Horroricoon Stephen King schreef The Mist oorspronkelijk in 1980 voor de anthologie Dark Forces. De als kortverhaal bedoelde opzet zwol gestaag aan tot een uit de kluiten gewassen novelle die in zijn definitieve vorm verscheen in Kings eigen verzamelbundel Skeleton Crew. Dat het verhaal na meer dan honderd andere King-verfilmingen pas nu aan de beurt is, is vreemd en toch ook weer niet. Bizar, omdat The Mist in het algemeen gezien wordt als een van Kings sleutelverhalen; toch ook logisch, omdat het schijnbaar eenvoudige verhaal lange tijd gewoon niet te verfilmen bleek. Frank Darabont is niet alleen een goede vriend van King, maar verfilmde – naast de kortfilm The Woman in the Room – eerder al met groot succes The Shawshank Redemption en The Green Mile.
Darabont is de juiste man op de juiste plaats. Hij nam de fantastische crew van de tv-reeks The Shield onder de arm en koos voor een profijtige, minimalistische aanpak. Geen mega-budet, geen overdreven effecten, nauwelijks bekend volk voor de camera. De guerrillamanier van werken loont en het budget van 18 miljoen dollar rendeert. Gelukkig maar, want in Amerika was de film geen onverdeeld succes. Met een opbrengst van 26 miljoen dollar kwam Dimension gelukkig wel uit de kosten, maar het publiek slikte de grimmige, pikzwarte toon van de film niet even vlotjes weg als de popcorn in hun zakjes. De critici bliezen warm en koud tegelijk. Je houdt van de film of niet. De gulden middenweg is afgesloten voor publiek.
The Mist opent met een leuke knipoog voor King-liefhebbers. Beroepstekenaar David Drayton (Thomas Jane) schildert aan een scherpschutter die verdacht veel lijkt op Roland uit Kings Dark Tower-epos. Tot een storm losbreekt en een boom pardoes door het raam naar binnen knalt. De volgende ochtend neemt David samen met zijn vrouw en hun vijfjarig zoontje Billy (Nathan Gamble) de schade op. Met ook hun boothuis in de prak, moet David naar de supermarkt om allerlei spullen te kopen om de zaken te herstellen. Op dat moment komt een dichte mist over het meer aanrollen. En de mist verbergt iets – monsters, zo blijkt, die ontsnapt lijken uit een verhaal van H.P. Lovecraft.
Na nog geen halfuurtje heeft Stephen King zijn pionnen dus al op het schaakbord staan: een afgesloten ruimte, met daarin een allegaartje aan personages dat bedreigd wordt door monsters in de mist. Het is vintage King. Darabont volgt de oorspronkelijke novelle bijna pagina voor pagina, en dus krijgen we als hoogtepunten een uitstapje naar het magazijn en de nabijgelegen apotheek. Darabont onthult stukje bij beetje wat er in de mist verscholen zit: eerst grijpt een glibberige tentakel een slachtoffer bij het been; vervolgens spatten enkele uit de kluiten gewassen insecten stuk op het winkelraam en pas in de derde deel van de film krijgen we de monsters ook in volle glorie te zien, met een haast apocalyptisch, mythische apotheose (wie de novelle las, weet welk beeld we bedoelen). De CGI oogt soms goedkoop. In dit geval is dat nauwelijks kritiek. Het past in de vreemde, grimmige sfeer van het hele concept.
Gelukkig voelt Darabont perfect aan waar het in The Mist echt om draait: niet zozeer om de monsters die zich buiten de supermarkt schuilhouden, maar wel om de monsters binnen in het gebouw. Angst en onzekerheid halen tegelijk het beste en het slechtste in de mens naar boven. De strijd tegen de onzichtbare, anonieme vijand krijgt van Darabont een haarscherp politiek vernislaagje. King priemde bijna dertig jaar geleden de vinger voornamelijk in de richting van een mislukt militair experiment. Darabont legt de vinger in de rottende wonde die Amerika heet. Het geeft de film een bijzonder depressieve, nihilistische ondertoon.
Als hij de juiste personages op de juiste plaats samen krijgt, dan is King op zijn best. Zijn analyse van wat er gebeurt in een kleine gemeenschap die langzaam alle redelijkheid en gezond verstand verliest, is zoals in zijn beste romans treffend, boeiend en scherp. Thomas Jane is uitstekend als protagonist, maar twee personages die aanvankelijk slechts bijrollen blijken te hebben, ontpoppen zich tot de echte sterkhouders van de film: Toby Jones als de goedhartige, kleine, mollige winkelbediende Ollie Weeks en Marcia Gay Harden als Mrs. Carmody, de aan godsdienstwaanzin ten prooi gevallen dorpsgekkin. Haar irritante, Bijbelse tirades snijden door mes en been.
King zelf was destijds niet echt tevreden met het naar onze mening nochtans erg gepaste open, Hitchcockiaanse einde van zijn verhaal. In de novelle weten enkele overlevenden te ontsnappen en rijden ze de dichte mist in, met alleen de hoop op redding. Darabont kiest voor een afgerond einde, maar veel hoop laat hij niet. Hij doopt zijn pen in de donkerste inkt en kerft met het nieuwe pikzwarte, kippenveleinde in het diepste van de ziel. De ultieme, controversiële twist kan alleen bedacht zijn door een keihard cynicus. De Darabont die op het einde van The Shawshank Redemption Andy en Red de hand laat schudden, was blijkbaar op vakantie.
Titel: The Mist
Genre: Griezelfilm
Speelduur: 2u17
Regisseur: Frank Darabont
Acteurs: Thomas Jane, Marcia Gay Harden, Toby Jones, André Braugher, Laurie Holden, Amin Joseph en William Sadler