Er zijn verschillende redenen te bedenken waarom Marvel Enterprises de teugels strakker aanhaalt. Al sinds de jaren zestig zijn ze een belangrijke speler op de filmmarkt met verfilmingen van tientallen van hun superhelden. Toch was Jon Favreau's Iron Man eerder dit jaar de eerste film die ze zelf financierden. Wil Marvel nog meer geld nu het superheldendom een ongekende populariteit heeft bereikt? Wellicht. Maar Marvel wil ook meer artistieke controle en bouwt op naar een film waarin hun belangrijkste superhelden zij aan zij zullen strijden als The Avengers. Niet onbelangrijk dus dat Tony Stark alias Iron Man op het einde van The Incredible Hulk een cameo krijgt waarin hij mag verkondigen dat hij aan een superteam bouwt.
Met Marvel aan de macht heb je niets meer aan mensen als Ang Lee. Teveel Freud gelezen. Te soft. Te poëtisch. Helaas, want wat ons betreft was Lee destijds de ideale keuze. Zijn extreme camerastandpunten, knappe split-screens, simultane beelden en kaders-in-kaders worden gemist in de holderdebolder monster mash van de jonge Franse hond Louis Leterrier (Transporter). Hij wil weinig tijd verliezen aan de back story van Bruce Banner (Edward Norton). Die flitst tijdens de openingsmontage al over het scherm en refereert uitdrukkelijk naar de originele tv-serie van eind jaren zeventig met Bill Bixby als Banner en Lou Ferrigno als Hulk. In de montage krijgen we te zien hoe Banner na een overdosis gammastralen in het groene monster verandert.
Vervolgens zien we hoe de camera in één van de indrukwekkendste shots uit de film langs een Braziliaanse heuvel glijdt en Banner oppikt in een smerige sloppenwijkstraat van Rio De Janeiro. Overdag sjokt hij met flesjes in een limonadefabriek, maar verder zoekt Banner voortdurend naar een manier om zijn woede onder controle te houden. Als zijn hartslag boven de 200 gaat, helpen ademhalingstechnieken niet langer. Leterrier gebruikt de hartslagmeter als een handig middel om de spanning op te bouwen. Daar moet je als toeschouwer niet lang op wachten. Generaal Thaddeus "Thunderbolt" Ross (William Hurt) zit 'm al snel op de hielen. Hij heeft supersoldaat Emil Blonsky (Tim Roth) in stelling gebracht om hem in te rekenen. De sigaarsmakkende Ross wil letterlijk Banners bloed: de woede en agressie die door Banners bloedbanen stromen, lijken handig om een superleger te creëren.
De limonadefabriek is het schimmige decor van Banners eerste transformatie in Hulk. De scène is knap opgebouwd. Slechts stukje bij beetje tekenen zich tussen duisternis en rook de contouren van Hulk af. Pas in een latere scène – als Hulk gevlucht is naar Amerika – mogen alle teugels voor het eerst los. Speelveld is de universiteit waar Banner in de armen is gelopen van zijn eeuwige liefde Betty Ross (Liv Tyler). Geen slimme zet. Blonsky zit op dat moment al stevig aan de dope en ontwikkelt zich langzaam maar zeker tot Hulks megavijand Abomination. De twee kolossen mogen na omzwervingen in Guatemala en Mexico uiteindelijk voor de ultieme showdown richting New York. Het laatste rondje speelt zich af voor het indrukwekkende Apollo theater in Manhattan dat voor de gelegenheid herbouwd werd.
Die finale confrontatie vat eigenlijk mooi de hele film samen. Het gevecht is een wonderlijke combinatie van animatronics, make-up, CGI en motion capture waar Michael Bay nog een puntje aan kan zuigen. Knap hoe Leterrier zelfs in alle chaos toch nog het overzicht weet te behouden. Tegelijkertijd toont de eindstrijd aan dat niet brute kracht de uiteindelijke winnaar zal zijn, maar wel het geweten dat diep in het monster verscholen ligt. Een beetje pathetisch, maar ach, het kan en mag, zelfs in een popcornfilm die 125 miljoen dollar kostte.
Edward Norton lijkt vooral in de openingsmontage griezelig echt op Bill Bixby. Zijn lange, iele uiterlijk past perfect bij het personage. Norton kreeg van Marvel de vrijheid om het scenario van Zak Penn op verschillende punten aan te passen en bleef naar verluidt zelfs op de set aan de dialogen vijlen en sleutelen. Jammer genoeg komen de scènes met Liv Tyler stroperig over. Stopte Ang Lee vijf jaar geleden een mooie verwijzing naar het monster van Frankenstein in zijn film (hij liet Hulk droevig neerzijgen bij een vijver), dan knipoogt Leterrier nu nadrukkelijk naar King Kong. Met grote, betraande ogen mag Liv Tyler in de stromende regen in de handpalm van een grommende Hulk zitten.
Helaas valt ook in deze versie van The Incredible Hulk op dat het personage op zich lang niet zo interessant is als pakweg Batman of Spider-Man. Zowel met Banner (eeuwig op de vlucht) als met Hulk zelf (primitief boos) kan je niet zoveel kanten op. Niet verwonderlijk dus dat Leterrier overwegend kiest voor compromisloze anger management met een Hulk die grauwer, griezeliger en bozer is dan ooit. Dat levert een vermakelijke, leuke en spectaculaire actiefilm op, precies wat Marvel voor de komende vijf jaar in gedachten heeft met Silver Surfer, Nick Fury, Ant-Man, Thor en Captain America. Voor de meer doorwrochten, donkere, dreigende superheld zullen we echter toch weer op Batman moeten rekenen.
Titel: The Incredible Hulk
Genre: Comicverfilming
Speelduur: 1u54
Regisseur: Louis Leterrier
Acteurs: Edward Norton, Liv Tyler, Tim Roth, William Hurt, Christina Cabot, Tim Blake Nelson en Ty Burrell