen de kreupelen het in een ultiem duel op tegen de man die hen verminkte, een meedogenloze tiran met een metalen bochel en een litteken onder het linkeroog. Maar niet voordat ze zijn handlangers Black en White vakkundig (Ho gebuikt twee tenen) de nek hebben omgedraaid, en de bendeleider zijn Acht Jaden Paarden – een schat die geheime kungfu-technieken bevat – hebben ontfutseld.

Hersenloze chopsocky in de rijstvelden? Het klinkt ons bekend in de oren. Net zoals Revenge of the Shogun Women is The Crippled Masters een toonvoorbeeld van hoe je een slecht geschreven en voorspelbaar scenario met lachwekkende actiescènes lardeert. En net zoals het 3D-geweld in Shogun Women, werkt het ‘kungfu voor gehandicapten’ hier als gimmick. Maar geen zinnig mens die het negentig minuten volhoudt om naar een slecht gedubde, abominabel geacteerde en met videospelletjesgeluiden opgesmukte Z-film te kijken. Al bij al een vrij ontgoochelend sluitstuk op een afwisselend boeiend en teleurstellend avondprogramma.

Het Bataclan-project van de vzw cirQ was dan ook meer dan welkom. Tussen de filmvoorstellingen door bracht het Gentse collectief “cultuur met de kromste c” in de vorm van randanimatie: Slakkenman organiseerde escargotraces op een ronde houten plank, John Massis-kloon Mr. Grégoire etaleerde zijn spierbundels aan de nieuwsgierige passant, Yvie Zonder speelde piano en mondharmonica zonder handen, en de bibliofiele Sovjet-danser Peter Arthur Caessens gaf op het podium een aantal hoogst eigenzinnige Slavische danspasjes ten beste.


De eerste editie van het Offscreen Film Festival loopt van 21 februari t.e.m. 9 maart in Cinema Nova en het Filmmuseum in Brussel. De retrospectieve rond Tod Browning loopt door tot en met 14 maart. Voor meer informatie kan u terecht op www.offscreen.be