26ste BRUSSELS INTERNATIONAAL FESTIVAL VAN DE FANTASTISCHE FILM

De gasten: Lost in Translation

Steve De Roover Steve De Roover Steve De Roover Steve De Roover Steve De Roover Steve De Roover
Hoewel er met Brett Leonard, Joon Ho-Bong, Umberto Lenzi en Lisa Marie enkele interessante gasten op de affiche stonden, was het begrip ‘lost in translation’ niet uit de lucht tijdens de Q&A-sessie op het 26ste Brusselse Internationaal Festival van de Fantastische Film.

De organisatie liet de gasten, waaronder ook Franse actrice Catherine Wilkening en Belgisch auteur Thomas Gunzig, eerst zichzelf introduceren en polste daarna bij elk van hen naar een pittige reactie over het beruchte BIFFF. De microfoon kwam als eerste terecht bij juryvoorzitter Umberto Lenzi, die op een bijna aandoenlijke manier iedereen bedankte dat hij aanwezig mocht zijn op het letterlijk fantastische Brusselse filmfestival. De beruchte Italiaanse cineast bezong ook lof voor het prachtige Brussel. Even wilde de bejaarde filmmaker het heft in eigen handen nemen. Hij nodigde het publiek uit om vragen te stellen, want hij wilde die maar al te graag beantwoorden - zolang het maar niet over kannibalenfilms zou gaan. Vreemd dat Lenzi net die films lijkt te verloochenen die hem groot, beroemd en uiteraard ook wat berucht hebben gemaakt. De cineast haalde snel aan dat hij veel meer gesteld is op zijn giallo’s (stijlvolle Italiaanse horrorthrillers) en zijn bikkelharde politiefilms, de zogenaamde polars.

Wanneer Umberto Lenzi eindelijk de microfoon uit handen geeft, krijgt de sympathieke Brett Leonard de kans om het festival te prijzen, benadrukt Catherine Wilkening de toffe sfeer (“People shouting at the screen!”) en laat Thomas Gunzig vallen dat een filmfestival toch wat anders is dan de gemiddelde boekpremière. De Amerikaanse bijrolactrice Lisa Marie leek op haar beurt niet goed te weten waar ze zat, want ze viel compleet uit de lucht met een verdwaasde ‘What can I do for you?’ wanneer de interviewer haar aansprak. Gelukkig herpakte Marie zich bij de vraag wat voor haar echte horror was, want met toch al een tikje meer enthousiasme repliceerde de graatmagere actrice dat ze meer te vinden was voor de horrorfilms uit de jaren 70 en dan voornamelijk Brian De Palma’s Carrie, die ze vermelde als haar favoriete ‘scary movie of all time’. Een goede keuze, Lisa!

Interessanter werd het toen men op het punt kwam van de hedendaagse belabberde staat van de Amerikaanse film. Hoewel Brett Leonard en een wederom weinig toevoegende Lisa Marie hoopvol zijn voor de toekomst – kwam het meest rake antwoord van oude knar Umberto Lenzi. De horrorcineast duidde aan dat men voor originaliteit en gedurfde cinema in de Aziatische landen moet zijn, omdat men daar in een periode is aanbeland waar de Italiaanse cinema zich in de jaren zestig en zeventig bevond (namelijk dat alles kan en alles mag). Joon Ho-Bong beaamde dat knikkend, terwijl Lisa Marie haar verveling - ofte de innerlijke vraag “What the hell am I doing here?” moeilijker kon onderdrukken.

Terwijl het in grote getallen opgedaagde publiek de Koreaanse regisseur Bong bestookte met allerhande vragen over The Host – en het antwoord meestal compleet verloren ging in de gammele vertaling (van Engels, naar Koreaans en voor het publiek alleen vertaald in het Frans), werd Lisa Marie weggeroepen voor ‘andere verplichtingen’. Er werd beloofd dat de komende dagen Lisa Marie beschikbaar zou zijn voor handtekeningen en foto’s, maar een deel hardnekkige en ongeduldige fans leek daar niet direct oren naar te hebben en dook bijna letterlijk als een zwerm vliegen op een drol op haar voor een krabbel op diverse Tim Burton memorabilia. Terwijl fototoestellen flitsten tegen het tempo van een machinegeweer, en enkele gelukkigen toch een handtekening wisten te bemachtigen, werd Marie zonder pardon weggeleid door enkele assistentes.

In de jury waren ze ondertussen aangekomen op de digitale evolutie van cinema en de revolutie van openbare platformen zoals Youtube in de hedendaagse maatschappij. Brett Leonard en de goedlachse Joon Ho-Bong lijken wat te dwepen met de overschatte hit Cloverfield als voorbeeld op dit fenomeen, terwijl Umberto Lenzi met duivelse grijns laat verstaan dat de toekomst van film inderdaad wel wat ‘realiteit’ kan gebruiken.

Naar jaarlijkse traditie moeten de gasten een absurd verhaaltje van een fictieve horrorfilm, uit de duim gezogen door één van de interviewers, verder aanvullen met hun geïmproviseerde vondsten. Wederom gaat er behoorlijk wat verloren in de vertaling, maar in deze chaos wordt er heel wat afgelachen in de jury en het enthousiaste publiek smult er duidelijk van. Wanneer voorzitter Lenzi op gepaste wijze een bloedige en abrupte climax aan het geheel breit en de fans te horen krijgen dat er kan aangeschoven worden voor foto’s en handtekeningen, barst er een luidkeels applaus los.

Terwijl een mierennest zonder enige organisatie de jury bijna letterlijk omsingelt en wederom camera’s zoemen en fototoestellen flitsen dat het zijn weerga niet kent, hebben uw dienaar en regisseur Brett Leonard een korte babbel over het verguisde vijfde deel in de populaire Highlander-saga. Leonard maakt duidelijk dat het een héél problematische productie was en dat het eindproduct helemaal zijn visie niet is. Enthousiast vertelt de filmmaker dat zijn versie een compleet andere film is en op de logische vraag of zijn director’s cut ooit zal verschijnen, zegt Leonard met een warme glimlach dat één of andere Russische piraatsite al een kopij blijkt te hebben. Maar hij laat tevens verstaan dat zijn versie ook ooit op een legale manier het daglicht nog wel zal zien. Dank u, Brett, we kijken er naar uit! Net als naar de volgende editie van het Brussels International Festival of the Fantastic Film, met een hopelijk iets vlotter lopende Q&A-sessie.