Zover is het op het moment van dit schrijven nog niet. De verwachtingen blijven hooggespannen, de eerste – veelal negatieve – online recensies worden als vals afgedaan (wie heeft de film eigenlijk al gezien?) en de hoop blijft gevestigd op een waardig vierde luik in een filmreeks die in 1989 aan haar vroegtijdig slotdeel toe was. Indiana Jones and The Kingdom of The Crystal Skull belooft een mediamonster te worden: de posters overheersten het straatbeeld, de trailers worden dagelijks (her)bekeken, interviews met hoofdrolspeler Harrison Ford en producent George Lucas en regisseur Steven Spielberg vullen alle bladen. De makers zijn er wonder bij wonder en met veel moeite in geslaagd om de plot van hun film in een waas van geheimhouding en mysterie onder te dompelen. Spielberg en co. houden hun kaarten nog heel even tegen de borst gedrukt om vanaf woensdag 21 mei alles op tafel te gooien!
Sta ons toe om even nostalgisch te worden. Toen de eerste Indiana Jones-film – Raiders of the Lost Ark – de zalen bereikte was ondergetekende nog niet eens geboren! Het was dan ook pas tegen het einde van de jaren ’80, zo ongeveer rond de tijd dat The Last Crusade in de zalen te zien was, dat Indiana Jones and The Temple of Doom, de tweede en meest bekritiseerde Indy-prent, in onze achterhaalde videorecorder terechtkwam. Reuzenvleermuizen, uitgerukte harten, kindermoord, mensenvlees verscheurende krokodillen, ontelbare kruiperige creaturen… een jeugdfilm kon je dit bezwaarlijk noemen. En toch… het waren net dit soort gruwelpraktijken in combinatie met adrenalinevoortstuwende actiescènes en de vertolking van Harrison Ford als archeoloog/avonturier Indiana Jones die ervoor zorgden dat de film bij deze filmliefhebber een vuur deed ontbranden. Raiders of the Lost Ark bleef nog even in de schaduwen van Doom maar toch was deze prent er al in geslaagd om een filmliefhebber te creëren.
Het mag dus wel gezegd worden dat Indiana Jones een belangrijke plaats bekleedt in de harten van heel wat filmkijkers. Er wordt wel eens minachtend over gedaan maar deze films bieden nog steeds superieur entertainment dat ook in tijden van CGI-overload, hyperkinetische montages en autosnelwegen omploegende robotmonsters fris blijft.
George Lucas’ idee om een archeoloog op zoek te laten gaan naar bovennatuurlijke artefacten in combinatie met Spielbergs verlangen om een James Bond-achtige “reis rond de wereld”-film te maken resulteerden in 1981 in Raiders of the Lost Ark. Dit prototype van de hedendaagse blockbuster, waarin Jones op zoek gaat naar de legendarische Ark des Verbonds (een weelderig versierde kist waarin – volgens de overlevering – de tien geboden bewaard werden) is nog steeds een entertainmentmeesterwerk. De film kent geen pretenties, zit boordevol iconische momenten (die openingsscène!), briljante filmmuziek van John Williams, een van de beste actiesequenties ooit (de achtervolging met de truck) en een Harrison Ford die, toen al een enorme ster dankzij zijn vertolking als Han Solo in Lucas’ andere franchise Star Wars, met lichtjes in de ogen een onvergetelijk personage neerzet. Zijn Indiana Jones (het is amper te geloven dat ooit Tom Selleck werd gevraagd voor de rol) is een intelligente, academische professor die het tijdens de weekends aan de stok krijgt met allerlei onverlaten en occulte snoodaards (nazi’s in deel een en drie, diabolische sekteleden in twee) en zich steeds opnieuw uit de meest onmogelijke situaties moet zien te redden.
De kracht van het personage zit hem ook in de humor en zijn kwajongensmentaliteit. Jones is geen brave jongen die zich neerlegt bij een situatie “om goed te doen” en zal het niet laten om iemand genadeloos af te knallen als het hem voordeel brengt. Het duidelijkste en meest bekende voorbeeld hiervan is de prachtige, uit een toevallige samenloop van omstandigheden (Ford had darmklachten en kon de geplande knokpartij niet filmen) voortgevloeide scène in Raiders waarin Jones geconfronteerd wordt met een zwaardenzwierende Arabier. De muziek vangt aan met een heerlijk opzwepend Midden-Oosten deuntje, de omstanders gaan uit de weg voor het nakende gevecht, Jones ziet zijn belager, grijpt zijn pistool en knalt de man zonder pardon af. In deze politiekcorrecte tijden, waarin alles moet en niets mag, is het erg leuk om moreel twijfelachtige helden in films, in het theater en in boeken te ontdekken (In Iron Man, nu in de bioscoop, is Robert Downey Jr.’s alcoholische, vrouwenversierende en tegenstanders neerknallende Tony Stark gelukkig ook geen padvinder als Superman) en Indiana Jones is daar het perfecte voorbeeld van.
Maar Raiders heeft nog veel meer te bieden: de interactie met Indy’s grote liefde Marion Ravenwood (de fel van zich afbijtende, sterke drank zuipende Karen Allen); de aanwezigheid van Indy’s vriend Sallah (John Rhys-Davies), een tempel vol slangen, Alfred Molina in zijn eerste filmrol als Indy’s onfortuinlijke gids in het begin van de film, de fantastische knokpartij met wijlen Pat Roach (die later ook in Temple of Doom en heel even in Last Crusade te zien was) en de sublieme, nog steeds erg onrustwekkende finale waarin de toorn van God himself over de personages neerdaalt.
Als opvolger van Raiders is Temple of Doom een mislukte kans. Niet alleen speelt de film zich af voor de gebeurtenissen uit deel een (wat enkele chronologische foutjes oplevert); de toon en de sfeer werden omgegooid. Het speelse avontuur en het mysterie uit Raiders maken plaats voor vaak bruut geweld, inktzwarte humor en enkele vreemde, grimmige scènes. De film, volgens George Lucas het resultaat van zijn vechtscheiding (wat waarschijnlijk ook het onophoudelijke gekibbel tussen Jones en de labiele nachtclubzangeres Willie Scott verklaart), wordt algemeen als het minste deel gezien (zelfs Spielberg is geen fan en heeft er enkel zijn vrouw, Cate Kapshaw die Scott vertolkt, aan overgehouden). Toch blijft Doom een erg vermakelijke megaproductie en – vaak letterlijk - een visuele rollercoaster. Van de geschifte musicalopener tot de waanzinnige finale op de hangbrug is Doom een knotsgekke rit. Het lelijke eendje van de reeks is superieur entertainment waar de meeste hedendaagse pseudo-blockbusters een puntje aan kunnen zuigen.
Met The Last Crusade uit 1989 kwam er een voorlopig einde aan Indy’s avonturen (later – en geïnspireerd door de openingsscène uit deze film – werd er nog een televisieserie over de avonturen van een jonge Indy gemaakt maar de beperkingen van de beeldbuis en het soms belerende, “History Channel”-sfeertje maakten op ons, zelfs op vrij jonge leeftijd, weinig indruk). In Crusade, waarin Indy op zoek gaat naar de Heilige Graal en herenigd wordt met zijn vader (Sean Connery), moet de man met de zweep opnieuw de strijd aangaan met nazi’s en religieus fanatisme. Het is duidelijk dat de makers zich in het vaarwater van Raiders bevinden maar de te opvallende verwijzingen, de knipoogjes naar het publiek en de neiging tot zelfparodie weerhouden de film ervan om echt groots te worden. De actie blijft echter ongeëvenaard, Harrison Ford kent zijn personage als geen ander, Sean Connery steelt de show, de opener met wijlen River Phoenix is fantastisch, John Williams componeerde het perfecte muzikale thema voor de vuige nazi’s en de finale; met de dodelijke proeven die Indy moet ondergaan en zijn vaders redding (“Indiana”), is het dichtste dat de serie ooit kwam bij een emotionele afwikkeling. Aan het eind van Crusade rijden Indy, zijn vader, Sallah en Indy’s collega Marcus Brody (wijlen Denholm Elliott) de zonsondergang tegemoet. Meteen ook het einde van de reeks…
Tot nu…
Er werd al heel wat over geschreven en er waren tientallen scenario’s en evenveel jaren voor nodig maar de vierde Indiana Jones-film is, maar liefst negentien jaar na The Last Crusade, klaar om aan het publiek te worden getoond. Dat de film uiteindelijk uit de krochten van Development Hell werd geheven heeft ongetwijfeld te maken met de voorlopig vrij middelmatige terugkeer van jaren ’80 filmiconen als Rocky, Rambo en John McClane (Die Hard) maar het bleef voor de makers wachten op een goed scenario. Jeb Stuart, wijlen Jeffrey Boam (ook verantwoordelijk voor The Last Crusade) en M. Night Shyamalan ondernamen dappere pogingen maar het was Frank Darabont (wiens uitstekende The Mist momenteel in de zalen te bewonderen is) die met een aanvaardbaar draaiboek op de proppen kwam. Harrison Ford en Spielberg waren in de wolken maar Lucas hield het project tegen. Hij hield vast aan een bepaalde “MacGuffin” (een voorwerp of een “begrip” in de plot die de personages en/of het verhaal aandrijft), wees Darabonts script af en verzocht Jeff Nathanson (Catch Me If You Can, The Terminal) om een nieuw scenario te pennen. Uiteindelijk kwam het hele zooitje bij David Koepp terecht die elementen uit eerdere scenario’s behield (vooral Darabonts scenario bleef een invloed), andere zaken wegwerkte en er zijn eigen draai aan gaf. Koepp riep de hulp in van Raiders-schrijver Lawrence Kasdan om hem bij te staan bij het schrijven van de dialogen tussen Indy en Mation (de terugkeer van Karen Allen) en op 18 juni vorig jaar stonden Spielberg, Ford en Lucas op de set van de vierde Indiana Jones-film.
Na een succesvolle “persconferentie” tijdens de Comic Con conventie (waarbij het publiek uit hun dak ging bij het zien van Karen Allen) bleef er heel wat speculatie over de titel van de film (mogelijkheden waren Indiana Jones and The Saucer Men from Mars, City of Gods, Destroyer of Worlds, Fourth Corner of the Earth, Lost City of Gold, Quest for the Covenant) maar het was uiteindelijk Hollywoods nieuwste golden boy Shia LaBeouf die de titel tijdens de MTV Movie Awards vorig jaar bekendmaakte: Indiana Jones and The Kingdom of the Crystal Skull.
We weten ondertussen dat het verhaal zich afspeelt in 1957 en dat Indy het dit keer aan de stok krijgt met Russen, onder leiding van Irina Spalko (een naar verluidt erg bizarre Cate Blanchett). De rode rakkers zijn op zoek naar de mysterieuze “kristallen schedels”; vreemde voorwerpen wiens oorsprong wel eens buitenaards zou kunnen zijn en die een machtig voordeel bieden in de Koude Oorlog. Om zijn vijanden te vlug af te zijn krijgt Indy de hulp van Mac (Ray Winstone); een collega/rivaal, de “greaser” Mutt Williams (LaBeouf) die al dan niet de zoon van Indy is en dus Indy’s vlam: Marion Ravenwood. Onderweg duiken ook nog Jim Broadbent als een collega academicus, Ian McDiarmid en John Hurt op (eerst werd aangenomen dat Hurt Indy’s mentor en Marions vader Abner Ravenwood zou vertolken maar dat blijkt nu niet waar te zijn).
Op het internet gonst het, zo dicht bij de release, nog steeds van de geruchten. Zelfs de loslippigheid van een figurant konden niet alle mysteries prijsgeven. En zo hoort het ook! Vanaf woensdag kunnen we een film gaan zien waarbij we niet shot voor shot weten wat er ons te wachten staat en bij dit soort producties is dat niet alleen zeldzaam maar vooral bewonderenswaardig. Toch slijpen liefhebbers en critici hun messen. De aanwezigheid van Shia LaBeouf (het vermoeden rijst dat Lucas het personage van Mutt in eventuele vervolgfilms als hoofdpersonage wil benutten) wordt lang niet door iedereen geapprecieerd, de bewering dat er bijna geen computereffecten werden gebruikt (dat de film “old school” is) moest al na de eerste teaser worden bijgestuurd en het gebruik van storend veel “interne” grapjes zou wel eens erg op de zenuwen kunnen werken. Meer nog; Ford is al lang niet meer de ster die hij ooit was; cinematograaf Douglas Slocombe (die de eerste drie films in beeld bracht) moest vervangen worden door Spielbergs vaste cameraman Janusz Kaminski die op zijn beurt zijn visuele stijl moest bijsturen (wat het resultaat hiervan is valt af te wachten) en in tegenstelling tot Raiders, The Temple of Doom en The Last Crusade die zich in de jaren ’30 afspelen, vinden de gebeurtenissen in Crystal Skull in de jaren ’50 plaats. Daardoor zal de film de sfeer van de sciencefiction B-producties uit die tijdsperiode meedragen (wat meteen ook de mogelijke aanwezigheid van buitenaardse wezens onderstreept) en zal de toon anders zijn dan die in de eerste trilogie.
Hoewel wij Steven Spielberg blindelings vertrouwen is het nog maar de vraag of hij er in is geslaagd om zijn regie terug te herleiden naar het werk dat hij in de jaren ’80 deed. De man die Schindler’s List maakte is artistiek iemand anders dan de regisseur van The Temple of Doom. Anderzijds is het wel zo dat “the Beard” als geen ander actiescènes kan realiseren (hij kiest voor lange, onafgebroken takes) en is de gedachte dat hij deze film “voor de fans heeft gemaakt” enigszins geruststellend. Componist John Williams zet als vanouds zijn beste muzikale beentje voor om de beelden van filmmuziek te voorzien en geluidstechnicus Ben Burtt (die niet langer voor George Lucas werkt maar toch deel wou uitmaken van deze film) keerde terug om de geluidseffecten (zoals die typische, heerlijk klinkende vuistslagen) onder de beelden te plaatsen!
De spanning stijgt! Is Indy’s terugkeer naar het witte doek een topper of een flop?! Hoe je het ook draait of keert; Spielbergs carrière kent weinig misbaksels, Ford kan een hit gebruiken en Lucas heeft voor velen nog iets goed te maken na de Star Wars prequels. Het is tijd om die hoed op te zetten, de zweep te laten knallen en de onverlaten te slim af te zijn: Indiana Jones is terug!
Allemaal samen nu: Dum-dum-dum-duuum-dum-dum-duuum…