Wie graag meepraat over jonge, beloftevolle horrorregisseurs kan maar beter op cursus Spaans. Het nieuwe godenkind heet Juan Antonio Bayona, al moet je de affiche van El Orfanato wel met een vergrootglas te lijf gaan om dat te ontdekken. In grote, vette letters prijkt daarop de naam van Guillermo del Toro. De Mexicaan produceerde de film en dat laat zich gelden. El Orfanato balanceert al even wonderlijk op de grens van realiteit en verbeelding als het bejubelde El Laberinto del Fauno.
Van faunen of elfen is in El Orfanato geen sprake. De hoofdrollen zijn weggelegd voor mensen van vlees en bloed. Laura (Belén Rueda) keert samen met haar man Carlos (Fernando Cayo) terug naar het weeshuis waar ze als kind verbleef. Ze wil het majestueuze gebouw aan de rand van de zee opknappen en inrichten als een tehuis voor gehandicapte en zieke kinderen. In afwachting van de nieuwe bezoekers, vermaakt het zevenjarige zoontje Simon zich met onzichtbare vriendjes. Hij tekent vreemde mannetjes, waaronder eentje met een jutezak over het hoofd. Dan verdwijnt hij spoorloos. Voor de ontroostbare moeder stort een droom in elkaar, maar ze wil zelfs maanden later niet aanvaarden dat hij dood is.
Afgaande op de trailer en bovenstaande premisse verwacht je als kijker een bovennatuurlijk spookverhaal. Het grote huis met zijn ontelbare gangen en krakende deuren, omineuze scènes met maskers, een medium dat op zoek gaat naar Simon en enkele perfect afgemeten schokscènes bevestigen in eerste instantie dat vermoeden. Maar er is meer aan de hand. Geheimen uit het verleden worden zichtbaar als een vervelende vochtplek op een muur. Meer nog dan een spannende thriller openbaart El Orfanato zich als een ijzersterk psychologisch familiedrama over een reddeloze moeder. En dus ga je je als kijker afvragen of wat Laura ziet en meemaakt wel écht is.
Als regisseur heeft Bayona allerminst haast. Zijn beeldvoering is heerlijk klassiek. De camera is een rustige observator. Snelle, hippe muziek moet plaatsmaken voor een krakende plaat op een ouderwetse grammofoon met hoorn. De rust en kalmte die de film uitstraalt is bedrieglijk. Net als je je als toeschouwer op je gemak voelt, mept Bayona keihard in je gezicht. Niet tien of twintig keer, maar twee of drie keer. Hoe minder je uithaalt, hoe groter het effect. Eén bepaalde scène is zo onverwacht dat we gerust van het schrikmoment van het jaar mogen spreken.
Op geen enkel moment geeft de jonge regisseur de indruk zijn zelfbeheersing te verliezen. Zoveel rust en kalmte is bewonderenswaardig. Hij laat zich door niets of niemand opjagen en weet perfect waar hij met zijn film naartoe wil. Zelfs het optreden van een politiepsychologe of een helderziende komt perfect geloofwaardig over. De seance die het medium Aurora (Geraldine Chaplin) in het knarsende huis houdt, is niet alleen ongemeen spannend, maar legt ook een behendige knoop tussen de draden van heden en verleden.
Vermeende spookfilms (zie ook The Others van Alejandro Amenábar) kunnen op het einde niet zonder de traditionele twist. Die zit ook in El Orfanato, maar Bayona opent het geheime doosje maar stukje bij beetje zodat de inhoud uiteindelijk aanvaardbaar is. De bijna perfecte film is even onheilspellend als een plots opwaaiend plastic zakje bij windstilte. Je verwacht het niet, en precies daarin schuilt de kracht van het beeld.
Titel: El Orfanato
Genre: Thriller
Speelduur: 1u40
Regisseur: Juan Antonio Bayona
Acteurs: Belen Rueda, Geraldine Chaplin, Mabel Rivera, Andrés Gertrudix, Fernando Cayo, Roger Príncep en Alejandro Campos