EUROPEES FILMFESTIVAL VAN BRUSSEL

Deel 4: Humorloze Oost-Europeanen en geestige Denen

Moviegids brengt deze week verslag uit van het Europees Filmfestival van Brussel. Het vierde en laatste deel in onze reeks.

Deel 1: Tranches-de-vie | Deel 2: Reizen die nergens heen gaan | Deel 3: Over Duitse vrouwen die afzien | Deel 4: Humorloze Oost-Europeanen en geestige Denen

Daar zijn de Denen weer met een gestoorde komedie over een onmogelijk controversieel onderwerp. Vorig jaar won The Art of Crying een van de belangrijke prijzen in Brussel. In die brutale komedie kon een eeuwig wenende vader enkel getroost worden door zijn dochter. Lachen met incest is not done, maar net als in Festen was het schier onmogelijk het gezicht in de plooi te houden. With Your Permission (Til døden os skiller) is de tweede film van de Deense topactrice Paprika Steen die haar strepen verdiende in de moderne klassiekers Adam’s Apples, The Idiots, het al eerder genoemde Festen, Mifune's Last Song en Open Hearts. Steen leerde van de grote regisseurs van haar land hoe je al lachend de gruwelijkste waarheid vertelt. Het hoofdpersonage Jan is chef van de catering op een ferryboot. Hij is overdreven streng en maakt met iedereen ruzie. Hij is met voorsprong de minst populaire collega op de werkvloer. Regelmatig komt hij op het werk met schrammen en dichtgetimmerde ogen. Tegen de deur gebotst, uitgegleden op een pas geboende vloer. Zijn voorraad excuses zijn eindeloos. Dat hij slagen krijgt van zijn depressieve vrouw geeft hij niet toe. Wanneer het echt uit de hand loopt, wordt hij door zijn baas gedwongen in therapie te gaan. Per ongeluk belandt hij in de verkeerde zelfhulpgroep: die voor mannen die hun vrouw slagen, niet die voor mannen die in elkaar geslagen worden door hun vrouw. De ontmoeting met zijn groepsgenoten brengt hem op slechte gedachten. Paprika Steen schopt tegen alle mogelijke heilige huisjes met haar dwarse komedie. De dialogen zijn vlijmscherp, de humor is gitzwart. Met Lars Brygmann (Jan) en de duivelse Sidse Babett Knudsen (Bente) heeft ze bovendien een droomduo in de hoofdrollen. Het tempo ligt van in het begin moordend hoog. Het is enkel jammer dat ze naar het einde toe een te gemakkelijke bocht richting happy end neemt. Niettemin is With Your Permission een heerlijk foute komedie.

Niets dan lof voor Guillaume Depardieu. In Versailles laat hij voor de zoveelste keer zien hoe goed hij wel is. Met een andere familienaam zou hij zonder twijfel beschouwd worden als een van de grootste acteurs van de Europese cinema. Niet alleen zijn familienaam speelt hem parten, ook zijn weerbarstige karakter is al meer dan eens een rem gebleken op zijn carrière. In dit door Pierre Schöller geschreven en geregisseerde drama speelt hij Damien, een zwerver die in een zelfgebouwde hut woont in de bossen vlakbij het koninklijke paleis. Hij is dakloos uit overtuiging. Al die papieren, opleidingen en vervolgcursussen kunnen hem gestolen worden. Op een avond staat een vrouw met haar kind aan zijn hut. De volgende ochtend is ze verdwenen. Haar zoontje heeft ze achtergelaten. Zijn vrijbuitersleven is voorbij. Ondertussen bouwt de moeder van het kind aan haar toekomst. Versailles behandelt een buitengewoon interessante problematiek. Hoe herintegreer je daklozen in de maatschappij? Met een leger aan Franse werklozen dreigt de kloof tussen arm en rijk alleen maar groter te worden. Vooral het aantal Fransen dat flirt met de armoede stijgt explosief. Het risico dat het aantal daklozen gaat stijgen, is reëel. Een straf maatschappelijk relevant onderwerp, sterke vertolkingen (ook van Patrick Descamps en Aure Atika) en knap camerawerk kunnen de gebreken van Versailles niet goedmaken. Het vertelperspectief verandert drie keer. De film volgt eerst de moeder met haar kind, dan Damien met het kind en vervolgens Damiens ouders met het kind. Drie keer wisselt het tempo en slaat de sfeer volledig om. Van een ongepolijst portret van een groep daklozen wordt Versailles een steekspel over de rechten van het kind. Van alles een stukje, een stukje van alles en dus worden de subthema’s niet uitgewerkt. Versailles is in zijn geheel een onbevredigende film die bovendien te lang duurt.

I am from Titov Veles is een pretentieuze, oersaaie film uit Macedonië. Teona Strugar Mitevska werkte jaren aan het scenario dat ze zelf verfilmde. Centraal staan drie zussen die wonen in de ellendige industriestad Veles. De oudste is ongetrouwd en zit al negen jaar aan de methadon. De middelste is een professionele basketbalspeelster die met iedere buitenlander naar bed gaat in de hoop een visum te bemachtigen zodat ze haar geboortegrond kan ontvluchten. De jongste is nog maagd en spreekt sinds de verdwijning van haar moeder enkel nog in haar dromen. In Veles is niets te beleven. Absoluut niets. In de film ook niet. Er is geen echte plot en ook de personages evolueren nauwelijks. Minimalisme is één, iets te vertellen hebben is twee. Visueel is dit zonder twijfel de beste film van het festival, maar het verlammende gebrek aan zelfrelativering en het gemis aan humor maken van dit Macedonische drama een gezond alternatief voor slaappillen.

Het Russiche Nirvana is in hetzelfde bedje ziek. Prachtig, bij momenten zelfs verbluffend om te zien maar o zo serieus en zwaar op de hand. Alisa, Een jonge verpleegster is haar lege partyleven in Moskou beu en verhuist naar Sint-Petersburg in de hoop daar wel het geluk te vinden. Pech. Ze gaat van de regen in de drup. Haar huisgenoten zijn twee junks. Valera, bijgenaamd The Dead Man is een fulltime nietsnut, zijn lief Vel werkt in een nachtclub om het geld te verdienen waarmee ze hun drugs kopen. Wanneer Vel ontdekt dat Alissa een seksrelatie heeft met Dead Man, stuurt ze een zware jongen af op haar liefdesrivale. Alisa is sneller en smiller dan de gorilla en mept hem met een fles tegen de grond. Even later redt ze de schuimbekkende Vel het leven nadat die een vervuilde spuit heeft gezet. De rivales worden vrienden. Het verhaaltje van Nirvana is redelijk doorsnee. Vriendschap overwint alles, iets in die stijl. Nirvana is vooral de moeite waar door de extravagante look van de film. Alle personages zijn uitbundig gecoiffeerd en geschminkt. Ook voorbijgangers op straat staan vol tatoeages, dragen een hanenkam en zijn gemaquilleerd als een Indiaan op oorlogspad. De kostuums in de laatste drie Star Wars-films zijn er werkelijk niets tegen. De kleding in Nirvana is veel hipper en ruiger. Het geeft de film een onwerkelijke, industriële look. De opvallende, blinkende buitenkant moet de spirituele leegte van de mensen verhullen. Eigenlijk geldt dat ook voor de film. Prachtige buitenkant, een wat te lege binnenkant.

Het scenario van The Early Years – Erik Nietzsche Part 1 is geschreven door de Deense filmgod Lars von Trier. Daarmee is het belangrijkste over de film gezegd. Als deze vederlichte Deense komedie enig belang heeft, dan is dat vooral omdat hij over Von Triers ervaringen als jonge filmstudent gaat. De regie is in handen van Jacob Thuesen, de man die indruk maakte met het incestdrama Anklaget. Von Trier sprak zelf de voice-over in. Titelpersonage Erik Nietzsche is een verlegen, brave gast die filmregisseur wil worden. Talent heeft hij niet. Hij filmt de bomen. Door een stom toeval wordt hij toch toegelaten tot de Deense filmschool. Al snel blijkt dat hij geen uitblinker is. Met nog meer geluk mag hij zijn opleiding verderzetten. Het is uiteindelijk dankzij zijn politiek gemanipuleer dat hij uitgegroeid is tot de alom gevierde filmmaker die we nu kennen. The Early Years is een doodbraaf, lief niemendalletje. Eentje zonder uitspattingen, best grappig, soms ontroerend en naïef, niet slecht gespeeld, niets bijzonders, noch in de goede, noch in de slechte zin. Het gekke is dat Von Trier zichzelf niet geportretteerd heeft als een onbegrepen genie. Hij is een middelmatig mannetje. De docenten aan de filmschool zijn domme uilen, laat daar geen twijfel over bestaan, maar Nietzsches opmerkingen en vragen zijn ook niet erg intelligent. Als film over film is dit een mager beestje. Als biografie van een van de belangrijkste Europese filmmakers ook. Dit is een typische zo’n film die met verkleinwoordjes aangeduid worden: filmpje, komedietje, luchtig tussendoortje. Verkleinwoorden horen bij baby’s, niet bij films. Het is ook buitengewoon contradictorisch dat een film die voornamelijk gaat over het doorbreken van filmdogma’s zelf slaafs alle regeltjes van de commerciële cinema volgt.

Melodrama Habibi, de openingsfilm is een dramatische mislukking. Tricks, de Poolse slotfilm is gelukkig veel en veel beter. Het is een van de weinige films op dit festival die niet tenonder gaan aan torenhoge niet-waargemaakte artistieke ambities. Regisseur en schrijver Andrzej Jakimowski maakte vijf jaar geleden het trage en poëtische Squint Your Eyes. De opvolger is van eenzelfde niveau. Een even rustig, gemoedelijk, beheerst verteld erg teder verhaaltje dat perfect het evenwicht houdt tussen sentiment, droom, emotionele diepgang en gemoedelijke plotontwikkeling. Alles draait om Stefek, een jongen van zes en zijn achttienjarige zus Elka. Ze wonen in een stadje in de buurt van Wroclaw. Hun vader verliet hun moeder lang geleden voor een andere vrouw. Stefek en Elka spelen spelletjes waarbij ze het toeval onder controle proberen te krijgen. Ze gebruiken hun telepathische gaven om een papieren zak die op de grond ligt in de juiste vuilniszak te krijgen. Ze zorgen er van op een afstandje voor dat een succesloze appelverkoper op vijf minuten tijd toch zijn hele voorraad kwijt raakt. Wanneer Stefek in een pendelaar op het station zijn vader herkent zal hij al zijn manipulatieve truken moeten bovenhalen. Tricks is melancholische, bitterzoete cinema. Stefek is geen doorsneel zesjarige. Het is een echt mannetje dat niet voetbalt of knutselt maar liever rondhangt bij zijn zus en haar vriendje. Hij heeft zijn willetje en is handig genoeg om dat door te drijven. In al zijn bescheidenheid is Tricks een juweeltje. Cameraman Adam Bajerski maakt van ieder shot een prachtig schilderij. Het stofnest waar de film zich afspeelt ziet er in zijn fluwelen licht uit als een zomers vakantiedorp. Debutante Ewelina Walendziak is een spectaculaire ontdekking met haar zuivere, natuurlijke uitstraling en haar schattige zomersproeten. Dit staaltje Pools magisch-realisme is binnenkort te zien in de Belgische bioscopen. Als dat geen goed nieuws is.

Kritische filmjournalisten horen het niet altijd eens te zijn met het oordeel van de jury, maar voor het tweede jaar op rij gaat de allerbeste film lopen met de hoofdprijs. Vorig jaar won het Roemeense California Dreamin’, dit jaar de Zweedse mozaïekfilm Involuntary. Dat is terecht, meer dan terecht. De film van Ruben Östlund prikkelt en steekt. Hij richt zich op de buik, de darmen en het verstand. Zowel inhoudelijk als visueel is Involuntary een voltreffer. De film volgt vijf groepen en situaties: een lijnbus, twee blonde pubermeisjes, een verjaardagsfeest van een vijftiger, een groepje collega’s dat een chalet heeft gehuurd op het platteland en een leraarskamer waar gediscussieerd wordt over een moeilijke leerling. Östlund springt van de hak op de tak met een rudimentair zwart beeld om de scène af te sluiten. Er wordt veel gepraat en veel gelachen. De prater komt bijna nooit in beeld. Östlund filmt de man of vrouw die luistert of hij filmt de prater van op een grote afstand. Involuntary is een machtige sociologische studie van groepsgedrag. Op het eerste gezicht zijn de situaties waarin de personages verzeild geraken geestig en onnozel. Ze zijn herkenbaar. Hoe langer de film duurt hoe duidelijker wordt dat er geen helden gefilmd worden, maar dat Östlund de kijker een spiegel voorhoudt. De druk van de groep op het individu is immens. Er mag gelachen worden, maar het is een ingehouden lach, want onmiddellijk stelt zich de vraag: ‘Ben ik ook zo?’ De moedigste en meest eigenzinnige film heeft gewonnen. Zo moet dat zijn.