ZOMERHITTE

Een film van eb en vloed

Independent
Met Zomerhitte sluit Monique van de Ven de cirkel die ze 35 jaar geleden zelf opende. Toen ging ze in Turks Fruit met billen en borsten bloot. Anno 2008 staat ze zelf als regisseuse achter de camera voor Wolkers' laatste novelle. De nieuwe Olga heet Kathleen. De nieuwe van de Ven is Sophie Hilbrand.

2008 is 1973 niet. Zoveel jaar later is het literaire, filmische en maatschappelijke landschap grondig veranderd. Wolkers' directe, haast dierlijke schrijfstijl en zijn onverbloemde seksscènes choqueren niet echt meer. Nochtans deed hij op bejaarde leeftijd nog één keertje zijn best toen hem in 2005 – na een retraite van meer dan tien jaar – gevraagd werd het boekenweekgeschenk te schrijven. De boekrecensies waren maar lauwtjes. Achteraf bekeken werd Zomerhitte Wolkers' literair testament: de schrijver/schilder/beeldhouwer stierf in oktober 2007, een week voor zijn 82ste verjaardag, in zijn slaap op zijn geliefde Texel.

Zomerhitte mag dan wel niet tot Wolkers' allerbeste werk behoren, er zijn beroerdere boeken om de eeuwigheid mee in te gaan. Het flinterdunne verhaal over een fotograaf die tijdens een broeierige zomer verliefd wordt op een ravissant barmeisje en zich daarmee tot over de oren in de problemen werkt, leest als een sneltrein. Interessanter dan het getrekkebek van de twee amants bleken de conversaties tussen een natuurfotograaf en een Italiaanse kunstkenner over kunst, liefde, leven en dood. Voor wie geen zin heeft Wolkers' oeuvre helemaal te lezen, is Zomerhitte een toegankelijke resumé.

De novelle is onlangs door De Bezige Bij opnieuw uitgegeven in een eersterangs filmeditie met harde kaft en kleurrijke filmfoto's. Op de cover prijkt een stralende Sophie Hilbrand die door de lens getrokken wordt door Waldemar Torenstra. De keuze van de foto is uitstekend, want het duo vormt het kloppende hart van de film. Als een ongrijpbaar mythologisch wezen komt Hilbrands personage Kathleen op een zinderende zomerochtend poedelnaakt uit zee gezweefd. Fotograaf Bob ligt toevallig in de bosjes van het naaktstrand foto's te nemen voor National Geographic. Het beeldschone lichaam van deze Venus interesseert hem meer dan de morieltjes die hij wil fotograferen. Kathleen is een vrijgevochten, onafhankelijke, complexloze vrouw, wiens duistere kantjes haar alleen maar aantrekkelijker maken. Als ze opduikt, fladdert ze als een fascinerende femme fatale rond Bob. Als dienster in een café danst ze naar de pijpen van een oude man die vermoedelijk connecties heeft in het drugsmilieu.

Omdat het oorspronkelijke boek een korte sprint is, moesten scenarist Edwin de Vries en regisseuse Monique van de Ven het verhaal uitdiepen en uitbreiden. De ene keuze is beter dan de andere. Door de film te laten beginnen met een proloog zadelen ze hun hoofdpersonage op met een schuldgevoel dat verderop in de film fotograaf Bob wat meer diepgang geeft. Omdat hij in Afghanistan door zijn toedoen zijn liefje bij een terroristische aanslag verloren heeft, krijgt zijn passionele relatie met Kathleen een extra dimensie. Het maakt hem complexer, gelaagder en dus interessanter dan de verteller uit het boek.

Anderzijds werd ook het misdaadverhaal uitgebreid. Dat pakt minder goed uit. Het zeulen met sporttassen vol cocaïne, dure feestjes op een luxeschip, gegoochel met revolvers en wilde achtervolgingen passen niet in de smoorhete Waddeneilandsfeer. De codex is on-Wolkeriaans en had niet gemoeten. Zulke toegevingen doen vermoeden dat van de Ven teveel een film wilde maken voor het grote publiek. Erg vreemd is dat de dialogen soms onnatuurlijk houterig klinken. Daar had Edwin de Vries gerust nog een keertje met de heggenschaar doorheen mogen gaan.

De twee sterren van de film zijn Waldemar Torenstra en Sophie Hilbrand. Als een sterke magneet trekken ze de camera naar zich toe. Met hen in beeld schiet de temperatuur op Texel vanzelf nog een paar graadjes de hoogte in. Hun naturel en flair steken schril af tegen de cartooneske boeven die een drugsplan beramen. Jammer voor hem, maar Cees Geel speelt de lange alsof hij in een slechte aflevering van Suske en Wiske beland is. Jeroen Willems is dan weer uitstekend gecast als de enigmatische Federico Federici, die in vergelijking met het boek een iets andere (helaas luchtigere) invulling krijgt.

Vijfendertig jaar geleden zorgde Turks Fruit voor de nodige controverse door de rauwe, expliciete blootscènes. In haar verfilming van Zomerhitte schaafde van de Ven de scherpe randjes uit het boek glad. Er is genoeg naakt en de no nonsense, frontale masturbatiescène van Sophie Hilbrand wordt een klassieker, maar al bij al blijft het braafjes. De gratuite geilheid is grotendeels vervangen door eerzame erotiek. De zinnelijkheid van sappige oesters pakt sowieso beter op papier dan op pelicule.

De beeldenpracht van Zomerhitte is zo perfect van compositie en kleur dat je onwillekeurig opkijkt of je in de verte niet de schim van Kandinsky ziet weg schuifelen – de openingszin uit Wolkers' boek doet de visuele flair van de film alle eer aan. De wulpse kleuren van zee, strand en duin vormen een zinnenprikkelende postkaart van Texel. In dat sensuele landschap ontrolt zich een film vol zon en bewolking, vol eb en vloed: de ene keer overrompelend mooi, de andere keer ondermaats zwak.

Regisseuse Monique van de Ven droeg Zomerhitte op aan Jan Wolkers. De Nederlandse reus – zilvergrijze haren strak in de Noord-Hollandse wind - was nog in leven toen er gefilmd werd en toonde zich opgetogen over de rushes en dailies die hij te zien kreeg. Of hij over het eindresultaat ook zo tevreden zou geweest zijn, is minder zeker. Zomerhitte is dan ook maar voor de helft geslaagd: de helft waarin de ontucht als een gloedvol vuur doorheen de tomeloze nacht knettert.


Titel: Zomerhitte
Genre: Drama
Speelduur: 1u36
Regisseur: Monique van de Ven
Acteurs: Waldemar Torenstra, Sophie Hilbrand, Jeroen Willems, Johan Leysen en Cees Geel