EZRA

Rommelig, oppervlakkig en amateuristisch

Brunbro Entertainment Group
De rol van kindsoldaten in Afrikaanse gewapende conflicten is de afgelopen jaren uitvoerig gedocumenteerd door journalisten, medewerkers van ngo's en mensenrechtenactivisten. Kindsoldaten zelf hebben getuigd, rebellenleiders zijn aangeklaagd. Het brandend actuele karakter van het onderwerp is weg.

Nu toont ook de filmwereld belangstelling voor het dieptrieste fenomeen. De Amerikaanse megaproductie Blood Diamond - met kassamagneet Leonardo DiCaprio in de hoofdrol - kon niet helemaal bevredigen. Spectaculair en brutaal is de Amerikaanse film van Edward Zwick zeker. Op dramatisch vlak schiet hij danig te kort. Daarvoor focust hij te veel op Hollywoodiaans filmgeweld en te weinig op de ontwikkeling van de personages.

Ezra is een film van de Nigeriaanse regisseur Newton I. Aduaka. Hij werkt al een poosje in Engeland, en keert nu terug naar zijn roots om een zeer heikel en pijnlijk onderwerp onder handen te nemen. Dat een Afrikaan de blik richt op de mistoestanden in zijn eigen continent zou het voordeel moeten hebben dat de film gevrijwaard blijft van de clichés en stereotype denkbeelden van blanken over Afrikanen.

Van die onafhankelijke, rijpe Afrikaanse blik is bitter weinig te merken. Ezra is een internationale coproductie. Bij dergelijke projecten hebben alle investeerders een vinger in de pap. Compromissen zijn onvermijdelijk en ze komen de kwaliteit van de film zelden of nooit ten goede.

Het heeft er alle schijn van dat ieder element van het scenario tientallen keren gewikt en gewogen is. De producers hebben lang geworsteld met de vraag hoe je een film maakt over kindsoldaten zonder al te veel politieke heisa te veroorzaken en zonder de betrokken, overgevoelige Afrikaanse regeringsleiders op stang te jagen. Het is een zeer delicate evenwichtsoefening. De machthebbers in de landen waar kindsoldaten ingezet zijn - en nog steeds worden (Sierra Leone, grote delen van Congo, Liberia) – worden niet graag geconfronteerd met de misdaden tegen de menselijkheid die in hun landen plaatsvonden.

Ezra probeert het diplomatisch op te lossen door de burgeroorlog te laten plaatsvinden in de jungle van een niet nader genoemd Afrikaans land. Twee rebellenlegers beweren de corrupte regering te willen verdrijven maar zijn evenveel bezig met hun onderlinge strijd. Ook uit de taal is niets af te leiden: de strijders spreken Engels. Door de film niet te koppelen aan een duidelijke tijdsbepaling, een plaats en een taal moet hij een extra universele dimensie krijgen. Het omgekeerde is het geval. De vaagheid komt veeleer laf over. Door de personages niet hun eigen taal te laten spreken, ontnemen de producers hen bovendien een essentieel onderdeel van hun identiteit en eigenheid. En dat is net wat de kindsoldaten verloren hebben: hun waardigheid en identiteit.

Het mannelijke titelpersonage wordt samen met zijn klasgenootjes uit de dorpsschool ontvoerd door een rebellenleger. In ware Full Metal Jacket-stijl worden de kinderen gedrild. Dan maakt de film een sprong van negen jaar. Ezra is inmiddels zestien, zijn melktanden zijn weg, de burgeroorlog is voorbij en de onafhankelijke Truth and Reconciliation Committee onderzoekt de oorlogsmisdaden die tijdens het gewapende conflict zijn gepleegd.

Ezra wordt door die verzoeningscommissie op het matje geroepen voor zijn aandeel in een aanval op zijn geboortedorp. Daarbij werden zijn ouders gedood. Ezra ontkent alle betrokkenheid. De commissie kan en mag niet straffen. Haar enige doel is de waarheid boven water krijgen, zodat de overlevenden aan hun verwerkingsproces kunnen beginnen.

Na het overrompelende begin, vol spannende, opzwepende en onrustwekkende scènes die versterkt worden door de enerverende muziek, zakt de film als een pudding in elkaar. Het is niet het verhaal op zich dat de aandacht doet verslappen. Ezra heeft als kindsoldaat genoeg meegemaakt om een 24-delige televisieserie te kunnen vullen. Het is de oertraditionele opbouw van het (overigens rommelige) scenario en de wankele vertolkingen die de film ondermijnen.

Inhoudelijk is Ezra bovendien een op voorhand gewonnen koers. Uiteraard kiest de kijker de kant van de kindsoldaten. De film doet geen poging om uit te leggen dat het lot van de betrokken kinderen wreed is. Dat spreekt voor zich. Het scenario focust meer op de psychologische ontwikkeling van de personages: van bedplassertjes tot elitesoldaten. Ezra illustreert hoe de jonge wolven zich voorbereiden op een nieuwe nachtelijke raid. Hoe ze in trance gebracht worden vooraleer ze hun machinegeweren op hun vermeende tegenstanders richten.

Maar er zitten serieuze gaten in het scenario. Gaten die het psychologische portret van Ezra onvolledig maken en de identificatie met het hoofdpersonage bemoeilijken (lees: nagenoeg onmogelijk maken). De sprong van negen jaar die de film in het begin maakt, laat te veel vragen onbeantwoord. De cruciale fase waarin de kinderen geïndoctrineerd worden, komt niet ter sprake. Hoe zorgen de krijgsheren ervoor dat de kinderen hen trouw blijven? Hoe overtuigen ze hen van de goede zaak? Missen de kinderen hun ouders? Leren ze lezen en schrijven? Hoe beleven ze hun pubertijd? Spelen ze? Dromen ze? Wat eten ze? Zijn de kindsoldaten vrienden van elkaar? De negen jaar van Ezra’s jonge leven vormen een donkere vlek. We zien hem als kind en later als 16-jarige, een jongvolwassene die keuzes maakt en een eigen uitweg zoekt. De eigenlijke metamorfose van onschuldig kind naar brute moordenaar blijft buiten beeld. De 16-jarige Ezra is een afgewerkt product. De flashbacks geven nog een glimp van zijn opgroeiingsproces, maar heel diep gaat het niet.

Ook het potentieel van de nevenpersonages blijft onbenut. De krijgsheren zijn weinig meer dan schreeuwende bullebakken en de andere kindsoldaten zijn beeldvulling. De portrettering van de commissieleden zit helemaal fout met de strenge, ongeduldige Amerikaan die enkel geïnteresseerd is in de harde feiten. Hij wordt geflankeerd door een zachtere Afrikaanse assistente die wel begrip heeft voor Ezra’s gevoelens.

De tekortkomingen zijn het duidelijkst bij de twee belangrijkste vrouwelijke personages. Ezra’s zus is zelf gruwelijk mishandeld door kindsoldaten. Wanneer ze wordt opgeroepen als getuige voor de verzoeningscommissie, komt ze tegenover haar broer te staan. Het is de hamer of het aambeeld. Haar dilemma blijft onderbelicht, net als de rol van Ezra’s echtgenote. Zij krijgt te weinig dialoog en ruimte.

Omdat de personages zo schematisch opgebouwd zijn, komt het verhaal nooit tot leven. De emotionele impact blijft erg beperkt. Het amateuristische niveau van de vertolkingen helpt de film ook niet echt vooruit. Het belabberde ‘Allo ‘Allo!-Engels van de acteurs haalt iedere emotie, nuance en spontaniteit uit de dialogen. De overacting van de voorzitter van de verzoeningscommissie en het pathos in zijn stem zijn ronduit irritant. De cast flirt met het niveau van het middelmatige amateurtoneel.

Dit onderwerp had een betere film verdiend. Ezra is een opeenstapeling van dramatische gebeurtenissen met veel half uitgewerkte zijsprongen: diamantsmokkel, uitbuiting, massamoord, collectieve trauma’s... De makers hebben te veel hooi op de vork genomen en fietsen tegelijkertijd te veel om de hete brij heen. Je kan geen omelet bakken zonder eieren te breken. Een film over een dramatisch onderwerp is niet automatisch een geslaagd drama.

Het scenario is te slap, het acteerwerk is problematisch, de intellectuele moed van de film is onbestaande. Ezra is geen rechtbankdrama, overtuigt niet als psychologisch portret, schiet tekort als maatschappelijke aanklacht en onthult niets dat nog niet eerder in kranten en boeken is verschenen. De halfslachtigheid van de film neemt alle scherpte weg. Ezra is een sof.

Gezien op Cinema Novo 2008


Titel: Ezra
Genre: Drama
Speelduur: 1u46
Regisseur: Newton Aduaka
Acteurs: Mamoudu Turay Kamara, Richard Gant, Mariame N'Diaye, Mamusu Kallon, Mercy Ojelade en Emile Abossolo M'Bo