DU RIFIFI CHEZ LES HOMMES

IJskoude avant-garde

Pathé Consortium Cinéma
Met de regie van Du rififi chez les hommes breit Jules Dassin in 1955 niet alleen een inheems verlengstuk aan zijn repertoire Amerikaanse noir-klassiekers (met o.a. The Naked City en Brute Force), tegelijk legt de Fransman – quasi parallel met zijn landgenoot en collega-regisseur Jean-Pierre Melville (Bob le flambeur) – de fundamenten van de moderne kraakfilm. In tegenstelling tot in de meeste ‘capers’ situeert het momentum van de overval zich hier echter niet op het einde, maar in het midden van de film.

De ruige Franse bandiet Tony le Stéphanois (de Belg Jean Servais) is nog maar pas vrijgekomen na vijf jaar gevangenis, of hij broedt al op een nieuw crimineel plan. Hij beraamt de perfecte overval op Mappin & Webb, een befaamde juwelierszaak in hartje Parijs. Voor zijn laatste meesterkraak spreekt hij – met ijskoude stem – drie trouwe kompanen aan: de stoutmoedige Italiaan Mario Ferrati, de pronte jongeling Jo le Suedois, en de fijnbesnorde ‘gentiluomo’ Cesar le Milanais (regisseur Dassin als doorwinterde brandkastkraker).

Zodra ze erachter zijn hoe het geavanceerde alarmsysteem moet uitgeschakeld worden, kan het plunderen beginnen. Met namaaksleutel, zaklampen, boren en brandblusapparaat in aanslag – met blusschuim doof je blijkbaar niet alleen vlammen – beweegt het viertal zich richting buit. Wat volgt is één van de meest memorabele scènes uit de filmgeschiedenis: een levensechte inbraakscène.

Als prelude krijgen we een heerlijk beklemmende stilte voorgeschoteld, die alleen wordt doorbroken door de priemende tonen van Frans meestercomponist Georges Auric. Tijdens de eigenlijke roof valt ook de muzikale begeleiding weg, en worden we 28 minuten lang (bijna een kwart van de film!) meegezogen in een geluidsdichte cocon van waaruit enkel nog nerveuze ademhaling, zachte voetstappen en ingehouden gekuch hoorbaar zijn. Naarmate de stilte aanwast, wordt de spanning ondraaglijk en speelt stilaan enkel nog de kracht van het beeld. Elke trilling kan fataal zijn. Cesar zweet de angst uit… in zijn satijnen balletschoenen.

Toch beginnen de problemen pas nádat de buit – een collectie sieraden ter waarde van 200 miljoen franc – is verdeeld. De titelsong (rififi is slang voor ‘brutaal machtsvertoon’) verraadt het verdere verloop van de film. Door een te vermijden menselijke fout krijgt een rivaliserende bende lucht van de diefstal, waarna ze alles in het werk stelt om zelf het lot juwelen binnen te rijven. À voleur, voleur et demi. Na een spectaculaire achtervolgingsequentie ontaardt de clash der titanen uiteindelijk in een brutaal klop- en schietfestijn.

Het contrast tussen de oorverdovende stilte en de daaropvolgende explosie is meteen de meest frappante eigenschap van de film. Regisseur Dassin verbeeldt het geweld op een manier die volgens de toen vigerende normen op zijn zachtst sensationeel en complexloos kan worden genoemd. Zo heeft Tony er geen moeite mee om zijn overspelige vrouw met zijn broeksriem te slaan, en behandelt Louis ‘le tatoué’ Grutter zijn heroïneverslaafde broer Remi als een zieke hond. Du rififi chez les hommes bleek bij de release zo hard, dat hij in verschillende landen werd verboden. Het Amerikaanse publiek moest zelfs op een bioscooprelease wachten tot… juli 2000 (45 jaar na productie!). De passages over necrofilie, uit het gelijknamige boek van Auguste Le Breton waarop de film is gebaseerd, had Dassin ‘gelukkig’ zelf al door zijn censuurmolen gedraaid.

Maar hoe bitter en kil Rififi ook mag wezen, technisch en visueel is de film volmaakt. De scènes in de gure, regenachtige Parijse boulevards en steegjes, op de bouwwerven, in de cafés tabac en in L’Age D’or – een hautaine nachtclub op de Montmartre waar het geboefte zich vergaapt aan de wiegende heupen van wellustige deernen (én een knipoog naar Luis Buñuels gelijknamige film) – ademen zo’n intens donkere en sombere sfeer, dat de film stilistisch als ultiem schoolvoorbeeld van de film-noir kan gelden.

Meer nog: Du rififi chez les hommes is zonder twijfel één van de meest invloedrijke films ooit gemaakt. Dassins neorealisme en schwung preludeerden niet alleen op de Nouvelle Vague, de stroming die vanaf eind de jaren vijftig een nieuwe wind liet waaien door het Franse filmlandschap, ze inspireerden ook onmiskenbaar latere grootmeesters als Stanley Kubrick (The Killing) en Quentin Tarantino (Reservoir Dogs). Gedraaid op een extreem laag budget van om en bij de 200.000 dollar is Rififi is een minutieus uitgewerkte, strak geregisseerde en gitzwarte thriller die na 53 jaar nog niets aan kracht heeft ingeboet. IJskoude avant-garde!